Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-12-21
ECLI:NL:RBAMS:2023:8466
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,288 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Privaatrecht
zaak- en rolnummer: 10083058 EL 22-100
vonnis van: 21 december 2023
Vonnis van de kantonrechter:
i n z a k e
[eiseres]
,
wonende te [woonplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. G. Van Dijk,
t e g e n
de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
gemachtigde: USG Legal Professionals.
Partijen worden hierna [eiseres] en Dexia genoemd.
Procesverloop
1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
1.1. de dagvaarding van 26 augustus 2022 van [eiseres] , met producties.
de conclusie van antwoord van Dexia, met producties.
de conclusie van repliek van [eiseres] , met producties,
de conclusie van dupliek van Dexia.
1.2. Hierna is vonnis bepaald.
Gronden van de beslissing
Feiten
2. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:
2.1 [naam] (hierna: [naam] ), de echtgenoot van [eiseres] , heeft de volgende leaseovereenkomst ondertekend waarop hij als lessee stond vermeld, met als wederpartij Dexia (dit betrof een verlengingsovereenkomst):
Nr
Contractnr.
Datum
Naam overeenkomst
Looptijd
Leasesom
I.
[nummer]
17-06-2002
WinstverDriedubbelaar
36 mnd
€ 23.733,06
2.2. Dexia heeft met betrekking tot deze lease-overeenkomst een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat:
Nr.
Datum eindafrekening
Resultaat
Betaald
I.
17-06-2005
- € 6.384,00
Afgewikkeld dmv gewezen vonnis
2.3. [eiseres] heeft [naam] , met wie zij ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst was gehuwd, geen (schriftelijke) toestemming verleend voor het aangaan van deze lease-overeenkomst.
2.4. Bij brief van 29 juni 2005 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft [eiseres] met een beroep op artikel 1:89 BW de lease-overeenkomst vernietigd.
3Vordering
3.1
[eiseres] vordert dat bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht wordt verklaard dat de leaseovereenkomst door de vernietigingsbrief buitengerechtelijk zijn vernietigd, althans deze te vernietigen en Dexia te veroordelen tot (terug)betaling van al hetgeen in het kader van deze leaseovereenkomst is betaald, vermeerderd met de wettelijke rente. Ten slotte vordert [eiseres] Dexia te veroordelen tot betaling van de proceskosten.
3.2.
Dexia betwist de vorderingen van [eiseres] . Daartoe stelt zij zich voor zover hier van belang op het standpunt dat de vordering uit onverschuldigde betaling van [eiseres] is verjaard. Verder voert Dexia aan dat het beroep op vernietiging als bedoeld in de artikelen 1:88/1:89 BW niet slaagt.
3.3.
Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.
Beoordeling
4.1.1.
Allereerst overweegt de kantonrechter dat uit de inleidende dagvaarding en de daarbij behorende producties blijkt dat [eiseres] slechts de verlengingsovereenkomst in dit geschil heeft betrokken. Dat leidt ertoe dat de kantonrechter hetgeen [eiseres] in haar conclusie van repliek met betrekking tot de oorspronkelijke overeenkomst naar voren heeft gebracht buiten beschouwing laat.
Machtiging
4.1.
Voor zover Dexia heeft betwist dat Leaseproces gevolmachtigd is om namens [eiseres] deze procedure aanhangig te maken slaagt dit verweer niet. Door Dexia is niet betwist dat Leaseproces op enig moment in het verleden door [eiseres] gevolmachtigd is. Zij wil bewijs dat dit niet veranderd is. Hiervoor is geen grond. Dexia heeft haar stelling, dat het voorgekomen is dat Leaseproces namens een overleden cliënt procedeert, niet onderbouwd. Evenmin heeft Dexia onderbouwd dat er aanleiding bestaat om te veronderstellen dat juist [eiseres] de machtiging heeft ingetrokken. Ten slotte vormt het
pas bij dupliek aan de orde stellen van de procesvolmacht van Leaseproces een verstoring van een goede procesorde. Het had op de weg van Dexia gelegen om, indien zij reden zou hebben om daaraan te twijfelen, dit direct bij antwoord aan de orde te stellen.
