Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-10-17
ECLI:NL:RBAMS:2023:7457
Strafrecht; Strafprocesrecht
Beschikking
762 tokens
Dictum
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres verdachte] ,
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 1 mei 2023 onder klager een aantal wapens in beslag zijn genomen.
Procedure
Het klaagschrift is op 22 juni 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 17 oktober 2023 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de klager en de officier van justitie op zitting gehoord.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen.
Door de klager is aangevoerd dat het een collectie antieke wapens betreft, die valt onder de vrijstelling van artikel 18 RWM.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich niet tegen teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de klager.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. De klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
De rechtbank is aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens nagegaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. Hiervan is de rechtbank niet gebleken.
De officier van justitie heeft verklaard dat het strafvorderlijk belang zich niet verzet tegen opheffing van het beslag.
Hoofdregel is dat hetgeen in beslag is genomen wordt teruggegeven aan de beslagene.
De rechtbank is van oordeel dat bij het ontbreken van strafvorderlijk belang het beslag dient te worden opgeheven.
Nu klager beslagene is en niet iemand anders redelijkerwijs als rechthebbende kan worden beschouwd, zal de rechtbank teruggave aan klager gelasten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave aan de klager van de collectie antieke wapens.
Deze beslissing is gegeven door
mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter,
en mrs. D. van den Brink en K. Duker, rechters,
in tegenwoordigheid van G. Jenuwein, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2023.
De jongste rechter is buiten staat om deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager en het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor de klager binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het Openbaar Ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.