Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-11-15
ECLI:NL:RBAMS:2023:7605
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
960 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/281136-23 (was 13/751685-16)
RK nummer: 16/6452
Datum uitspraak: 15 november 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 22 september 2016 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 juli 2016 door the Târgovişte Civil Court, Roemenië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1990,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB is – na eerdere behandelingen op de zittingen van 15 november 2016, 8 december 2016, 24 januari 2017 en 7 februari 2017 – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 15 november 2023, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie.
De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. A. Petrescu, advocaat in Amsterdam, zijn met voorafgaande kennisgeving niet op zitting verschenen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Roemeense nationaliteit heeft.
3Ontvankelijkheid officier van justitie
De officier van justitie heeft bij bericht van 14 november 2023 laten weten dat de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB wordt ingetrokken nu het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit is ingetrokken. Uit het bericht van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 14 november 2023 blijkt echter niet dat dit het geval is.
Nu in deze zaak er al behandelingen op de zitting hebben plaatsgevonden, is het niet meer mogelijk om de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB in te trekken. Op de zitting heeft de officier van justitie laten weten dat de opgeëiste persoon niet langer gesignaleerd staat en dat hij bij de grens met Roemenië is opgepakt en aldaar in detentie verblijft. De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Vast staat immers dat de opgeëiste persoon zich niet meer in Nederland bevindt, waarmee de grondslag aan de vordering van de officier van justitie is komen te vervallen.
Dictum
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB;
Stelt vast dat het – geschorste – bevel overleveringsdetentie is beëindigd..
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. L. Sanders en B.M. Vroom-Cramer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 november 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Rb. Amsterdam 10 november 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:8216 (https://www.inview.nl/document/idad749ec36f9b4f1c99a9d866a8a76804).