Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-12-22
ECLI:NL:RBAMS:2023:8417
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,529 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13.260109.23 Parketnummer vordering tul: 15.294689.21
Datum uitspraak: 21 december 2023
Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
eerder opgegeven adres: [adres],
thans gedetineerd te: [detentieadres].
1Het onderzoek ter terechtzitting
Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
7 december 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R.W. van Zanten, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. R.J. Jager, naar voren hebben gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
1.
hij, op of omstreeks 7 oktober 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een telefoon (iPhone), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.
hij, op of omstreeks 7 oktober 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een telefoon (iPhone), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
3Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4Bewijsbeslissing
De rechtbank acht beide diefstallen bewezen. Dit oordeel is gebaseerd op de aangiften, de camerabeelden, het proces-verbaal van bevindingen van de politie, de verklaringen van de getuigen [getuige 1] (feit 1) en [getuige 2] (feit 2) en de verklaring van verdachte ter terechtzitting, namelijk dat het kan dat hij de telefoons heeft gestolen. De verklaring van verdachte dat hij zich niets meer van de diefstallen kan herinneren acht de rechtbank niet zo geloofwaardig mede in het licht van het gegeven, dat hij ter zitting nog wel het nodige kan navertellen over de bewuste nacht en, meer van belang, verdachte ontkent de beschuldigingen niet.
5Bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat verdachte:
1.
op 7 oktober 2023 te Amsterdam, een telefoon (iPhone), die aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.
op 7 oktober 2023 te Amsterdam, een telefoon (iPhone), die aan [slachtoffer 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
6Het bewijs
De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis.
7De strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
8De strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
Motivering
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1 en 2 bewezen geachte feiten conform de richtlijnen zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden met aftrek van voorarrest.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich twee keer op dezelfde avond schuldig gemaakt aan zakkenrollerij door een telefoon weg te nemen. De diefstallen zijn gepleegd in een relatief korte periode, wat er volgens de rechtbank op duidt dat verdachte doelmatig en professioneel te werk is gegaan. Het eerste slachtoffer was kwetsbaar. Hij lag weerloos op de grond en kon de diefstal niet voorkomen. Verdachte heeft deze telefoon snel doorverkocht en is toen op zoek gegaan naar een volgend slachtoffer. Deze diefstal heeft hij gepleegd door zich zeer opdringerig en handtastelijk te gedragen. Verdachte heeft enkel gedacht aan zijn eigen financieel gewin en hij heeft getoond geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Hij heeft zich niet bekommerd om het gegeven dat dergelijke misdrijven veelal overlast, schade en gevoelens van onveiligheid veroorzaken bij de slachtoffers. Ter terechtzitting heeft verdachte geprobeerd de schuld buiten zichzelf te leggen en geen inzicht getoond in de ernst van zijn handelen. De rechtbank rekent hem dit alles aan.
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 8 december 2023. Hieruit blijkt dat hij recentelijk ook voor vermogensdelicten is veroordeeld. Van veelvuldige recidive, zoals de officier van justitie heeft gesteld, is volgens de rechtbank echter geen sprake.
De rechtbank vindt het belangrijk dat verdachte in 2024 met een nieuwe opleiding kan starten, zoals hij wenst, om zijn leven een positieve wending te geven. Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden bestaat er aanleiding om bij de straftoemeting enigszins ten voordele van verdachte af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd.
Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
Bij de stukken bevindt zich de ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, in de zaak met parketnummer 15.294689.21, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 9 juni 2022, waarbij verdachte is veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met bevel dat deze straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de vordering.
De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen omdat bij de rechtbank Alkmaar op 22 december 2023 een zitting gepland staat met betrekking tot overtreding van de bijzondere voorwaarden, opgelegd bij deze voorwaardelijke straf. Indien de rechtbank de tenuitvoerlegging nu gelast dan is er na de detentie in deze zaak geen enkel hulpverleningskader en dat is onwenselijk.
De rechtbank oordeelt dat aan de voorwaarden voor tenuitvoerlegging is voldaan.
Omdat de situatie zich voordoet dat er al een vordering tot tenuitvoerlegging bestaat wegens overtreding van de bijzondere voorwaarden en hiervoor al een zitting is bepaald, ziet de rechtbank aanleiding de vordering in dit proces af te wijzen.
10Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Ten aanzien van de feiten 1 en 2:
Diefstal, meermalen gepleegd.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (VIJF) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 15.294689.21.
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de opgelegde vrijheidsstraf.
Dit vonnis is gewezen door
mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,
mrs. C.A.R. Bleijendaal en E.M. de Bie rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.M.E. Leyten, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 december 2023.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.