Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-09-15
ECLI:NL:RBAMS:2023:9087
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,532 tokens
Inleiding
proces-verbaal
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 10513896 EA VERZ 23-505
proces-verbaal van: 15 september 2023
func.: 25
proces-verbaal in de zaak van
de besloten vennootschap GVB Exploitatie B.V.
wonende te Amsterdam
verzoekster
nader te noemen: GVB
gemachtigde: mr. A.M.J. Bouman
t e g e n
[verweerder]
wonende te [woonplaats]
verweerder
nader te noemen: [verweerder]
gemachtigde: mr. D.P.J. Sarican-van Haas
Tegenwoordig zijn mr. J.H.J. Evers, kantonrechter, en mr. H.H. Sigler, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:
[naam 1] , [naam 2] en [naam 3] namens GVB, bijgestaan door de gemachtigde;
[verweerder] in persoon, vergezeld door de gemachtigde.
GVB heeft verzocht de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, primair wegens verwijtbaar handelen en subsidiair wegens een verstoorde arbeidsrelatie en daarbij primair geen rekening te houden met de opzegtermijn aangezien de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen en subsidiair rekening te houden met het feit dat opzegging op grond van de bedrijfs-cao van GVB tegen iedere maand mogelijk is en de proceduretijd in mindering te brengen en voor recht te verklaren dat de verstoorde arbeidsrelatie aan [verweerder] te wijten is, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure.
[verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd en bij wijze van tegenverzoek primair verzocht om de gevraagde ontbinding te weigeren en subsidiair, voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, rekening te houden met de wettelijke opzegtermijn van twee maanden, GVB te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding en afgifte van deugdelijke netto/bruto specificaties, met veroordeling van GVB in de kosten van de procedure.
Partijen hebben hun standpunten toegelicht en op elkaars standpunten gereageerd. De kantonrechter heeft de zitting eenmaal voor korte tijd geschorst, om partijen in de gelegenheid te stellen in onderling overleg tot overeenstemming te komen. Na hervatting van de zitting hebben partijen laten weten dat er op dat moment onvoldoende aanknopingspunten waren om tot een schikking te komen, waarna de kantonrechter heeft meegedeeld dat hij voornemens is om mondeling uitspraak te doen. De zitting is daarna schorsing gesloten, waarna de kantonrechter in aanwezigheid van partijen mondeling de navolgende uitspraak heeft gedaan.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
GVB heeft toegelicht dat het door haar gestelde verwijtbaar handelen van [verweerder] bestaat uit het niet tijdig invullen van het schadeformulier, nadat hij een schade aan de bus had verzaakt én vooral het draaien en jokken toen zij [verweerder] naar de daadwerkelijke gang van zaken vroeg, waarbij hij allerlei verklaringen gaf die achteraf niet leken te kloppen. Bovendien maakt hij zijn leidinggevende onterechte verwijten.
Geoordeeld wordt dat [verweerder] wel een verwijt kan worden gemaakt van het feit dat hij de toepasselijke voorschriften niet heeft opgevolgd door niet tijdig het schadeformulier in te vullen en te retourneren, maar deze overtreding is niet zodanig dat van GVB niet kan worden gevergd dat zij [verweerder] nog langer in dienst houdt. Zeker tegen de achtergrond dat [verweerder] al vanaf 2016 bij GVB werkt en in die hele periode hooguit een keer eerder schade heeft gereden.
3. Het verwijt met betrekking tot het draaien en liegen snijdt mogelijk meer hout. Er lijkt iets niet te kloppen in het verhaal van [verweerder] , maar daar is moeilijk de vinger op te leggen. De vraag is of er sprake is van liegen of dat [verweerder] zich daadwerkelijk niet meer precies kan herinneren hoe en wanneer een en ander zich heeft afgespeeld. Onder deze omstandigheden is het lastig om vast te stellen of [verweerder] bewust de waarheid niet heeft verteld. Nu [verweerder] er bovendien niets mee te winnen had om niet de waarheid te vertellen, had het op de weg van GVB gelegen om dit punt veel genuanceerder te bekijken dan zij nu heeft gedaan. Dat zou anders zijn geweest als het vaker was gebeurd. In dat geval zou er bijvoorbeeld sprake kunnen zijn geweest van een tekort in het functioneren van [verweerder] .
4. Ten aanzien van de vraag of de arbeidsverhouding is verstoord, geldt dat GVB een groot bedrijf is, zodat van GVB mag worden verwacht dat zij de draad met [verweerder] weer kan oppakken. Mogelijk is de verhouding met zijn direct leidinggevende Kessing minder goed, maar nu deze een nieuwe functie heeft, behoeft dit geen beletsel te zijn om weer op de bus te gaan rijden. Bovendien zijn er 12 teams met buschauffeurs, zodat [verweerder] ook in een ander team kan worden geplaatst.
5. Dit leidt tot de conclusie dat de beide gronden - verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsrelatie - die aan het verzoek ten grondslag zijn gelegd niet aanwezig worden geacht, zodat het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.
6. GVB zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.
Dictum
De kantonrechter:
wijst het verzoek af;
veroordeelt GVB in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot op € 529,00 aan salaris van de gemachtigde, voor zover verschuldigd, inclusief btw;
veroordeelt GVB in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 66,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;
verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier De kantonrechter