4.2.
De opt-out verklaring moet worden beschouwd als namens [eiseres] ingediend. Immers, deze opt-out verklaring gold - blijkens de stukken - voor zowel de afnemers als de eega’s ten tijde van het aangaan van de overeenkomsten.
Huurkoop en artikel 1:88/1:89 BW
5.1.
Er is sprake van huurkoop. Dit betekent dat [naam] voor het aangaan van elke overeenkomst de schriftelijke toestemming van [eiseres] behoefde (HR 28 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2837 en HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM3868). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had Eega de bevoegdheid een beroep te doen op de vernietigbaarheid als bedoeld in artikel 1:88 en 1:89 BW.5.2. Tussen [naam] en Dexia is reeds een procedure gevoerd met betrekking tot de vraag of de in geding zijnde overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd op grond van artikel 1:89 BW. Bij vonnis van 2 februari 2011 is beslist dat de vernietiging niet tijdig was ingeroepen en de vernietiging aldus geen doel treft.
5.3.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 24 april 2020 (ECLI:NL:HR:2020:810) beslist dat indien er een eerdere procedure is gevoerd tussen de handelende echtgenoot en de wederpartij, de daarin gedane uitspraak de andere echtgenoot niet bindt. Ook indien in de eerdere procedure onherroepelijk is beslist dat aan de buitengerechtelijke verklaring tot vernietiging van de rechtshandeling door de niet handelende echtgenoot geen rechtsgevolg toekomt, kan de niet handelende echtgenoot de vraag of aan die verklaring rechtsgevolg toekomt in een nieuwe procedure aan de orde stellen zonder dat het gezag van gewijsde van de eerdere uitspraak tegen deze echtgenoot kan worden ingeroepen. Een andere uitkomst zou niet stroken met de strekking van artikel 1:88 BW en de onafhankelijke rechtspositie die in artikel 1:89 BW aan de niet handelende echtgenoot is toegekend, aldus de Hoge Raad.
Het voorgaande leidt ertoe dat [eiseres] – zoals alhier aan de orde - in een nieuwe procedure de buitengerechtelijke verklaring tot vernietiging van de rechtshandeling door de niet handelende echtgenoot (het aangaan van de overeenkomsten aan de orde kan stellen.
Beroep Dexia op verjaring vordering uit onverschuldigde betaling
5.4.
Dexia stelt dat de door [eiseres] ingestelde vordering uit onverschuldigde betaling is verjaard, dat de gemachtigde van [eiseres] (hierna Leaseproces) niet gevolmachtigd was om namens [eiseres] enige verjaring te stuiten en dat niet (voldoende tijdig) een door [eiseres] aan Leaseproces verleende volmacht voor het verrichten van een stuitingshandeling is overgelegd nadat Dexia de vertegenwoordigingsbevoegdheid van Leaseproces uitdrukkelijk had bestreden.
5.5.
[eiseres] heeft bovengenoemde stellingen van Dexia gemotiveerd betwist. Partij verwijst daarbij naar de brieven van Leaseproces van 24 januari 2012 en 27 oktober 2016 (zie productie 11 bij conclusie van repliek) voor al haar cliënten (waaronder [naam] ) en de eega’s van de betreffende cliënten, waarmee de verjaring van al hun rechten ten aanzien van al hun vorderingen jegens Dexia zijn gestuit.
5.5.
