Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-07-11
ECLI:NL:RBAMS:2023:7339
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,612 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/122697-23
Datum uitspraak: 11 juli 2023
TUSSEN-
UITSPRAAK
op de vordering van 16 mei 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 7 november 2022 door the district court of Buzau (Roemenië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1989,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 juni 2023, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.K.T. Schoffelen, advocaat te Roermond en door een tolk in de Roemeense taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een sentence no. 761/09.08.2022 of Judecătoria Buzau, which became final since no challenge entered on 18.10.2022.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 3 jaren en 6 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
4Strafbaarheid
Feiten
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Feiten
1. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd;
2. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
3. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
5Detentieomstandigheden
De rechtbank heeft in eerdere zaken geoordeeld dat vanwege de algemene detentieomstandigheden in Roemenië, waaronder met name de overbevolking in de gevangenissen, voor gedetineerden in Roemeense gevangenissen een reëel gevaar bestaat van onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest).
Het meest recente rapport van het CPT van 14 april 2022, brengt geen verandering in het eerder aangenomen algemene gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling.
In een brief van 16 juni 2023 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende garantie ten behoeve van de opgeëiste persoon verstrekt:
(…)
If the person deprived of liberty will be handed over to the Romanian authorities at Henri Coandă Bucharest Airport, he
will be initially be placed in the Bucharest Rahova Penitentiary
in order to carry out the quarantine period, for a period of 21 days, in a room that will provide him with a minimum space of 3 sqm.
(…)
In view of the amount of the sentence, it is most likely that he will initially serve his custodial sentence in the closed regime. At the same time, given his place of residence, it is possible that he will initially serve his sentence in
Slobozia Penitentiary
.
(…)
[opgeëiste persoon] will benefit from a minimum individual space of 3 square meters
, for the whole period of execution of the sentence, including the bed and related furniture,
without including the space for the sanitary group
, the number of detainees being configured by reference of the room area. Each prisoner will be provided with an individual bed equipped with specific accommodation.
(…)
In view of the prospect of implementing the measures contained in the Action Plan for the period 2020 - 2025, drawn up for the execution of the Rezmives et al. v. Romania pilot judgment,, as well as the judgments handed down in the Bragadireanu v. Romania group of cases, and the number of detainees currently held by the National Administration of Penitentiaries, as a result of the penal policies adopted by the Romanian state, the National Administration of Penitentiaries guarantees the provision of a minimum individual space of 3 square meters throughout the execution of the sentence, including the bed and related furniture
, but not including the space intended for the sanitary unit
.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van de opgeëiste persoon heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering dient te worden geweigerd omdat deze detentiegarantie onvoldoende is. Een mogelijke plaatsing biedt onvoldoende duidelijkheid, de praktijk is vaak anders. Daarnaast heeft de raadsman erop gewezen dat de genoemde 3 vierkante meter inclusief meubilair is, maar dat zich ook verwarming in de cel bevindt, hetgeen ook ruimte inneemt. De raadsman meent dat niet gesproken kan worden over voldoende ‘personal space’.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gesteld dat de geboden detentiegarantie voldoet. Het gedrag van de gedetineerde bepaalt of hij in een open of semi-open regime zal worden geplaatst. De officier van justitie heeft voorts gewezen op het slot van de garantie waar wordt gegarandeerd dat de opgeëiste persoon gedurende zijn gehele detentieperiode over minimaal 3 vierkante meter ‘personal space’ zal beschikken. Deze ruimte is weliswaar gevuld met andere zaken, maar het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) heeft bepaald dat 2 vierkante meter de ondergrens is. Daar is ruimschoots aan voldaan.
Voorts heeft de officier van justitie erop gewezen dat slechts is vereist te informeren waar de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid terecht zal komen. Naar aanleiding van eerdere door deze rechtbank geuite zorgen, wordt door de uitvaardigende justitiële autoriteit het gehele detentieverloop beschreven, maar dat is niet noodzakelijk. De officier van justitie concludeert dat het gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling door de geboden detentiegarantie is weggenomen.
Beoordeling
Naar het oordeel van de rechtbank biedt de detentiegarantie onvoldoende zekerheid dat de opgeëiste persoon na overlevering niet zal worden blootgesteld aan onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 4 Handvest. Na overlevering wordt hij geplaatst in the Bucharest Rahova Penitentiary. Dit is echter voor een zeer korte ‘quarantaineperiode’ van 21 dagen. De rechtbank hecht er daarom aan ook te onderzoeken waar de opgeëiste persoon na die periode zal worden gedetineerd. Volgens de detentiegarantie zal hij daarna mogelijk worden geplaatst in Slobozia Penitentiary. Dit voldoet naar het oordeel van de rechtbank niet aan de maatstaf die het HvJ EU daaraan stelt. Onderzocht dient te worden waar de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd.
De rechtbank zal daarom het onderzoek heropenen en schorsen ten behoeve van nadere bevraging op dit punt.
Dictum
HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting tot een nader te bepalen zittingsdatum en -tijd, met dien verstande dat de zaak weer op zitting moet worden gebracht vóór 12 augustus 2023, om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere informatie op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit zoals hiervoor omschreven onder punt 5.
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen dag en tijdstip met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.
BEVEELT de oproeping van een tolk in de Roemeense taal.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. M.T.C. de Vries en R.A. Sipkens, rechters,
in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 11 juli 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.