Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-12-07
ECLI:NL:RBAMS:2023:7908
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,022 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/2830
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
29 november 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit Amsterdam, eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.
Zitting
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 23 mei 2022 op 29 november 2023 op zitting behandeld. Eiser is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. De heffingsambtenaar is verschenen in de persoon van [heffingsambtenaar] .
Beoordeling
1. Op 17 april 2022 om 12.15 uur is tijdens een controle geconstateerd dat de auto van eiser met kenteken [kenteken] op een parkeerplek ter hoogte van de [adres 1] [nummer 2] stond, terwijl geen of te weinig parkeerbelasting was betaald. Verweerder heeft eiser daarom een naheffingsaanslag opgelegd.
2. Met de bestreden uitspraak op bezwaar van 23 mei 2022 heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de naheffingsaanslag ongegrond verklaard.
3. Eiser voert aan dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd, omdat hij op aanwijzen van een verkeersregelaar heeft geparkeerd op een plek die volgens de verkeersregelaar gratis was. In de omgeving van de parkeerplek ontbraken parkeerborden en betaalautomaten.
4. De rechtbank overweegt als volgt. Anders dan eiser stelt, staat er ter hoogte van de kruising van de [adres 1] met de [adres 2] , op korte loopafstand van de parkeerplek, een parkeerautomaat. Hij had dit kunnen weten als hij nader onderzoek had gedaan. Voor zover eiser met zijn standpunt dat hij mocht vertrouwen op de aanwijzing van de verkeersregelaar een beroep heeft willen doen op het vertrouwensbeginsel, volgt de rechtbank hem niet. Volgens de heffingsambtenaar had eiser alleen mogen uitgaan van een aanwijzing van een gemeentelijke parkeercontroleur. De rechtbank kan de heffingsambtenaar daarin volgen. Eiser heeft niets aangevoerd wat zijn verklaring over de verkeersregelaar op straat ondersteunt. De rechtbank volgt daarom ook de stelling van de heffingsambtenaar dat het niet gebleken is dat de verkeersregelaar op straat een gemeentelijke parkeercontroleur was die eiser onjuist heeft geïnformeerd. Eiser had daarom nader onderzoek moeten doen naar het geldende parkeerregime. Nu eiser daarin tekort is geschoten, is de rechtbank van oordeel dat verweerder de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van mr. I.G.A. Karregat, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.