Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-11-15
ECLI:NL:RBAMS:2023:7279
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Eerste en enige aanleg
892 tokens
Dictum
op de vordering van 19 april 2023 op grond van artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door die Präsidentin des Landgerichts Kleve (Duitsland) op 17 maart 2023 en betreft:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] (Duitsland),
met de Duitse nationaliteit,
nu gedetineerd in Duitsland,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
Beoordeling
Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
De rechtbank heeft in een tussenbeslissing van 18 juli 2023 verzocht de overgeleverde persoon alsnog te horen op het verzoek om aanvullende toestemming. Dat is gebeurd op
11 september 2023 in een niet openbare hoorzitting van de 1e grote strafkamer van de Arrondissementsrechtbank te Kleve in aanwezigheid van zijn advocaat. De overgeleverde persoon is tegelijk met zijn medeverdachte gehoord. In het proces-verbaal van het verhoor is het volgende opgenomen:
“Aan de beklaagden wordt uitgelegd dat tegen hen momenteel geen openbare terechtzitting in deze zaak kan worden gehouden omdat zij door Nederland in een andere zaak zijn uitgeleverd en zij geen afstand hebben gedaan van het specialiteitsbeginsel.
De inhoud van het Europees aanhoudingsbevel betreffende de beklaagde [opgeëiste persoon] van 06-03-2023 (…) in de onderhavige zaak werd met de beklaagden besproken.
De beklaagden verklaren dat zij op de hoogte zijn van de inhoud van het Europees
aanhoudingsbevel.
De beklaagden leggen hierover geen verdere verklaringen af.
De beklaagde [opgeëiste persoon] verklaart:
Ik doe uitdrukkelijk geen afstand van het specialiteitsbeginsel.”
De rechtbank vindt dat hiermee is voldaan aan het hoorrecht zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.
Dictum
De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [opgeëiste persoon] voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 15 november 2023 door
mr. R. Godthelp, voorzitter,
mrs. L. Sanders en B.M. Vroom-Cramer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier.
Vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.