Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-01-17
ECLI:NL:RBAMS:2024:157
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,153 tokens
Inleiding
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/735887 / HA ZA 23-613
Vonnis van 17 januari 2024
in de zaak van
de stichting
STICHTING DIERENRECHT,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Dierenrecht,
advocaat: mr. H.P. Wellenberg te Amsterdam,
tegen
de vereniging
RAAD VAN BEHEER OP KYNOLOGISCH GEBIED IN NEDERLAND,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Raad van Beheer,
advocaat: mr. A.B. Lever te Zwolle.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 juni 2023, met producties,
- het vonnis in incident van 11 oktober 2023 en de daarin genoemde processtukken,
- de conclusie van antwoord strekkende tot niet-ontvankelijkheid ex artikel 1018C Rv,
- het B6-formulier van 4 december 2023 van de zijde van Dierenrecht, waarin onder andere staat dat deze procedure kan worden doorgehaald,
- het B11-formulier van 5 december 2023 van de zijde van de Raad van Beheer, waarin staat dat de Raad van Beheer niet instemt met het verzoek tot doorhaling en de rechtbank verzoekt om vonnis te wijzen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
De Raad van Beheer heeft zich in haar conclusie van antwoord op het standpunt gesteld dat Dierenrecht niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen, onder andere omdat Dierenrecht de dagvaarding niet heeft laten aantekenen in het centraal register voor collectieve acties.
2.2.
Dierenrecht heeft bij haar verzoek tot doorhaling toegelicht dat zij de dagvaarding inderdaad niet heeft laten inschrijven in het register voor collectieve acties, terwijl zij dit wel had moeten doen. Dierenrecht heeft daarom laten weten dat zij opnieuw een dagvaarding zal uitbrengen, dat deze procedure kan worden doorgehaald en dat zij zich wat betreft de proceskosten refereert aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Uit artikel 246 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering volgt dat doorhaling alleen plaatsvindt als beide partijen met de doorhaling instemmen. In dit geval heeft de Raad van Beheer niet ingestemd met het verzoek van Dierenrecht. De zaak is daarom niet doorgehaald.
2.4.
Omdat Dierenrecht heeft laten weten dat deze procedure kan worden doorgehaald, worden haar vorderingen in deze zaak als ingetrokken beschouwd. De rechtbank zal daarom alleen nog over de proceskosten beslissen. Dierenrecht heeft na ontvangst van de conclusie van antwoord erkend dat zij heeft nagelaten om de dagvaarding te laten inschrijven in het register voor collectieve acties. Daarom wordt zij veroordeeld om de proceskosten (inclusief nakosten) van de Raad van Beheer te betalen. De proceskosten worden begroot op:
- griffierecht
€
676,00
- salaris advocaat
€
598,00
(1 punt, tarief II)
- nakosten
€
173,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.447,00
Dictum
De rechtbank
3.1.
veroordeelt Dierenrecht in de proceskosten, aan de zijde van Raad van Beheer tot dit vonnis vastgesteld op € 1.447,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dierenrecht niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dierenrecht € 90,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
3.2.
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Bockwinkel en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2024.