Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-04-24
ECLI:NL:RBAMS:2024:2691
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,050 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/269682-23
Datum uitspraak: 24 april 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 27 februari 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 5 juli 2023 door The Warsaw Regional Court (Polen), hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1989,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de [detentieadres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 april 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat te Breda, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt a non-appealable judgement by the Warsaw Regional Court of 17 October 2018 under court ref. no. VIII K 140/14, modified by the judgement of the Warsaw Court of Appeal of 22 February 2022 under court ref. no. II AKa 205/20.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 8 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde feit.
Dit arrest betreft de volgende feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
4. Heropening van het onderzoek ter beoordeling van de ontvankelijkheid van
de officier van justitie.
Bij de rechtbank is informatie binnengekomen dat de Poolse autoriteiten het EAB hebben ingetrokken.
De rechtbank heropent het op 10 april 2024 gesloten onderzoek op grond van deze informatie.
De rechtbank stelt vast dat de huidige grondslag van het EAB is komen te vervallen en dat de officier van justitie niet kan worden ontvangen in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, zodat de rechtbank haar in die vordering niet-ontvankelijk zal verklaren.
De rechtbank sluit het onderzoek.
Dictum
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
Heft op het bevel tot gevangenhouding.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. P. Sloot en A.L. op ‘t Hoog, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 april 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.