Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-05-08
ECLI:NL:RBAMS:2024:3288
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,887 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/734517 / HA ZA 23-528
Vonnis van 8 mei 2024
in de zaak van
de naamloze vennootschap
ADYEN N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaat mr. J.B.R. Regouw te Amsterdam,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde,
advocaat onttrokken,
2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 1] ,
gedaagde,
advocaat mr. G.J.C.R. Romet te Rotterdam,
3. [gedaagde 3],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. S.A.P. van den Berg te 's-Gravenhage,
4. [gedaagde 4],
wonende te [woonplaats 3] ,
gedaagde,
advocaat mr. E. Baldan te Deventer,
5. [gedaagde 5],
wonende te [woonplaats 4] ,
gedaagde,
niet verschenen,
6. [gedaagde 6],
wonende te [woonplaats 4] ,
gedaagde,
niet verschenen,
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 7] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
niet verschenen,
8. [gedaagde 8],
wonende te [woonplaats 6] ,
gedaagde,
niet verschenen,
9. [gedaagde 9],
wonende te [woonplaats 4] ,
gedaagde,
niet verschenen,
10. [gedaagde 10],
wonende te [woonplaats 4] ,
gedaagde,
niet verschenen,
11. [gedaagde 11],
wonende te [woonplaats 4] ,
gedaagde,
niet verschenen,
12. [gedaagde 12],
wonende te [woonplaats 5] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:- de dagvaarding van 3 maart 2023, met producties, - de conclusie van antwoord van [gedaagde 2] , tevens vordering in incident, met producties 1 tot en met 4,
- het vonnis in incident van 4 oktober 2023,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 4] ,- de conclusie van antwoord van [gedaagde 3] , met één productie,
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 8 februari 2024 en de daarin genoemde stukken,- de e-mail van 25 april 2024 van mr. Romet met opmerkingen op het proces-verbaal.
1.2.
Daarna is bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.
2De zaak in het kort
2.1.
Adyen is een bedrijf dat online betaaldiensten verleent. Adyen werkt onder andere samen met Moneybird, een online boekhoudprogramma. Gebruikers van Moneybird kunnen hun te innen facturen indienen bij Moneybird, waarna Adyen de daadwerkelijke incasso op zich neemt. In de periode 20 januari tot en met 2 februari 2023 is Adyen slachtoffer geworden van fraude met SEPA-incasso’s.
2.2.
Een SEPA-incasso houdt in dat een schuldeiser aan Adyen laat weten dat zij een vordering heeft op een schuldenaar en dat zij door die schuldenaar is gemachtigd om dat geldbedrag van diens bankrekening te innen. Adyen gaat die handeling vervolgens uitvoeren voor de schuldeiser en benadert daarvoor de bank van de schuldenaar. Soms duurt het een aantal dagen voordat het geld van de rekening van de schuldenaar, via de rekening van Adyen, op de rekening van de schuldeiser staat. Als dat langer dan twee dagen duurt, schiet Adyen het opgegeven bedrag uit de SEPA-incasso (mits lager dan € 500,-) in principe voor, zodat de schuldeiser het geld toch na twee dagen ontvangt. De fraude bestaat eruit dat misbruik is gemaakt van die door Adyen geboden service.
2.3.
Adyen heeft binnen een tijdsbestek van anderhalve week ruim 16.000 frauduleuze betaalopdrachten van ieder iets minder dan € 500,- ontvangen via de accounts van gedaagden op Moneybird met een totale waarde van € 8 miljoen. Adyen heeft een gedeelte van die incasso-opdrachten voorgeschoten en daarna bleek dat de bankrekeningen waarvan het geld moest worden afgeschreven niet bestonden, geen positief saldo hadden of dat het bedrag werd teruggeboekt omdat de schuldenaar niet bekend was met de incasso-opdracht. Adyen had op dat moment al een bedrag van meer dan € 2.647.415,- voorgeschoten. Dit is het bedrag dat Adyen in deze procedure terugvordert.
2.4.
De SEPA-incasso opdrachten zijn verstrekt vanaf de accounts bij Moneybird van de gedaagden in deze procedure. Het geld is ook overgemaakt naar hun bankrekeningen.
2.5.
Adyen heeft een lijst in het geding gebracht waarin staat hoeveel geld zij precies naar iedere gedaagde heeft overgemaakt. Die lijst ziet er als volgt uit:
Om privacy redenen is de afbeelding verwijderd.
