Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-12-07
ECLI:NL:RBAMS:2023:7912
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,744 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13.248274-23
Datum uitspraak: 6 december 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 13 oktober 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 3 februari 2023 door de Sección 21 de la Audiencia Provincial de Barcelona, Spanje, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1990,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 november 2023, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. B. van Straaten, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Marokkaanse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB, gelezen in samenhang met de aanvullende informatie van 20 november 2023 vermeldt een – voor tenuitvoerlegging vatbaar – vonnis van 10 juni 2013 van de Audiencia Provincial de Barcelona – sección 21, met kenmerk 18/2014.
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 5 jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.
3.1
Genoegzaamheid
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair aangevoerd dat de overlevering geweigerd moet worden op grond van artikel 2 OLW, nu de stukken niet genoegzaam zijn. Het EAB vermeldt namelijk niet de instantie die het nationaal aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd. Ook is de datum van het vonnis dat aan het EAB ten grondslag ligt niet duidelijk. Alhoewel hierover vragen zijn gesteld door het Openbaar Ministerie, is dit onvoldoende duidelijk geworden. Subsidiair heeft zij betoogd dat de behandeling van de zaak aangehouden moet worden om hierover nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat het ontbreken van de autoriteit die het nationaal aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd, niets afdoet aan de genoegzaamheid van het EAB. Het gaat in dit EAB immers om de executie van een aan de opgeëiste persoon opgelegde gevangenisstraf en duidelijk is door welke rechterlijke instantie dat vonnis is uitgevaardigd. Zelfs wanneer het nationaal aanhoudingsbevel afkomstig zou zijn van een niet rechterlijke autoriteit, dan ligt de vereiste effectieve rechterlijke bescherming besloten in het voor tenuitvoerlegging vatbare vonnis. Bovendien merkt de rechtbank op dat het EAB zelf is uitgevaardigd door een rechter, zodat de beslissing tot uitvaardiging en de evenredigheid daarvan ook via die weg door een rechterlijke autoriteit zijn getoetst. Hiermee is voldaan aan de vereisten die aan een EAB worden gesteld.
In de aanvullende informatie van 20 november 2023 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit meegedeeld dat de datum van het vonnis 10 juli 2023 is, en niet 10 juni 2013. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk wat de juiste datum van het bewuste vonnis is en berust de in het EAB genoemde datum van 10 juli 2013 op een kennelijke verschrijving.
De rechtbank verwerpt het verweer en wijst daarom het verzoek tot aanhouding voor het stellen van nadere vragen af.
4Strafbaarheid
Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
6Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5, 7 van de OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Sección 21 de la Audiencia Provincial de Barcelona, Spanje, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. R. Godthelp, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en A.W.T. Klappe, rechters,
in tegenwoordigheid van L.E. Poel, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 6 december 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.