Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-01-25
ECLI:NL:RBAMS:2024:386
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
3,034 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13.265715-23
Datum uitspraak: 25 januari 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 17 november 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 9 oktober 2023 door de onderzoeksrechter in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg in Brussel in België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1967,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 januari 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. C. Peters, advocaat in Zaandam, die de zaak heeft overgenomen van mr. S. de Korte, advocaat in Utrecht.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een bevel tot aanhouding bij verstek van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel van 5 oktober 2023, met – blijkens het Form A – Supplementary information relating to an extradition (verder: het A-formulier) – referentienummer Hv.17.LE.002333/2023.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB, welke omschrijving voor wat betreft de pleegperiode van de feiten (1 januari 2023 tot 10 maart 2023) is aangevuld met het A-formulier.
4Strafbaarheid
Feiten
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 1. en 26., te weten:
- deelneming aan een criminele organisatie;
- handel in gestolen voertuigen.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De procureur des Konings van het Parket procureur des Konings Halle-Vilvoorde heeft op 7 december 2023 de volgende garantie gegeven:
“In antwoord op uw brief inzake de overlevering van [opgeëiste persoon] (geboren op [geboortedag] -1967), sta ik u de garantie toe voor de terugkeer van de betrokkene naar uw land.
Overeenkomstig artikel 5§3 van het kaderbesluit d.d. 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel houdt deze garantie in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar uw land wordt overgebracht teneinde deze straf of maatregel aldaar onder te gaan.”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.
6Weigeringsgrond artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in België
Standpunt van de raadsman
De raadsman stelt zich op het standpunt dat de overlevering op grond van artikel 11 OLW moet worden geweigerd. Er is weliswaar een detentiegarantie ten behoeve van de opgeëiste persoon gegeven, maar niet langer kan worden geoordeeld dat die garantie volstaat. Het is immers voorgekomen dat een opgeëiste persoon - ondanks een gegeven detentiegarantie - is overgeplaatst naar een andere detentie-instelling, waardoor die opgeëiste persoon alsnog gevaar liep op een onmenselijke of vernederende behandeling. Dat kan de opgeëiste persoon ook overkomen. Daarbij kampen Belgische detentiecentra met overbevolking en slapen veel gedetineerden als gevolg daarvan op een matras in een veel te kleine cel. Op 12 januari 2024 zal er een nationale 24 uursstaking in de Belgische gevangenissen plaatsvinden. Hieruit kan worden afgeleid dat ook het gevangenispersoneel onderschrijft dat sprake is van zorgelijke omstandigheden in de Belgische detentiecentra. Voornoemde ontwikkelingen in België maken dan ook dat het van belang is dat er een herbeoordeling komt van de door de Belgische autoriteit afgegeven garanties. De raadsman komt tot de conclusie dat, gezien de actuele ontwikkelingen in België, de detentiegarantie zoals hij nu voorligt, niet meer voldoet.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de overlevering kan worden toegestaan. Er is een individuele detentiegarantie afgegeven die het gevaar voor de opgeëiste persoon op een onmenselijke of vernederende behandeling – alsook de zorgen van de raadsman – wegneemt. Een afgekondigde nationale 24-uursstaking in de Belgische gevangenissen geeft geen aanleiding om hier anders over te oordelen. In de incidentele gevallen waarin opgeëiste personen onverhoopt onder andere omstandigheden dan toegezegd in hun detentiegaranties zijn geplaatst, is dit telkens nadat hierover contact is opgenomen met de Belgische justitiële autoriteiten gelijk rechtgezet. Overigens geldt ook bij een eventuele overplaatsing de gegeven garantie met betrekking tot de omstandigheden waaronder de opgeëiste persoon gedetineerd zal zijn.
Oordeel van de rechtbank
Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank geoordeeld dat er, gelet op de detentieomstandigheden in België, ten aanzien van alle detentie-instellingen in België een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling en dat daarom de tot dan toe verstrekte algemene detentiegarantie niet meer voldeed. Op 7 december 2023 is daarom namens het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden – Dienst internationale samenwerking in strafzaken – Centrale autoriteit de navolgende garantie ten behoeve van de opgeëiste persoon gegeven:
“
1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?
[opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Haren indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.
2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?
België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.
In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:
- De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte.
Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.
- De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair.
O De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm
o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.
- De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.
- Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.
4Sanitaire en hygiëne omstandigheden
Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
8Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5, 6 en 7 Overleveringswet.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg in Brussel (België) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.J. Scheijde, voorzitter,
mrs. E. Biçer en A.K. Glerum, rechters,
in tegenwoordigheid van F.M.H. Albarda, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 januari 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. (of eerste, derde en vierde lid OLW)
Zie onderdeel e) van het EAB.
Rb. Amsterdam 14 december 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:7536.
HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.