Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-11-16
ECLI:NL:RBAMS:2023:7583
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,620 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/242644-23
Datum uitspraak: 16 november 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 28 september 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 26 juni 2023 door het Amtsgericht Bamberg (Duitsland; hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 16 november 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht op zitting te worden gehoord. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsman, mr. A.A. Boersma, advocaat in Amsterdam.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank over de het verzoek tot overlevering. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering kan worden toegestaan.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit heeft.
3. Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van 22 juni 2023 van het Amtsgericht Bamberg (dossiernummer: 3 Gs 94/23 (2110 Js 10822/23).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.
4Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 18, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De Staatsanwaltschaft Bamberg heeft bij brief van 7 november 2023 de volgende garantie gegeven:
“hiermit gebe ich für alle vier inhaftierten Beschuldigten
- [opgeëiste persoon] , geboren am [geboortedag] .1997
(…)
die Garantie, dass im Falle einer Verurteilung diese Strafe in den Niederlanden vollzogen werden darf (gemäß dem Europäischen Rahmenbeschluss 2008/909/JBZ). Dies wird auch den Verteidigern und dem Gericht mitgeteilt werden.”
Deze garantie is als volgt vertaald:
“Hierbij laat ik alle vier de gedetineerde verdachten vrij
- [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1997
(…)
de garantie dat deze straf in geval van veroordeling in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd (conform het Europese Kaderbesluit 2008/909/JBZ). Dit zal ook worden meegedeeld aan de advocaten van de verdediging en de rechtbank.”
De rechtbank heeft geconstateerd dat de zinsnede in de vertaling ‘Hierbij laat ik alle vier de gedetineerde verdachten vrij’ geen juiste vertaling betreft van de zinsnede in de originele tekst ‘hiermit gebe ich für alle vier inhaftierten Beschuldigten’. De rechtbank heeft de vertaling bezien in samenhang met de originele tekst.
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
7Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5, 6 en 7 van de OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Bamberg (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J. van Zijl, voorzitter,
mrs. A.J. Scheijde en M. Westerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 november 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie onderdeel e) van het EAB.