Geschil
3.1.
Adyen vordert , na eiswijziging, dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis primair gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 2.647.415,-, subsidiair gedaagden ieder afzonderlijk veroordeelt tot terugbetaling van de in punt 2.5 opgenomen bedragen en in beide gevallen rekening houdt met de winst die gedaagden hebben gemaakt, als bedoeld in artikel 6:104 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ieder bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2023 en gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de proceskosten. 3.2. Adyen legt onder andere aan haar vorderingen ten grondslag dat sprake is van een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW, die maakt dat gedaagden het door hen ontvangen bedrag dienen terug te betalen. Bovendien hebben zij de onrechtmatige daad in groepsverband gepleegd, dat maakt dat zij op grond van artikel 6:166 BW ieder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het geheel van de schade. Gedaagde sub 7 wordt verder verweten dat hem als bestuurder van gedaagde sub 8 een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt, op grond waarvan hij aansprakelijk is.
3.3.
[gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] betwisten onderdeel te zijn van de fraude. Gedaagde sub 1 ( [gedaagde 1] ) is verschenen in de procedure, maar heeft geen verweer gevoerd.
verweer [gedaagde 2]
3.3.1. [gedaagde 2] betwist een account te hebben aangemaakt bij Moneybird (en daarmee indirect bij Adyen). Hoe het kan dat derden de beschikking hebben gekregen over zijn legitimatiebewijs om een account aan te maken bij Moneybird, kan [gedaagde 2] niet verklaren, maar hij heeft het in ieder geval niet zelf gedaan. [gedaagde 2] werkt als zelfstandige in de zorg. Hij is op werk benaderd door [naam] , een collega, die vroeg of [gedaagde 2] hem kon helpen. De opdrachtgever van [gedaagde 2] en [naam] had namelijk besloten om facturen voortaan enkel uit te betalen op zakelijke bankrekeningen en [naam] beschikte daar nog niet over. [gedaagde 2] heeft zijn eigen zakelijke bankrekening beschikbaar gesteld aan [naam] door hem een oud telefoontoestel te verstrekken met daarop de ING internetbankieren app.
Op 1 februari constateerde [gedaagde 2] dat er een bedrag van € 100.007,55 was bijgeschreven op zijn bankrekening en heeft [gedaagde 2] direct contact opgenomen met ING om te zeggen dat dit niet klopt. ING heeft de rekening geblokkeerd. Daarmee heeft [gedaagde 2] schadebeperkend gehandeld en is het geld niet bij de daadwerkelijke fraudeur terecht gekomen. [gedaagde 2] realiseerde zich op een later moment dat de fraude moet zijn gepleegd door [naam] . [gedaagde 2] is gebruikt als geldezel. [gedaagde 2] is geen onderdeel van de fraude en hij heeft ook zeker niet gehandeld als deelnemer van een groep. De primaire vordering dient dan ook te worden afgewezen. Het geld staat bevroren op de bankrekening van [gedaagde 2] . [gedaagde 2] heeft meermaals verklaard hier afstand van te doen en het geld kan worden terug overgemaakt aan Adyen. Adyen heeft dan ook geen belang bij haar subsidiaire vordering jegens [gedaagde 2] , want hij heeft het geld niet in zijn macht.
verweer [gedaagde 4]
3.3.2. [gedaagde 4] betwist ook dat hij een account heeft aangemaakt bij Moneybird. [gedaagde 4] ontdekte de fraude pas toen hij een brief kreeg van ABN AMRO dat ze zijn zakelijke bankrekening hadden geblokkeerd omdat er betalingen binnen waren gekomen die afkomstig zijn van fraude. Het geld is vanaf de rekening van [gedaagde 4] doorbetaald naar een onderneming genaamd IBMS B.V., die ook bankiert bij ABN AMRO. Die rekening is ook geblokkeerd en het geld staat daar vast. [gedaagde 4] kan niet verklaren hoe het kan dat het geld vanaf zijn zakelijke rekening is doorbetaald aan IBMS B.V. [gedaagde 4] is in ieder geval geen onderdeel van de fraude en ook zeker niet van een groep die gezamenlijk heeft gefraudeerd. Daarnaast is sprake van eigen schuld doordat Adyen grote sommen geld voorschiet zonder dat zij controleert of zij dit geld ook daadwerkelijk kan innen.
verweer [gedaagde 3]
3.3.3. [gedaagde 3] betwist ook dat hij een account heeft aangemaakt bij Moneybird. [gedaagde 3] is het slachtoffer van identiteitsfraude. [gedaagde 3] is een tijdlang drugsverslaafd geweest en heeft, om aan geld te komen, zijn bankpas, met pincode verkocht. Op een later moment heeft [gedaagde 3] aan dezelfde persoon een foto van zichzelf, terwijl hij zijn paspoort naast zijn gezicht houdt, verkocht. [gedaagde 3] is pas op de hoogte van de fraude sinds hij de dagvaarding heeft ontvangen.
