Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-11-10
ECLI:NL:RBAMS:2023:7072
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,659 tokens
Inleiding
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10518570 \ CV EXPL 23-7423
Vonnis van 10 november 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap Cogébené-Mudde B.V.,
mede handelend onder de naam CM Staal,
gevestigd in Wateringen,
eisende partij,
gemachtigde [gemachtigde 1] ,
tegen
[gedaagde 1] ,
handelend onder de naam [handelsnaam] ,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde [gemachtigde 2] .
Procesverloop
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 16 mei 2023;
het verweer van 20 juni 2023;
het tussenvonnis van 21 juli 2023
de akte vermindering van eis van 29 september 2023;
de mondelinge behandeling van 11 oktober 2023, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1
[gedaagde 1] heeft op 7, 13 en 30 juni 2022 staal gekocht van CM Staal voor een koopsom van in totaal € 9.752,05. Op die koop zijn de algemene voorwaarden van CM Staal van toepassing verklaard.
2.2
De algemene voorwaarden van CM Staal bepalen dat binnen dertig dagen na factuurdatum betaald moet worden (artikel 15.2) en dat daarna rente verschuldigd is van twaalf procent per jaar, of de wettelijke handelsrente als deze hoger is (artikel 15.6).
2.3
Op 16 september 2022 heeft [gedaagde 1] € 1.500,00 betaald. Doordat een afnemer hem onbetaald had gelaten kon hij op dat moment niet meer betalen. Op 7 oktober 2022 heeft CM Staal hem gesommeerd de rest te betalen.
2.4
Op 3 november 2022 hebben partijen een betalingsregeling getroffen, die echter is vervallen omdat [gedaagde 1] zich er niet aan hield. Wel heeft [gedaagde 1] op 21 november 2022 een bedrag van € 1.200,00 betaald. Op 21 december 2022 en 10 februari 2023 heeft CM Staal gesommeerd de rest te betalen. Na het begin van deze procedure heeft [gedaagde 1] op 21 juni 2023 nog € 4.500,00 betaald.
Geschil
3.1
CM Staal vordert in de dagvaarding om [gedaagde 1] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om € 8.666,86 te betalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 16 mei 2023 en met proceskosten. Vervolgens heeft CM Staal haar vordering verminderd met het betaalde bedrag van € 4.500,00. De vordering is nu als volgt opgebouwd:
7 juni 2022
factuur
€ 6.342,82
13 juni 2022
factuur
€ 703,19
13 juni 2022
factuur
€ 736,82
13 juni 2022
factuur
€ 1.742,85
30 juni 2022
factuur
€ 226,37
incassokosten
€ 862,60
16 september 2022
betaald
€ -1.500,00
21 november 2022
betaald
€ -1.200,00
tot 16 mei 2023
rente 12%
€ 752,21
totaal 16 mei 2023
€ 8.666,86
21 juni 2023
betaald
€ -4.500,00
3.2
[gedaagde 1] erkent dat hij de hoofdsom verschuldigd is, maar voert verweer tegen de rente en bijkomende kosten. Deze vindt hij zo hoog dat hij nooit van zijn schuld afkomt.
3.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1
De kantonrechter zal de gevorderde hoofdsom toewijzen, want [gedaagde 1] heeft erkend dat hij deze verschuldigd is.
4.2
Ook zal de kantonrechter buitengerechtelijke incassokosten toewijzen. CM Staal heeft kosten moeten maken om de factuurbedragen te incasseren. Zo heeft zij aanmaningen laten sturen en een betalingsregeling laten treffen. Het is begrijpelijk dat [gedaagde 1] niet kon betalen omdat een afnemer hem onbetaald liet, maar daar stond CM Staal buiten.
4.3
Hoewel CM Staal voor de buitengerechtelijke incassokosten heeft verwezen naar haar algemene voorwaarden, heeft zij het gevorderde bedrag berekend op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter gaat daarom ook uit van dat Besluit. Omdat [gedaagde 1] bij de eerste sommatie al € 1.500,00 had betaald zal de kantonrechter de incassokosten echter berekenen over het daarna nog openstaande bedrag.
4.4
Ook zal de kantonrechter de gevorderde contractuele rente van € 752,21 tot aan de dagvaarding toewijzen. Over dat bedrag is [gedaagde 1] echter niet vanaf de dagvaarding de wettelijke handelsrente verschuldigd. De algemene voorwaarden en artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek geven geen basis om vaker dan eens per jaar rente over rente te vorderen.
4.5
De betalingen door [gedaagde 1] komen eerst in mindering op de incassokosten, dan op de lopende rente en dan op de oudste hoofdsom. Op 1 juli 2023 is de wettelijke handelsrente verhoogd van 10,5 procent tot 12 procent per jaar. [gedaagde 1] is dus het volgende bedrag verschuldigd:
7 juni 2022
factuur
€ 6.342,82
plus rente vanaf 7 juli 2022
13 juni 2022
totaal facturen
€ 3.182,86
plus rente vanaf 13 juli 2022
30 juni 2022
factuur
€ 226,37
plus rente vanaf 30 juli 2022
16 september 2022
betaald
€ -1.500,00
7 oktober 2022
incassokosten
€ 798,59
21 november 2022
betaald
€ -1.200,00
totaal
€ 7.850,64
16 mei 2023
rente 12%
€ 752,21
volgens de dagvaarding
21 juni 2023
rente 10,5%
€ 81,30
sinds 16 mei 2023 over € 7.850,64
21 juni 2023
betaald
€ -4.500,00
totaal
€ 4.184,15
1 juli 2023
rente 10,5%
€ 12,04
sinds 21 juni 2023 over € 4.184,15
7 juli 2023
rente 12%
€ 1,53
sinds 1 juli 2023 over € 774,92
13 juli 2023
rente 12%
€ 12,56
sinds 1 juli 2023 over € 3.182,86
30 juli 2023
rente 12%
€ 2,16
sinds 1 juli 2023 over € 226,37
totaal
€ 4.212,44
4.6
[gedaagde 1] is de partij die grotendeels ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van CM Staal als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
106,73
- griffierecht
€
514,00
- informatiekosten
€
2,71
- salaris gemachtigde
€
660,00
(2 punten × € 330,00)
totaal
€
1.283,44
4.7
De gevorderde veroordeling in de nakosten is toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
Dictum
De rechtbank
5.1
veroordeelt [gedaagde 1] om aan CM Staal te betalen een bedrag van € 4.212,44;
5.2
veroordeelt [gedaagde 1] om aan CM Staal te betalen de wettelijke handelsrente over € 774,92 met ingang van 7 juli 2023;
5.3
veroordeelt [gedaagde 1] om aan CM Staal te betalen de wettelijke handelsrente over € 3.182,86 met ingang van 13 juli 2023;
5.4
veroordeelt [gedaagde 1] om aan CM Staal te betalen de wettelijke handelsrente over € 226,37 met ingang van 30 juli 2023;
5.5
veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten, aan de zijde van CM Staal tot dit vonnis vastgesteld op € 1.283,44;
5.6
veroordeelt [gedaagde 1] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 132,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met de explootkosten als [gedaagde 1] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en het vonnis vervolgens is betekend;
5.7
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.8
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Bolkestein, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2023.