Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-03-13
ECLI:NL:RBAMS:2024:2682
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,619 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/212792-23
Datum uitspraak: 13 maart 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 27 december 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 28 september 2022 door de Provincial Court of Malaga – Eighth Section (Spanje) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
Zitting 15 februari 2024
De behandeling van het EAB is aangevangen in aanwezigheid van
mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Ebbink, advocaat in Haarlem. Het onderzoek ter zitting is geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aanvullende informatie op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Zitting 28 februari 2024
De behandeling van het EAB is hervat in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman,
mr. J.W. Ebbink.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.
3Verzoek tot aanhouding
De raadsman heeft gesteld dat hij pas ter zitting kennis heeft genomen van de e-mail van 21 februari 2024 van de Spaanse autoriteiten waarin aanvullende informatie wordt gegeven.
De raadsman verzoekt om aanhouding van de behandeling van de zaak om in Spanje te kunnen nagaan of de gegeven informatie klopt.
De officier van justitie verzet zich tegen het verzoek tot aanhouding.
De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding van de raadsman af.
Op grond van het vertrouwensbeginsel dient immers te worden uitgegaan van de juistheid van de door de Spaanse autoriteiten verstrekte informatie.
4Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een search and arrest warrant and detention order issued by the 8th section of the provincial court of Málaga on 21/11/2019, as well as the order of rebellion dated 25/11/2019 in the expedited procedure 13/2019.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Spaans recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in het EAB.
5Strafbaarheid
5.1.
Deelname aan de criminele organisatie
Bij e-mail van 21 februari 2024 hebben de Spaanse autoriteiten het volgende meegedeeld:
“The Public Prosecutor requested that [opgeëiste persoon] be sentenced for membership of a criminal
organisation, but this cannot be considered following the acquittal of his co-perpetrators of the offence.”
De rechtbank leidt uit het bovenstaande af dat de Spaanse autoriteiten niet langer de overlevering van de opgeëiste persoon verzoeken voor het feit van deelname aan een criminele organisatie.
5.2
Feiten
Onderzoek naar de feiten met betrekking tot de handel in verdovende middelen waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven nu de uitvaardigende justitiële autoriteit deze feiten heeft aangeduid als zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld. Deze feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:
Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van deze feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5.3
Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit van mishandeling van een opsporingsambtenaar niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
Poging tot zware mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
6De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
Standpunt raadsman
De e-mail van 21 februari 2024 van de Spaanse autoriteiten kan niet als een onvoorwaardelijke terugkeergarantie worden gezien met als gevolg dat de overlevering dient te worden geweigerd.
Standpunt officier van justitie
De door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte terugkeergarantie voldoet want uit de aanvullende informatie blijkt dat deze onvoorwaardelijk is.
Oordeel van de rechtbank
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Hij woont en werkt immers al weer enkele jaren in Nederland, na een tijdelijk verblijf in Spanje. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De president of the Provincial Court of Malaga, section 8, heeft bij brief van 2 februari 2024 onder meer het volgende meegedeeld:
“Urgently send an e-mail to the Netherlands stating that it is ENSURED that the accused [opgeëiste persoon]
, if sentenced in the present case to unconditional and irrevocable
imprisonment in Spain, will be allowed to carry out this sentence in the Netherlands, in
accordance with the international conventions signed by Spain in this matter.
Against this decision there may be an appeal in SUPPLICATE which may be lodged with this Court by means of a document authorised by a lawyer and representative within THREE DAYS from the day following the last notification of the decision.”
Het openbaar Ministerie heeft bij e-mail van 21 februari 2024 naar aanleiding van het bovenstaande de volgende vraag gesteld:
Could you inform me whether the guarantee of return is irrevocable (considering the possibility of appeal as mentioned in the judicial resolution dated 2 February 2024)?”
Bij e-mail van 21 februari 2024 heeft the Provincial Court of Malaga het volgende meegedeeld:
“With regard to the last question, there is no objection to the guarantee of return at the end of the trial.”
Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee voldoende duidelijk dat de terugkeergarantie onvoorwaardelijk is, nu daartegen geen beroep of verzet meer mogelijk is.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
8Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 45 , 302 en 304 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Provincial Court of Malaga – Eighth Section (Spanje) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,
mrs. G.M. Beunk en B.M. Vroom-Cramer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 maart 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.