Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-12-13
ECLI:NL:RBAMS:2023:8439
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,393 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Inloopteam bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/2764
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: mr. I. Rhodes),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: J.G. Kramer).
Aan dit geding heeft verder deelgenomen:
[bedrijf] ., gevestigd in Vianen, derde partij (hierna: werkgever).
Inleiding
Het UWV heeft de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (Wet WIA) afgewezen, omdat eiseres per 15 november 2021 minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Het UWV heeft het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en het besluit herroepen. Het UWV heeft bepaald dat eiseres vanaf 15 november 2021 voor 38,26% arbeidsongeschikt is en dat zij per diezelfde datum recht heeft op een WIA-uitkering.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing op bezwaar van 20 mei 2022 (het bestreden besluit).
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts B&B) en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige B&B).
De werkgever heeft verklaard als derde-partij aan het geding te willen deelnemen, maar alleen de uitspraak te willen ontvangen. Eiseres heeft geen toestemming gegeven om medische gegevens te delen met haar werkgever. De rechtbank zal in de uitspraak geen medische informatie opnemen, om te voorkomen dat werkgever alsnog kennisneemt van de medische situatie van eiseres.
De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2022 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Met de beslissing van 9 december 2022 heeft de rechtbank het onderzoek heropend. Gebleken was dat de aanvullende gronden van 24 november 2022 niet waren doorgestuurd naar het Inloopteam bestuursrecht. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld op deze aanvullende gronden te reageren. De verzekeringsarts B&B heeft gereageerd met het rapport van 13 januari 2023.
De rechtbank heeft aanleiding gezien om een medisch specialist als deskundige te benoemen om eiseres te onderzoeken.
De rechtbank heeft op 22 mei 2023 het rapport van de deskundige ontvangen. Dit rapport is aan partijen voorgelegd. Het UWV heeft met een brief van 23 juni 2023 en een rapport van de verzekeringsarts B&B van 22 juni 2023 gereageerd. Eiseres heeft gereageerd op 26 juli 2023. Het UWV heeft aanvullend gereageerd met een brief van 13 september 2023, een rapport van de verzekeringsarts B&B van 14 augustus 2023 en een rapport van de arbeidsdeskundige B&B van 13 september 2023. Eiseres heeft hier nog op gereageerd op 2 en 13 november 2023.
Met (stilzwijgende) toestemming van partijen is een zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.
Wat ging aan deze procedure vooraf
1. Eiseres heeft voor het laatst gewerkt als [functie] voor 18,11 uur per week. Op 18 november 2019 heeft zij zich ziekgemeld wegens gezondheidsklachten.
2. Op 25 augustus 2021 heeft eiseres een aanvraag voor een WIA-uitkering gedaan. Naar aanleiding hiervan heeft het UWV medisch en arbeidskundig onderzoek verricht. Hierna heeft het UWV de besluiten genomen die in de inleiding zijn genoemd.
Wat vindt het UWV
3. Het UWV vindt dat eiseres op 15 november 2021 voor 38,26% arbeidsongeschikt is en heeft daarom besloten om een WIA-uitkering toe te kennen.
4. Het UWV heeft de medische grondslag van deze beslissing gebaseerd op het rapport van de verzekeringsarts B&B van 22 april 2022. De medische belastbaarheid van eiseres is opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 22 april 2022.
5. Het UWV heeft de arbeidskundige grondslag van deze beslissing gebaseerd op het rapport van de arbeidsdeskundige B&B van 1 mei 2022.
Wat vindt eiseres
6. Eiseres is het niet eens met het UWV. Zij stelt dat haar beperkingen en de problemen die daarmee gepaard gaan zijn onderschat. Eiseres meent enkel in een omgeving met totale afwezigheid van een specifiek type belasting te kunnen werken. De geduide functies voldoen hier niet aan. Eiseres heeft voor de functies Medewerker beddenreiniging en Huishoudelijk medewerker uiteengezet waarom deze niet passend zijn, gelet op dit type belasting.
Wat vindt de rechtbank
7. De vraag is of het UWV terecht stelt dat eiseres 38,26% arbeidsongeschikt is. De rechtbank moet die vraag beantwoorden aan de hand van wat eiseres daartegen in heeft gebracht. Belangrijk punt is dat het gaat om de medische toestand van eiseres op 15 november 2021 en de vraag welke beperkingen daaruit volgen.
Benoeming deskundige
8. De rechtbank heeft reden gezien om te twijfelen aan de juistheid van de beoordeling van het UWV. De rechtbank heeft een medisch specialist als deskundige benoemd. De deskundige heeft op 22 mei 2023 zijn rapport overgelegd.
9. De verzekeringsarts B&B heeft in het rapport van 22 juni 2023 uiteengezet dat het rapport van de deskundige niet leidt tot een ander standpunt over de belastbaarheid. Het ziektebeeld van eiseres staat niet ter discussie en wordt door de deskundige bevestigd. Uit het rapport van de deskundige komt niet naar voren dat aanvullende beperkingen noodzakelijk zijn. Met de beperkingen in de FML is er rekening gehouden met verschillende factoren in de werkomstandigheden.
10. Eiseres vindt dat het rapport van de deskundige tot verdergaande beperkingen moet leiden. De klachten van eiseres hebben een ernstige impact op haar leven. De geduide functies zijn gelet op het rapport van de deskundige niet passend, omdat de belasting hoger is dan wat eiseres aankan of wat van haar verwacht mag worden.
Medische grondslag van het bestreden besluit
11. Volgens vaste rechtspraak geldt als uitgangspunt dat de rechtbank het oordeel van een onafhankelijke, door haar ingeschakelde deskundige volgt als de motivering van deze deskundige haar overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich hier voor. De rechtbank licht dit hierna toe.
12. Het deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. De deskundige heeft kennis genomen van de beschikbare medische informatie in het dossier en heeft eiseres gezien en onderzocht. Hij heeft in zijn rapport een algemene toelichting gegeven over de ziektebeelden van eiseres en aangegeven welke variant op eiseres van toepassing is. Ook geeft hij behandelopties aan. De deskundige geeft ten opzichte van de FML aan dat er geen argumenten zijn voor een beperking van gehoorbeschermende apparatuur. De rechtbank ziet geen reden om het onderzoek van de deskundige ondeugdelijk te vinden. Partijen hebben de zorgvuldigheid van het onderzoek ook niet ter discussie gesteld.
13. Partijen verschillen van mening of het rapport van de deskundige tot verdergaande beperkingen zou moeten leiden. De rechtbank is van oordeel dat uit dit rapport niet volgt dat er onvoldoende beperkingen zijn aangenomen. De deskundige heeft ten opzichte van de FML alleen gesteld dat er geen argumenten zijn voor een beperking voor gehoorbeschermende apparatuur. De verzekeringsarts B&B geeft in het rapport van 14 augustus 2023 aan deze beperking te handhaven en dat dit niet in het nadeel is van eiseres. De rechtbank kan de verzekeringsarts B&B hierin volgen.
Conclusie
18. Het UWV heeft terecht besloten om eiseres per 15 november 2021 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij per die datum 38,26% arbeidsongeschikt is.
19. Het beroep van eiseres is ongegrond. Dit betekent dat zij geen gelijk krijgt. Omdat eiseres in beroep geen gelijk krijgt, worden de door haar gemaakte proceskosten en het betaalde griffierecht niet vergoed.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 13 december 2023 door mr. R.J van Lochem, rechter, in aanwezigheid van mr. Y.A.J. van Egmond, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.