Met de verwijzing in de brieven naar de eega’s van de personen die op de bij de brieven gevoegde lijsten waren vermeld (zoals [naam] ) wordt voldaan aan de eisen van een rechtsgeldige stuiting als bedoeld in artikel 3:317 BW. Daarnaast heeft Dexia niet terstond, namelijk onmiddellijk na ontvangst van de brief van 24 januari 2012, om bewijs van de volmacht van Leaseproces gevraagd. Daarna kan op artikel 3:71 lid 1 BW geen beroep meer worden gedaan. Voor een nadere onderbouwing van het voorgaande wordt verwezen naar het arrest van het hof Amsterdam van 15 oktober 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:3735) en het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:6389, rov. 6.7 tot en met 6.16). Ten slotte is als gevolg van de op het moment van vernietiging van de overeenkomst(en) reeds aanhangige collectieve procedure de verjaring van de restitutievordering gestuit en wel tot zes maanden nadat hof Amsterdam in zijn beschikking van 25 januari 2007 de WCAM-overeenkomst verbindend heeft verklaard (zie Hoge Raad 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3018 en Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:936). Uit het voorgaande volgt dat de vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling tijdig is gestuit en dat betekent dat het daartegen gerichte verjaringsverweer van Dexia wordt verworpen.
Beroep Dexia op verjaring vernietiging ex artikel 1:88/89 BW
5.7.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 9 oktober 2015 (JOR 2015/337 m.nt. mr. T.M.C. Arons, ECLI:NL:HR:2015:3018) beslist dat de stuitende werking op de voet van artikel 3:316 lid 1 BW van een collectieve vordering in de zin van artikel 3:305a BW zich uitstrekt tot de verjaring van een op die collectieve actie, ingesteld op 13 maart 2003, aansluitende, individuele vordering tot vernietiging van rechtshandelingen krachtens artikel 1:89 BW en dat dit ingevolge het bepaalde in artikel 3:52 lid 2 BW ertoe leidt dat ook de verjaring van de bevoegdheid tot het uitbrengen van een buitengerechtelijke verklaring tot vernietiging wordt gestuit. Voorts heeft de Hoge Raad daarin bepaald dat een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring als hiervoor bedoeld, die wordt uitgebracht voor het tijdstip waarop de in artikel 3:316 lid 2 BW bedoelde termijn van zes maanden is verstreken, tijdig is uitgebracht.
5.8.
Uit het arrest van de Hoge Raad van 19 mei 2017 (ECLI:NL:HR:2017:936) volgt dat tot uitgangspunt moet worden genomen dat de verjaring van de bevoegdheid tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten is gestuit indien uiterlijk zes maanden na 25 januari 2007, dat wil zeggen uiterlijk op 25 juli 2007, een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring is afgegeven.
Met betrekking tot de (verlengings-)overeenkomst met nummer [nummer]
5.9.
Het voorgaande leidt ertoe dat het beroep op vernietiging als bedoeld in artikel 1:89 BW van de verlengingsovereenkomst met nummer [nummer] zoals opgenomen in de vernietigingsbrief tijdig is gedaan. Dit omdat deze overeenkomst is aangegaan binnen drie jaar voorafgaand aan het aanhangig maken van de collectieve vordering bij dagvaarding van 13 maart 2003.
Dictum
De kantonrechter:
ten aanzien van de vorderingen van [eiseres] :
7.1.
verklaart voor recht dat de verlengingsovereenkomst met nummer [nummer] is vernietigd, 7.2. veroordeelt Dexia om aan [eiseres] ter zake de overeenkomsten te betalen hetgeen Dexia op grond van de hiervoor in rov. 5.9. bedoelde berekening verschuldigd is,
7.3.
veroordeelt Dexia om aan [eiseres] te betalen de wettelijke rente die Dexia verschuldigd is ter zake de hiervoor genoemde overeenkomst(en) op grond van hetgeen hiervoor is overwogen in rov. 6.1. en 6.2.,
7.4.
veroordeelt Dexia in de kosten van deze procedure, te betalen binnen veertien dagen na
aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,
7.5.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
7.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken in het openbaar uitgesproken van 21 december 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.