Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-04-17
ECLI:NL:RBAMS:2024:2699
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
678 tokens
Dictum
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 2 april 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek, dat is ingediend door de Oberstaatsanwältin Bamberg op 6 februari 2024 en is vergezeld van een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door het Landgericht Bamberg (Duitsland) op 8 januari 2024, betreft:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] (Afghanistan),
thans gedetineerd in Duitsland,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
Beoordeling
Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De overgeleverde persoon is op 20 april 2023, in het bijzijn van zijn raadsman, gehoord door de rechter-commissaris bij de Kantonrechtbank te Bamberg.
Uit het betreffende proces-verbaal in samenhang met de aanbiedingsbrief van de Oberstaatsanwältin in Bamberg van 6 februari 2024 leidt de rechtbank af dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.
Dictum
De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [opgeëiste persoon]
voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 17 april 2024 door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mr. H.J. Bos en mr. A.L. op ‘t Hoog rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffiers,
HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.