Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-06-28
ECLI:NL:RBAMS:2024:3989
Strafrecht; Strafprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,863 tokens
Dictum
[klaagster] ,
geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantooradres van haar raadsman,
mr. L. de Leon, Maliebaan 57, 3581 CE Utrecht,
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.
Feiten
Uit de kennisgevingen van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 28 maart 2024 onder klager een aantal honden van het ras Pomeriaan, waaronder een aantal puppies, in beslag zijn genomen. Een deel van de honden is teruggegeven aan de eigenaren.
Procedure
Het klaagschrift is op 17 mei 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 19 juni 2024 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de klager, haar raadsman en de officier van justitie, mr. J.J. Smilde, op zitting gehoord.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen honden, te weten 7 volwassen honden, genaamd Versus, Binky, Yeremy a.k.a. Patser, Cloë, Paris, Rosy, Lala a.k.a. Ginger en 4 puppies. Het is de klager niet duidelijk wat de verdenking tegen haar is. Zij heeft geen proces-verbaal verdenkingen ontvangen.
Namens de klager is aangevoerd dat zij altijd heel goed voor de honden zorgt. De honden die enige tijd na de inbeslagname zijn teruggegeven aan de eigenaren waren sterk verwaarloosd gedurende de inbeslagname. Veel honden in Nederland hebben last van tandsteen, dus dat kan in ieder geval niet bijdragen aan de instandhouding van het beslag. Het is de klager verder onbekend dat de honden houterig zijn en kale plekken hebben. De honden maken deel uit van een gezin en worden zeer gemist. Het Openbaar Ministerie heeft onvoldoende aangetoond dat sprake is verwaarlozing en het onthouden van zorg.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen honden aan de klager en heeft daartoe aangevoerd dat het belang van strafvordering zich daartegen verzet, omdat het Openbaar Ministerie zal vorderen dat de honden zullen worden verbeurd verklaard. Naar aanleiding van een melding bij MMA en onderzoek door de dierenwelzijnsorganisatie House of Animals heeft een doorzoeking plaatsgevonden in Vinkeveen en zijn de honden in beslag genomen. De honden verkeerden in slechte gezondheid zodat het vermoeden is dat klager de honden deskundige zorg heeft onthouden. Bij een doorzoeking van de woning van de klager zijn dierenpaspoorten in beslag genomen, waarvan het vermoeden bestaat dat deze vals/vervalst zijn. De KMAR doet daarnaar onderzoek. Volgens de officier van justitie is de klager niet in staat om de honden goede zorg te bieden.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen de twee jaren na inbeslagneming. De klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast.
Als er geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, -ook in een zaak betreffende een ander dan de klager-, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is kort gezegd het volgende gebleken.
De klager handelt in honden van het ras pomeriaan (dwergkees). Naar aanleiding van een anonieme melding bij MMA en onderzoek door dierenwelzijnsorganisatie House of Animals heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de trimsalon van de klager in [plaats] . Daarbij is een groot aantal honden en puppies in beslag genomen. Een deel daarvan is inmiddels teruggegeven aan de eigenaren.
Uit de medische verklaringen, opgemaakt na de inbeslagname van de diverse honden, blijkt dat bij het merendeel van de honden geen sprake is van onthouding van zorg. De conditie is goed, de vacht en het gebit zijn gezond. Bij een enkeling is sprake van vervuiling van de vacht en tandsteenvorming.
Door de klager is een brief van Stadion Dierenkliniek te Amsterdam overgelegd. De dierenartsen verklaren dat de klager sinds december 2019 cliënt is van de dierenkliniek. Zij hebben in de loop der jaren meer dan 100 pups van de klager onderzocht en de pups verkeerden altijd in goede gezondheid en waren meer dan goed verzorgd.
Op grond van bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de in beslag genomen voorwerpen zal verbeurd verklaren. Uit de stukken in het dossier kan vooralsnog niet geconcludeerd worden dat sprake is van verwaarlozing en het onthouden van zorg aan de honden. Voorts is op geen enkele manier gebleken dat het onderzoek met enige voortvarendheid wordt uitgevoerd. Klager is zelfs nog niet gehoord en er is geen enkel inzicht gegeven in de verdere voortgang, anders dan de mededeling dat de honden zullen worden vervreemd als het beklag ongegrond wordt verklaard, derhalve nog voordat een strafrechter zich over de inhoud van de – nog steeds niet nader geconcretiseerde – beschuldiging(en) heeft gebogen.
De rechtbank is alles bij elkaar gekomen dan ook van oordeel dat thans onvoldoende sprake is van een strafvorderlijk belang bij het handhaven van het beslag. Het dient dan ook te worden opgeheven.
Nu klager beslagene is en niet iemand anders redelijkerwijs als rechthebbende kan worden beschouwd, zal de rechtbank teruggave aan klager gelasten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave aan de klager van de honden genaamd Versus, Binky, Yeremy a.k.a. Patser, Cloë, Paris, Rosy, Lala a.k.a. Ginger en 4 puppies.
Deze beslissing is gegeven door
mr. J. Thomas, rechter,
in tegenwoordigheid van G. Jenuwein, griffier,
en uitgesproken op 28 juni 2024.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager en het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen hij de griffie van deze rechtbank: voor de klager binnen veertien ( 14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het Openbaar Ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.