Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-07-18
ECLI:NL:RBAMS:2024:4378
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,168 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/742775 / HA RK 23-372
Beschikking van 18 juli 2024
in de zaak van
de vennootschap naar buitenlands recht
ABH UKRAINE LTD,
gevestigd te Nicosia (Cyprus),
verzoekster,
advocaat mr. E.F. Kraaijeveld LLM te Amsterdam
en
de stichting
STICHTING [belanghebbende],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
belanghebbende.
Verzoekster wordt hierna ABH genoemd, belanghebbende ook wel de Stichting.
1Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de tussenbeschikking van de rechtbank van 2 mei 2024;
het e-mailbericht van mr. Eliëns van 26 juni 2024, kantoorgenoot van mr. Kraaijeveld;
het e-mailbericht van mr. Eliëns van 3 juli 2024;
het e-mailbericht met bijlage van mr. Eliëns van 8 juli 2024.
1.1.
Beschikking is bepaald op heden. ABH is van de beschikkingsdatum op de hoogte gesteld.
2De verdere beoordeling
2.1
Voor de feiten, het verzoek en de hieraan voorafgaande beoordeling wordt verwezen naar de tussenbeschikking van 2 mei 2024. In die tussenbeschikking heeft de rechtbank ABH verzocht een verzoek om informatie in te dienen bij het Ministerie van Financiën over de vraag of ABH Holdings S.A. gevestigd te Luxemburg (hierna: ABHH), gezien de in de tussenbeschikking weergegeven omstandigheden, wordt beschouwd als doelwit van sanctiebeperkingen. Bij brief van 8 juli 2024 heeft het Ministerie van Financiën mr. Kraaijeveld bericht dat het ministerie in Nederland navraag heeft gedaan bij het Ministerie van Financiën in Luxemburg. Het ministerie in Luxemburg heeft laten weten dat de conclusie dat ABHH niet onder de sancties valt nog steeds geldt. Het Ministerie van Financiën bericht verder dat, gezien de vestigingsplaats van ABHH, het aan de autoriteiten in Luxemburg is om uitspraken te doen over de sanctiestatus van ABHH en dat het in Nederland hierover verder geen uitspraken doet.
2.1.
Gezien het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de in de tussenbeschikking van 2 mei 2024 genoemde verordeningen Verordening (EU) nr. 269/2014 van de Raad van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (hierna: de Verordening 269/2014) en Verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (hierna: de Verordening 833/2014) niet in de weg staan aan benoeming van een bestuurder van de Stichting op grond van artikel 2:299 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.2.
ABH heeft genoegzaam toegelicht dat zij als geldlener van [bedrijf] (een besloten vennootschap waarvan de aandelen worden gehouden door de Stichting) is aan te merken als belanghebbende.
2.3.
Omdat de Stichting geen (rechtsgeldig) bestuur heeft en omdat op dit moment ook niet overeenkomstig de statuten in de benoeming van een bestuur, anders dan via de rechtbank, kan worden voorzien, zal de rechtbank tot de benoeming van [naam] tot bestuurder overgaan.
2.4.
De rechtbank ziet aanleiding om deze beschikking op grond van artikel 288 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Dictum
De rechtbank
3.1.
benoemt:
[naam] ,
wonende te [woonplaats] (Duitsland),
aan de [adres 1] ,
tot bestuurder van
de stichting
Stichting [belanghebbende] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
aan de [adres 2] ,
3.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
3.3.
gelast de griffier, nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, deze in te schrijven in het in artikel 2:289 BW genoemde register.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Voetelink, mr. S.P. Pompe en mr. Q.R.M. Falger, bijgestaan door H.A. Huisman, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2024.