Beoordeling
4.1.
De gedaagden onder sub 5 tot en met 12 zijn niet verschenen in dit geding. Tegen hen zal verstek worden verleend. Gedaagde sub 1, [gedaagde 1] , is wel verschenen, maar heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. Er zal ten aanzien van alle gedaagden één vonnis worden gewezen dat op grond van artikel 140 Rv dient te worden beschouwd als vonnis op tegenspraak. De rechtbank zal ten aanzien van de niet verschenen gedaagden, conform artikel 139 Rv, de vordering toewijzen, tenzij deze haar onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Onrechtmatige daad
4.2.
Adyen heeft aangevoerd dat sprake is van een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW. Daarvoor is vereist dat sprake is van een onrechtmatige gedraging door gedaagden, die aan hen toerekenbaar is. Indien dat zo is dienen gedaagden de door Adyen geleden schade te vergoeden.
4.3.
Er is inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van Adyen, door haar zonder rechtsgrond te bewegen tot het overmaken van sommen geld. De rechtbank is van oordeel dat die onrechtmatige gedraging ook toerekenbaar is aan gedaagden. Daaraan ligt het volgende ten grondslag.
4.4.
Het geld is overgemaakt naar de bankrekeningen van gedaagden, nadat via accounts op hun naam bij Moneybird facturen zijn ingediend.De rechtbank gaat niet mee in het standpunt van [gedaagde 2] , [gedaagde 4] en [gedaagde 3] dat zij geen overeenkomst zijn aangegaan met Adyen, dan wel Moneybird. Om überhaupt facturen te kunnen indienen bij Moneybird, waaruit Moneybird vervolgens SEPA-incasso’s genereert voor Adyen, moet een aanmeldingsproces worden doorlopen waarbij onder andere een geldig legitimatiebewijs wordt ingediend en de geboortedatum, het adres, nationaliteit en de persoons- en bankgegevens worden verstrekt. Daarnaast moet vanaf de opgegeven bankrekening een verificatietransactie worden verricht. Al die stappen maken dat de rechtbank het onwaarschijnlijk acht dat een derde een account aanmaakt op naam van een ander. [gedaagde 2] , [gedaagde 4] en [gedaagde 3] hebben daarvoor ook geen plausibele verklaring gegeven. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat [gedaagde 2] , [gedaagde 4] en [gedaagde 3] dit zelf hebben gedaan.
4.4.1.
Voor zover de rechtbank [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zou volgen in hun stelling dat een ander misbruik heeft gemaakt van hun gegevens, maakt dat het oordeel niet anders. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hebben in dat geval die ander namelijk zelf toegang gegeven tot (een deel van) de benodigde gegevens. Daarmee hebben zij grof nalatig gehandeld en alle consequenties van dergelijke handelingen kunnen [gedaagde 2] en [gedaagde 3] worden toegerekend. Het is namelijk een feit van algemene bekendheid dat criminelen misbruik maken van persoonsgegevens, zoals een legitimatiebewijs of bankgegevens. Door die te verstrekken aan anderen hebben [gedaagde 2] en [gedaagde 3] het risico van misbruik op de koop toe genomen en hebben zij de betrouwbaarheid van het financiële systeem in gevaar gebracht.
4.5.
Vast staat dat Adyen door de fraude schade heeft geleden. Dat betekent dat sprake is van een onrechtmatige daad en dat de gedaagden in ieder geval aansprakelijk zijn voor die schade ter hoogte van het geld dat zij ieder op hun eigen bankrekeningen hebben ontvangen. Dit geldt ook voor de niet verschenen gedaagden, nu de vordering de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Onrechtmatige daad in groepsverband
4.6.
In artikel 6:166 BW is bepaald dat indien één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband zij hoofdelijk aansprakelijk zijn indien deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend.
