Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-11-30
ECLI:NL:RBAMS:2023:8797
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste en enige aanleg
391 tokens
Dictum
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:
- het wrakingsverzoek met bijlagen ingekomen op 26 november 2023.
1.2.
De rechter heeft niet in de wraking berust.
Feiten
2.1.
De rechter heeft op 22 november 2023 mondeling uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) met daarin opgenomen het wrakingsverzoek.
Beoordeling
Een verzoek tot wraking is geen hoger beroep en kan alleen gericht zijn tegen een rechter die een zaak in behandeling heeft. Nu de rechter op 22 november 2023 einduitspraak heeft gedaan, en het verzoek tot wraking van 26 november 2023 dateert, is de zaak van verzoeker niet meer in behandeling bij de rechter. Het onderhavige wrakingsverzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
Dictum
De Wrakingskamer:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 november 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.