Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-10-12
ECLI:NL:RBAMS:2023:6343
Strafrecht
Raadkamer
918 tokens
Dictum
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
[BRP-adres] ,
klager, tevens beslagene.
1Procesgang
Het klaagschrift is op 7 juli 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op de zitting van 25 augustus 2023 klager, zijn raadsvrouw mr. D.M. Moes en de officier van justitie mr. S.M. van der Veen gehoord.
2Inhoud klaagschrift
Het klaagschrift strekt tot teruggave aan klager van het bij hem in beslag genomen voorwerp, te weten een Iphone 14 met goednummer 6304947 (hierna: de telefoon). De telefoon behoort aan klager toe.
2.1.
Standpunt klager
De raadsvrouw van klager heeft in het klaagschrift aangevoerd dat het strafvorderlijk belang niet verlangt dat het beslag wordt voortgezet.
Ten eerste is het voortduren van het beslag niet (meer) noodzakelijk voor de waarheidsvinding of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. De gegevens op de telefoon zijn door middel van een kopie veiliggesteld.
Ten tweede komt de telefoon niet in aanmerking voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. De telefoon is niet van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Ook is geen causaal verband gebleken tussen de ten laste gelegde feiten in de zaak met parketnummer 13/048064-23 en de telefoon.
Verder heeft de raadsvrouw in het klaagschrift aangevoerd dat het strafvorderlijk belang niet opweegt tegen het persoonlijk belang van klager om over zijn telefoon te beschikken. Het voortduren van het beslag zou disproportioneel zijn.
2.2.
Standpunt Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft aangegeven zich te verzetten tegen teruggave van de telefoon aan klager. De telefoon is vatbaar voor verbeurdverklaring, omdat deze telefoon is gebruikt bij het onder 1 en 4 ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 13/048064-23.
Beoordeling
Uit de stukken en het verhandelde op de zitting van 25 augustus 2023 is het volgende gebleken.
Op 21 februari 2023 is op basis van artikel 94 lid 1 Sv de telefoon in beslag genomen.
Klager is, bijgestaan door zijn raadsvrouw, op de zitting van 25 augustus 2023 gehoord. De raadsvrouw heeft op de zitting aangevoerd dat klager zijn klaagschrift wil handhaven.
De rechtbank is van oordeel dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beklag, omdat de rechtbank bij vonnis van heden, 8 september 2023, in de strafzaak tegen verdachte met parketnummer 13/048064-23 een beslissing heeft genomen over de in beslag genomen telefoon. Hierdoor is het belang van klager bij een beslissing op het klaagschrift komen te vervallen.
Klager wordt dan ook niet-ontvankelijk in zijn beklag verklaard.
Dictum
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.C.J. Klaver, voorzitter,
mrs. D. Bode en C.F.J. Heemskerk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.H. van der Pol en L.A.W. Boeve, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 september 2023.