Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-09-07
ECLI:NL:RBAMS:2023:6717
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Wraking
1,033 tokens
Dictum
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. M. Greebe, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.
Procesverloop
1.1.
De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de zitting van de zitting van 30 augustus 2023 in de zaak met nummer AMS 23/1421, waarin is opgenomen dat verzoeker de rechter wraakt.
1.2.
De rechter heeft niet in de wraking berust.
Feiten
Uit het proces-verbaal blijkt het volgende. Bij binnenkomst wijst verzoeker op drie beveiligers die aanwezig zijn in de zittingszaal. Na een opmerking hierover van verzoeker heeft de rechter gezegd dat er beveiliging is omdat verzoeker de vorige keer op de rechtbank erg boos was. Verzoeker heeft toen gezegd: “Wat is boos? Ik ben nu ook boos. Moeten er drie beveiligers komen?”De rechter heeft hierop geantwoord dat dit voor haar de reden is geweest. Verzoeker heeft toen gezegd: “U doet iets absurds. U heeft gehoord dat ik boos ben. Drie wachters is een enorme maatregel. Dat is extreem. Wat bedoelt u met boos?”De rechter heeft toen gezegd dat zij niet weer antwoord gaat geven, waarna verzoeker de rechter heeft gewraakt. Na de vraag waarom heeft verzoeker geantwoord: “Omdat u bevooroordeeld bent. U geeft geen antwoord op mijn vraag. Ik vind drie wachters een bedreiging. Ik vind het bedreigend. U beschuldigt mij valselijk op een bevooroordeelde manier waarop ik mij niet kan verweren.”
Beoordeling
3.1.
Op grond van artikel 8:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel. Daarnaast geldt dat ook de objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid grond kan zijn voor wraking.
3.3.
Uit het arrest van de Hoge Raad van 16 maart 2021(ECLI:NL:HR:2021:370) volgt dat een wrakingsverzoek buiten behandeling kan worden gesteld als het verzoek redelijkerwijs niet als wrakingsverzoek kan worden aangemerkt. In het proces-verbaal zijn geen concrete feiten vermeld waaruit de vooringenomenheid van de rechter (of de gerechtvaardigde vrees daarvoor) kan worden afgeleid. De enkele stelling dat de rechter bevooroordeeld is, is onvoldoende. Een wrakingsgrond moet gelegen zijn in feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen. Dat is hier niet het geval nu het verzoeker hier alleen ging om de aanwezigheid van drie beveiligers. Het verzoek zal daarom buiten behandeling worden gesteld. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan achterwege blijven.
3.5.
Omdat verzoeker het middel tot wraking lichtvaardig, want zonder redelijke grond heeft ingezet, is naar het oordeel van de Wrakingskamer sprake van misbruik van recht. Bepaald zal daarom worden dat verdere verzoeken tot wraking van de rechter belast met de behandeling van de zaak van verzoeker niet in behandeling worden genomen.
Dictum
De Wrakingskamer:
stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling,
bepaalt dat de zaak met nummer AMS 23/1421 wordt voortgezet in de stand waarin de zaak zich bevond op het moment van wraking,
bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking gericht tegen de rechter belast met de behandeling van de zaak van verzoeker niet in behandeling zal worden genomen.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 september 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.