Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-10-05
ECLI:NL:RBAMS:2023:7870
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,843 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/183023-23
Datum uitspraak: 5 oktober 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 28 juli 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 12 juli 2023 door the Sighișoara Court (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats] (Roemenië),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 21 september 2023, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan zijn (waarnemend) raadsman, mr. B.J.W. Tijkotte, advocaat te Koog aan de Zaan, en door een tolk in de Roemeense taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een criminal sentence no. 305/01.11.2022, made final by criminal judgment no. 338/A/07.06.2023 of the Court of Appeal Tg. Mureș.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 253 dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Deze volledige straf resteert volgens het EAB nog De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.
Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
De rechtbank leidt uit de aanvullende informatie van 7 augustus 2023 af dat in hoger beroep definitief uitspraak is gedaan over de schuld van de opgeëiste persoon en de opgelegde straf na een onderzoek in feite en in rechte.Hieruit blijkt namelijk: “the Appellate Court in Tg. Mureș did a re-evaluation of the culprit's guilt.” De rechtbank zal dan ook alleen de procedure in hoger beroep aan artikel 12 OLW toetsen.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest, terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
Gelet daarop kan de overlevering op grond van artikel 12 OLW worden geweigerd.
De rechtbank kan afzien van weigering als zij kan vaststellen dat de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in de procedure die tot zijn veroordeling heeft geleid niet zijn geschonden. Dit vraagt om een feitelijke beoordeling van alle daartoe in aanmerking te nemen feiten en omstandigheden.
De rechtbank heeft in dat kader gekeken naar het verloop van de procedure zoals die is omschreven in de aanvullende informatie van 19 september 2023. Daarin is het volgende te lezen.
De opgeëiste persoon is in eerste aanleg voor iedere zitting opgeroepen. Op de eerste twee zittingsdagen is hij niet verschenen. De opgeëiste persoon heeft de rechtbank hierna per e-mail verzocht om via WhatsApp aanwezig te mogen zijn. Dit verzoek is toegewezen. De opgeëiste persoon is vervolgens via WhatsApp aanwezig geweest vanaf de derde zittingsdag tot aan de uitspraak. De opgeëiste persoon heeft de uitspraak, waarbij hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 jaar en 254 dagen, ontvangen op het door hem opgegeven e-mailadres. Hij heeft daartegen hoger beroep ingesteld. Hij heeft the Appellate Court in Tg. Mureș verzocht de oproeping voor de zitting in hoger beroep per e-mail aan hem te versturen. De oproeping is vervolgens naar het door hem opgegeven e-mailadres verzonden. De uitvaardigende autoriteit heeft daarbij laten weten dat er bewijs in het dossier zit dat hij “accessed the document electronically”. De opgeëiste persoon moet dus hebben geweten van de zitting in hoger beroep, dan wel is het aan zijn onzorgvuldigheid te wijten dat hij daarvan niet wist. Hoewel de uitvaardigende autoriteit ook te kennen heeft gegeven dat de opgeëiste persoon niet expliciet erop is gewezen dat er ook een arrest kon worden gewezen indien hij niet op het proces zou verschijnen, vindt de rechtbank – gelet op het voorgaande – dat ook zonder deze expliciete waarschuwing het voor de opgeëiste persoon duidelijk moet zijn geweest wat er op het spel stond. Immers, hij was aanwezig bij de procedure in eerste aanleg, waarbij hij te horen heeft gekregen dat hij werd veroordeeld tot een forse gevangenisstraf, waartegen hij zelf hoger beroep heeft ingesteld.
Gelet op het voorgaande, moet worden geoordeeld dat - voor zover de opgeëiste persoon aanwezig wenste te zijn op het proces in hoger beroep - het op zijn weg had gelegen om zijn e-mail zorgvuldig in de gaten te houden en om gehoor te geven aan de oproeping om ter zitting te verschijnen. Dit heeft hij klaarblijkelijk nagelaten, waardoor ook de gevolgen daarvan voor zijn rekening behoren te komen. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarom in deze situatie worden vastgesteld dat de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert.
4Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Feiten
mishandeling; en
eenvoudige belediging.
5Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 11 OLW
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat een verblijft in Roemeense detentie een algemeen reëel gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) met zich meebrengt. Sinds 22 maart 2023 bestaan er daarbij in het bijzonder zorgen over Giurgiu Prison, waar het algemeen reëel gevaar ziet op meer dan alleen de overbevolking in de gevangenissen.
Op 31 augustus 2023 is namens de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende garantie gegeven:
Concerning your notification sent through the Ministry of Justice in Romania on the 22nd of August 2023, regarding the request of some additional information related to the European Warrant issued on 12.07.2023 on the name of [opgeëiste persoon] , born on [geboortedag].1974, in [geboorteplaats], Mureș County, Romania, we hereby inform you on the following:
1. In the event in which the person deprived of liberty will be surrendered to the Romanian authorities on the Henri Coandă Airport in Bucharest, he will be initially surrendered to the Rahova Penitentiary in Bucharest for the purpose of performing the quarantine period for a period of 21 days in a room which will grant him a minimum space of 3 sq.m.
(…)
taking into account his domicile, he will most likely perform bis punishment in the Targu Mureș Penitentiary.
(…)
the National Administration of Penitentiaries grants the provision of a minimum individual space of 3 sq.m. during the entire execution period of the sentence, including the bed and afferent furniture, without including the space destined to the sanitary group.
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. De rechtbank is, gelet op deze toezegging van de Roemeense autoriteiten, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Roemeense penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door deze garantie immers uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor overlevering.
Conclusie
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook verder geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.
7Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Sighisoara Court voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.G.M.M. van Gessel, voorzitter,
mrs. A.A. Spoel en J. van Zijl, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.D. Dijkstra, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 oktober 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 augustus 2017 in de zaak Tupikas,
ECLI:EU:C:20 17:628.
Zie onder andere: rechtbank Amsterdam 2 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2629 en rechtbank Amsterdam 27 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:463.
Rechtbank Amsterdam 22 maart 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1666.
Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.