4.6.1.
Om te kunnen spreken van een handelen in groepsverband is niet voldoende dat de handelingen van verschillende personen min of meer samenlopen. Er moet zijn voldaan aan een objectief en een subjectief criterium. Het objectieve criterium houdt in dat de individuele deelnemer een bijdrage heeft geleverd aan de gedragingen die het gevaar voor schade hebben doen ontstaan. Het gaat hier om concrete onrechtmatige handelingen in groepsverband die schade hebben veroorzaakt. Het subjectieve criterium houdt in dat sprake moet zijn van een bewuste samenhang tussen de gedragingen van de deelnemers van de groep. De aangesprokene moet weten of behoorde te weten dat het groepsoptreden de kans schiep op de in dit geval opgetreden schade.
4.7.
Volgens Adyen is sprake van een groep omdat gedaagden zich allemaal tegelijkertijd hebben aangemeld bij Moneybird. Bij die aanmelding is het Know Your Customer-proces doorlopen, waarbij gedaagden allerlei informatie moesten aanleveren. Daarna hebben zij in dezelfde korte periode, met gebruikmaking van exact dezelfde methode een enorm aantal ongedekte incasso-opdrachten gegeven. Het kan niet zo zijn dat een groep van twaalf personen op hetzelfde moment fraudeert. Dat moet een groter opgezet plan zijn, waarbij iedere gedaagde wist dat hij deel uitmaakte van een groter geheel. Hiermee is voldaan aan de gedachte achter artikel 6:166 BW, aldus Adyen.
4.8.
De rechtbank volgt Adyen niet in dit betoog. [gedaagde 2] , [gedaagde 4] en [gedaagde 3] betwisten dat zij elkaar kennen. Dat dit anders zou zijn, is niet gebleken. Om te kunnen spreken van een groep moeten gedaagden zich ervan bewust zijn (geweest) dat er andere betrokkenen zijn. De in dit geval door Adyen geschetste modus operandi is daarvoor onvoldoende. Dat de voor het slagen van de fraude cruciale handelingen gelijktijdig plaatsvonden en dat ook die gelijktijdigheid zelf cruciaal was duidt op gecoördineerde aansturing, maar betekent niet zonder meer dat de uitvoerders zoals gedaagden zich daarvan bewust waren. Dat laatste is onvoldoende komen vast te staan, zodat niet kan worden gesproken van een onrechtmatige daad in groepsverband. Dat betekent ook dat gedaagden niet hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het geheel van de schade.
Winstafdracht?
4.9. Adyen heeft verder gevorderd dat gedaagden de door hen gemaakte winst afdragen. Adyen heeft echter niet onderbouwd dat gedaagden, bovenop het bedrag dat aan hen is overgemaakt, winst hebben gemaakt en dat er dus extra geld is gecreëerd dat aan Adyen dient te worden betaald. De gevorderde winstafdracht zal worden afgewezen.
Bestuurdersaansprakelijkheid
4.10.
Adyen heeft gedaagde nummer 7, [gedaagde 8] , ook aansprakelijk gesteld wegens bestuurdersaansprakelijkheid in zijn hoedanigheid van bestuurder (en enig aandeelhouder) van zijn onderneming [gedaagde 7] (die zelf eveneens is gedaagd). De vordering zal hoofdelijk worden toegewezen aangezien het de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt dat [gedaagde 8] in het kader van bestuurdersaansprakelijkheid een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.
Conclusie
4.11.
Gedaagden zullen op grond van een door hen gepleegde onrechtmatige daad worden veroordeeld tot terugbetaling van het door ieder van hen ontvangen bedrag zoals opgenomen in overweging 2.5.
4.12.
[gedaagde 2] en [gedaagde 4] hebben nog aangevoerd dat sprake is van eigen schuld van Adyen in de zin van artikel 6:101 BW. Om op grond van dat artikel de schadevergoedingsverplichting te verminderen is vereist dat sprake is van omstandigheden die aan de benadeelde kunnen worden toegerekend. De benadeelde moet dan bijvoorbeeld onvoorzichtig, onzorgvuldig of verkeerd hebben gehandeld. De rechtbank is van oordeel dat hier in dit geval geen sprake van is. Het bedrijfsmodel van Adyen maakt dat zij bedragen onder de € 500,- vooruitbetaalt. Daar is willens en wetens misbruik van gemaakt door een gigantische hoeveelheid frauduleuze incasso-opdrachten aan te maken van minder dan € 500,-. Adyen heeft geen eigen schuld aan dit misbruik.
