Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-12-12
ECLI:NL:RBAMS:2023:8475
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,032 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/176034-23
Datum uitspraak: 12 december 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 22 januari 2018 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 30 oktober 2017 door het Federaal Parket in Brussel, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1963,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] , [woonplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
Zitting 23 augustus 2018
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 23 augustus 2018, in aanwezigheid van mr. R. Vorrink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat in Utrecht.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering voor onbepaalde tijd verlengd.
Tussenuitspraak 6 september 2018
De rechtbank heeft op 6 september 2018 bij tussenuitspraak het onderzoek heropend en geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de Belgische autoriteiten te vragen of het vonnis dat aan het EAB ten grondslag ligt onherroepelijk is.
Zitting 12 december 2023
De behandeling van het EAB is hervat op de zitting van 12 december 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en vertegenwoordigd door zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat in Utrecht. Hij verklaart dat de opgeëiste persoon hem uitdrukkelijk heeft gemachtigd namens hem het woord te voeren.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.
3De ontvankelijkheid van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt geteld dat hij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat uit de e-mail van 26 oktober 2023 van de uitvaardigde justitiële autoriteit blijkt dat het EAB is ingetrokken.
De raadsman heeft zich bij het standpunt van de officier van justitie aangesloten.
De rechtbank volgt het standpunt van de officier van justitie.
Dictum
VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB;
STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is geëindigd.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. P. van Kesteren, voorzitter,
mrs. V.V. Essenburg en A.K. Glerum, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 december 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22 OLW (oud).
Rechtbank Amsterdam, 6 september 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6647