Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-01-09
ECLI:NL:RBAMS:2024:340
Strafrecht
Beschikking
1,828 tokens
Dictum
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
momenteel zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. J.C. Fleskens:
[adres] ,
hierna te noemen: veroordeelde.
Feiten
De meervoudige kamer heeft bij vonnis van 20 september 2022 veroordeelde een taakstraf van 120 uren met aftrek van voorarrest overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering opgelegd en bevolen dat voor het geval veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 60 dagen zal worden toegepast. De aftrek van het voorarrest bedroeg 7 uren, waarmee de duur van de taakstraf feitelijk neerkwam op 114 uren. Het vonnis is onherroepelijk.
Het Openbaar Ministerie heeft op 12 september 2023 beslist dat vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 22 september 2023 betekend.
Procedure
Het bezwaar is op 22 september 2023 op de griffie van deze rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft op 9 januari 2024 het bezwaar op de openbare terechtzitting behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van veroordeelde, mr. L.C. Fleskens en de officier van justitie op zitting gehoord.
Veroordeelde is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet op zitting verschenen.
Bezwaar
Het bezwaar richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie. Het strekt ertoe dat de rechtbank de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt en veroordeelde in de gelegenheid stelt (het restant van) de taakstraf alsnog te verrichten.
De verdediging heeft kort samengevat aangevoerd dat veroordeelde graag nog een kans krijgt de taakstraf alsnog uit te voeren. Veroordeelde heeft de goede bedoeling gehad en wil de taakstraf wel uitvoeren, maar het lijkt toch niet te zijn gelukt. Het is eerder misgegaan in de communicatie vanuit veroordeelde. Juist daarom heeft veroordeelde een familielid meegenomen naar het intakegesprek met de reclassering. Hieruit blijkt dat veroordeelde wel de intentie heeft om de taakstraf uit te voeren. De verdediging verzoekt daarom om veroordeelde alsnog in de gelegenheid te stellen om de taakstraf uit te voeren.
Standpunt van de reclassering
Uit het rapport van Leger des Heils Amsterdam d.d. 4 september 2023, opgemaakt door mevrouw [persoon] , blijkt dat veroordeelde de opgelegde taakstraf niet heeft verricht.
Het standpunt uit het reclasseringsrapport luidt – zakelijk weergegeven – dat veroordeelde tijdens het intakegesprek van 12 mei 2023 te kennen heeft gegeven alle 114 uur aaneengesloten bij de tuinen te willen werken, zodat hij er zo snel mogelijk vanaf is. Er was een familielid aanwezig bij de intake. Op 31 mei 2023 zou veroordeelde starten met de uitvoering van de werkstraf. Echter kreeg de werkstrafmedewerker op 28 mei 2023 bericht van het familielid dat veroordeelde niet op de afspraak kon verschijnen door privéomstandigheden waardoor veroordeelde met spoed naar [geboorteland] moest gaan. Volgens het familielid zou veroordeelde rond 11 juni 2023 terug in Nederland zijn. Op 26 juni 2023 heeft de werkstrafmedewerker contact opgenomen met veroordeelde. Hieruit bleek dat veroordeelde nog steeds niet terug was in Nederland. Wederom werd er toegezegd dat er zo snel mogelijk over de startdatum contact zou worden opgenomen. Hierna heeft de werkstrafmedewerker nog twee keer geprobeerd om contact op te nemen met veroordeelde, echter werd hier niet meer op gereageerd.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het bezwaar ongegrond verklaard moet worden. Veroordeelde heeft geen verantwoordelijkheid genomen om de taakstraf uit te voeren. In maart 2023 heeft de politierechter ook al een verlenging van de termijn voor uitvoering van de taakstraf gegeven. Daarnaast is veroordeelde vandaag niet ter terechtzitting aanwezig om duidelijkheid te geven over de reden waarom veroordeelde naar [geboorteland] is gegaan en waarom hij geen contact met de reclassering heeft opgenomen voor het afspreken van een nieuwe startdatum. Zonder deze duidelijkheid kan de officier van justitie niet anders dan vragen om het bezwaarschrift ongegrond te verklaren.
Beoordeling
Het bezwaar is tijdig ingediend.
De politierechter heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:
het hiervoor genoemde vonnis;
het rapport van Leger des Heils Amsterdam, van 4 september 2023;
de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis;
het bezwaar van veroordeelde.
De politierechter is – gelet op de inhoud van de stukken en op hetgeen tijdens de behandeling naar voren is gekomen – van oordeel dat veroordeelde verwijtbaar de opgelegde taakstraf niet volledig heeft verricht, zodat de officier van justitie terecht de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis heeft bevolen.
Artikel 6:3:3, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering houdt in dat als de tot een taakstraf veroordeelde niet begint met de taakstraf, geen medewerking verleent aan het vaststellen van zijn identiteit of het Openbaar Ministerie van oordeel is dat veroordeelde de opgelegde taakstraf niet naar behoren verricht of heeft verricht, vervangende hechtenis wordt toegepast, tenzij dit wegens uitzonderlijke omstandigheden die zich na het opleggen van de taakstraf hebben voorgedaan, zou leiden tot een onbillijkheid van zwaarwegende aard.
Uit hetgeen door de raadsvrouw is aangevoerd en uit de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde is de politierechter niet gebleken van de aanwezigheid van bovengenoemde uitzonderlijke omstandigheden. De politierechter kan niet vaststellen dat er sprake is van onmacht van veroordeelde voor het uitvoeren van de taakstraf. Naast het feit dat de reclassering steeds opnieuw heeft geprobeerd contact op te nemen met veroordeelde, heeft veroordeelde ook zelf verzuimd contact op te nemen dan wel te verschijnen. Het is aan veroordeelde zelf te wijten dat er een beslissing tot omzetting van de taakstraf ligt. Er wordt daarom geen aanleiding gezien om het bezwaar gegrond te verklaren.
Het bezwaar zal ongegrond worden verklaard. De politierechter beoordeelt de vervangende hechtenis op 57 (zevenenvijftig) dagen.
Dictum
De politierechter:
verklaart het bezwaar ongegrond;
bepaalt dat het bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis kan worden uitgevoerd, met dien verstande dat voor iedere twee uren die van de te verrichten taakstraf zijn voldaan, de duur van de vervangende hechtenis wordt verminderd met een dag.
Deze beslissing is gegeven door
mr. J.G. Vegter, politierechter,
in tegenwoordigheid van mr. B. Ketelaers, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2024.