4.13.
Dat op het door [gedaagde 2] ontvangen bedrag al beslag is gelegd en [gedaagde 2] afstand heeft gedaan van dat geld, betekent niet dat Adyen geen belang heeft bij haar vordering jegens hem. Adyen heeft ter zitting toegelicht dat zij het geld tot op heden niet kan ontvangen omdat hier ook strafvorderlijk beslag op ligt en dat zij wil proberen om dat terug te krijgen nadat zij middels een vonnis een executoriale titel heeft gekregen. Adyen heeft recht op vergoeding van haar schade. Of dat geld vanaf de geblokkeerde ING-rekening op naam van [gedaagde 2] , via het OM of door [gedaagde 2] aan haar wordt betaald is minder relevant voor Adyen. Om die reden heeft Adyen belang bij een veroordeling van [gedaagde 2] tot betaling. Het is uiteraard zo dat Adyen niet beter mag worden van de schadevergoeding, dus eventuele bedragen die zij in mindering op haar vordering op [gedaagde 2] ontvangt komen in mindering op het bedrag dat Adyen nog van [gedaagde 2] kan vorderen.
4.14.
De gevorderde wettelijke rente vanaf 2 februari 2023 is niet betwist en zal worden toegewezen.
Proceskosten
4.15.
De gedaagden zullen, als de in het ongelijk gestelde partijen, in de proceskosten worden veroordeeld. Gedaagden zullen hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van de proceskostenveroordeling. Dat houdt in dat zij ieder voor het geheel van de proceskosten aansprakelijk zijn. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het door de Hoge Raad bepaalde uitgangspunt (zie HR 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1942).
4.16.
De proceskosten worden tot op heden begroot op:- dagvaarding € 1.287,84 (€ 107,32 x 12)- griffierecht € 4.385,00- salaris advocaat € 8.714,00 (2 punten x € 4.357,00)- nakosten € 2.136,00 (€ 178,00 x 12)Totaal € 16.522,84
4.17.
De verhoging over de nakosten en de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De rechtbank
5.1.
veroordeelt [gedaagde 1] (gedaagde sub 1) tot betaling van € 295.098,51 te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 2 februari 2023 tot de dag van algehele betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde 2] (gedaagde sub 2) tot betaling van € 100.007,55, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 2 februari 2023 tot de dag van algehele betaling,
5.3.
veroordeelt [gedaagde 4] (gedaagde sub 3) tot betaling van € 588.179,37, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 2 februari 2023 tot de dag van algehele betaling,
5.4.
veroordeelt [gedaagde 3] (gedaagde sub 4) tot betaling van € 294.690,33, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 2 februari 2023 tot de dag van algehele betaling,
5.5.
veroordeelt [gedaagde 5] (gedaagde sub 5) tot betaling van € 183.673,80 te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 2 februari 2023 tot de dag van algehele betaling,
5.6.
veroordeelt [gedaagde 6] (gedaagde sub 6) tot betaling van € 75.119,48, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 2 februari 2023 tot de dag van algehele betaling,
5.7.
veroordeelt [gedaagde 7] en [gedaagde 8] (gedaagden sub 7 en 8) hoofdelijk tot betaling van € 449.224,72, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 2 februari 2023 tot de dag van algehele betaling,
5.8.
veroordeelt [gedaagde 9] (gedaagde sub 9) tot betaling van € 74.784,00, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 2 februari 2023 tot de dag van algehele betaling,
5.9.
veroordeelt [gedaagde 10] (gedaagde sub 10) tot betaling van € 159.229,85, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 2 februari 2023 tot de dag van algehele betaling,
5.10.
veroordeelt [gedaagde 11] (gedaagde sub 11) tot betaling van € 164.144,63, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 2 februari 2023 tot de dag van algehele betaling,
5.11.
veroordeelt [gedaagde 12] (gedaagde sub 12) tot betaling van € 263.263,20 te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 2 februari 2023 tot de dag van algehele betaling,
5.12.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 16.522,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, moeten gedaagden € 92,- per gedaagde extra betalen, plus de kosten van betekening,
5.13.
veroordeelt gedaagden in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
5.14.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.15.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Wouters, rechter, bijgestaan door mr. Z.S. Lintvelt, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2024.