Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-05-31
ECLI:NL:RBAMS:2024:3668
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,481 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/6639
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 mei 2024 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amstelveen, de heffingsambtenaar.
Procesverloop
Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Met de uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2023 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2024. Eiser is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Namens de heffingsambtenaar is verschenen [heffingsambtenaar] .
Overwegingen
1. Op 4 augustus 2023 stond de auto van eiser, met kenteken [kentekennummer] stil in een parkeervak ter hoogte van de [adres 1] in Amstelveen. Om 13:51 uur heeft een parkeercontroleur van de gemeente Amstelveen geconstateerd dat geen of te weinig parkeerbelasting was voldaan. Vervolgens is de naheffingsaanslag opgelegd.
2. Eiser stelt dat de naheffingsaanslag onterecht is opgelegd. Per vergissing heeft hij een verkeerde parkeerzone aangeklikt in de Yellowbrick-app. Eiser voert aan dat er geen opzet in het spel was en dat hij de intentie had om te betalen. Er is geen reden om aan te nemen dat hij bewust niet heeft betaald, zeker niet nu zijn werkgever zijn parkeerkosten vergoedt. Eiser geeft aan dat hij wel bereid is om het verschil in prijs tussen de parkeerzones te betalen aan de gemeente.
3. De heffingsambtenaar stelt dat uit de jurisprudentie volgt dat het de eigen verantwoordelijkheid is van de parkeerder om te controleren of deze via de app betaalt voor de juiste parkeerzone met dus ook het juiste tarief.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser voor het voldoen van de parkeerbelasting gebruik heeft gemaakt van de applicatie Yellowbrick. Eiser heeft op deze wijze parkeerbelasting betaald van 13:32 uur tot en met 14:06 uur voor het parkeren in de parkeerzone [zonenummer 1] ' [adres 2] ' in Amstelveen. Niet in geschil is dat de auto van eiser om 13:51 uur geparkeerd stond aan de [adres 1] in Amstelveen in parkeerzone [zonenummer 2] – waar een hoger tarief geldt voor parkeren – en dat eiser geen belasting heeft betaald voor het parkeren aldaar op dat tijdstip.
5. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld voor wiens rekening en risico het komt dat een verkeerde parkeerzone is ingetoetst waardoor het betalen van de belasting (onbedoeld) voor een lager tarief heeft plaatsgevonden. Het is vaste rechtspraak dat het gebruik van een parkeerapplicatie en eventuele foutieve gegevens die hierin zijn vermeld voor rekening en risico komen van de parkeerder. Een parkeerder heeft een onderzoeksplicht in die zin dat hij zich, voordat hij parkeert, op de hoogte moet stellen van de verschuldigdheid van (de hoogte van de) parkeerbelasting ter plaatse. Daarbij kan hij niet alleen afgaan op informatie in de parkeerapp, maar moet hij controleren of deze informatie juist is, bijvoorbeeld bij de aanwezige parkeerapparatuur of overige aanwezige bebording. Uit de door verweerder overgelegde plattegrond van de omgeving rondom de parkeerlocatie volgt dat eiser stond geparkeerd op zeer korte afstand van parkeerautomaat [automaatnummer] . Als eiser het zonenummer en/of de tarieven had gecontroleerd bij deze automaat, dan had eiser geweten dat hij in een andere zone stond dan zijn parkeerapp aangaf en dat hij op deze parkeerlocatie een hoger tarief aan parkeerbelasting verschuldigd was.
6. Voor zover eiser stelt dat hij niet bewust voor de onjuiste zone heeft betaald om goedkoper uit te zijn, merkt de rechtbank op dat hem hiervan ook geen verwijt wordt gemaakt. Parkeerbelasting is een objectieve belasting, waarbij opzet en schuld geen rol spelen en in beginsel geen rekening wordt gehouden met persoonlijke omstandigheden. Of eiser zich al dan niet bewust was van het betalen voor de onjuiste zone, is dan ook niet relevant.
7. Ten aanzien van de hoogte van de opgelegde naheffingsaanslag, overweegt de rechtbank dat deze wordt bepaald door het parkeertarief en de kosten die in rekening gebracht mogen worden. Op grond van artikel 234, vierde lid, van de Gemeentewet wordt de naheffingsaanslag altijd berekend op basis van het parkeertarief voor één uur parkeren ter plaatse. In dit geval is het parkeertarief ter plaatse € 16,00 voor één (tot en met vier) uur parkeren. De wet biedt geen ruimte om het wel betaalde parkeergeld hiermee te verrekenen. Voor de kosten die in rekening gebracht mogen worden is in de wet een maximum opgenomen. Met ingang van 1 januari 2023 is dat maximum vastgesteld op € 72,90. De heffingsambtenaar heeft conform de geldende parkeerverordening een bedrag van € 72,50 in rekening gebracht.
8. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar terecht aan eiser een naheffingsaanslag heeft opgelegd ter hoogte van € 88,50.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Speksnijder, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.M. Dost, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2024.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.