Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-10-05
ECLI:NL:RBAMS:2023:6213
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,770 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
fno.: 598
Zaaknummer: 10470392 \ CV EXPL 23-5878
Vonnis van 5 oktober 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap
REVIVE MAISON B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Revive Maison,
gemachtigde: [gemachtigde 1] ,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 april 2023 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 25 mei 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de dagbepaling mondelinge behandeling,
- de aanvullende producties en toelichting van de zijde van [gedaagde] ,
- de aanvullende productie van de zijde van Revive Maison.
1.2.
Op 15 augustus 2023 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Revive Maison zijn verschenen [naam 1] , directeur, en gemachtigde [gemachtigde 2] . [gedaagde] is eveneens verschenen. De griffier heeft van de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt die aan het dossier zijn toegevoegd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Revive Maison is een aannemingsbedrijf. Zij heeft op 28 januari 2022 aan [gedaagde] een offerte gestuurd voor een renovatie van de woning van [gedaagde] aan het [adres] (hierna: de woning). [gedaagde] heeft op deze offerte akkoord gegeven.
2.2.
Op de offerte staat een totaalbedrag van € 10.890,- genoemd. Verder staat op de offerte dat deze prijs exclusief materiaalkosten is.
2.3.
Op de overeenkomst tussen partijen zijn de algemene voorwaarden voor Revive Maison van toepassing (hierna: de algemene voorwaarden). In de algemene voorwaarden staat, voor zover relevant, het volgende:
“(…) Artikel 12. In gebreke blijven van de opdrachtgever
(…)
2. Indien het bouwbedrijf tot invordering overgaat, zijn de daaraan verbonden buitengerechtelijke kosten voor rekening van de opdrachtgever. Het bouwbedrijf is gerechtigd de kosten te fixeren op 10% van de verschuldigde hoofdsom.
(…)”
2.4.
Op 10 maart 2022 heeft Revive Maison de werkzaamheden aangevangen. Het werk is op 10 april 2022 opgeleverd. Tijdens deze oplevering is een aantal punten naar voren gekomen die nog moesten worden hersteld.
2.5.
Revive Maison heeft voor het geleverde werk aan [gedaagde] een drietal facturen van in totaal € 16.975,57 gestuurd.
Geschil
3.1.
Revive Maison vordert – zakelijk weergegeven – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van:
€ 4.475,57, te vermeerderen met de contractuele rente van 10% dan wel de wettelijke rente,
de buitengerechtelijke incassokosten van € 572,56,
de proceskosten,
de nakosten.
3.2.
Revive Maison stelt, samengevat, dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst door de facturen niet volledig te betalen. Zij dient dit bedrag alsnog aan Revive Maison te betalen. Ter zitting heeft Revive Maison erkend dat [gedaagde] een hoger bedrag heeft voldaan (te weten € 15.988,51) dan waar ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding van werd uitgegaan (te weten € 12.500,-).
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Zij is van mening dat zij voldoende aan Revive Maison heeft betaald. Op dit moment heeft zij namelijk nog steeds geen functionerende radiatoren in haar woning. Bovendien heeft zij kosten moeten maken voor een loodgieter om deze radiatoren te inspecteren.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Ambtshalve toetsing
4.1.
De overeenkomst die in deze procedure centraal staat is gesloten met een consument. Dit betekent dat de kantonrechter ambtshalve moet toetsen of Revive Maison aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen heeft voldaan. Indien dit niet het geval is, dient de kantonrechter daaraan een sanctie verbinden (zie Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677).
4.2.
Ter zitting is gebleken dat de overeenkomst tussen partijen buiten een verkoopruimte in gesloten. Gelet daarop is Revive Maison op grond van de artikelen 6:230m lid 1 j◦ 6:230t lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) gehouden voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op een passende, duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230m lid 1 BW opgesomde informatie aan [gedaagde] te verstrekken. Alleen op deze wijze wordt [gedaagde] namelijk in de gelegenheid gesteld een weloverwogen besluit te nemen over welke overeenkomst zij aangaat.
4.3.
Revive Maison heeft niet aan al haar precontractuele informatieverplichtingen voldaan. Zij heeft onder meer [gedaagde] onvoldoende informatie gegeven over de totale prijs van de renovatie, terwijl zij daar op grond van artikel 6:230m lid 1 onder e BW wel toe is gehouden. Op de offerte staat immers enkel een totaalprijs voor de renovatiewerkzaamheden genoemd, maar deze prijs is exclusief materiaalkosten. Het was dus onbekend wat Revive Maison uiteindelijk aan materiaalkosten in rekening zou brengen. Ter zitting heeft Revive Maison erkend dat zij [gedaagde] over de te verwachten materiaalkosten geen nadere informatie heeft gegeven. Nu voor [gedaagde] niet bekend was wat de totale prijs aan materiaalkosten zou zijn, was evenmin voor haar duidelijk welke totale prijs zij aan Revive Maison diende te betalen. Hierdoor is haar de mogelijkheid ontnomen een weloverwogen keuze te maken of zij, bij wetenschap van de daadwerkelijke totaalprijs, de renovatie wel zou willen laten uitvoeren. Revive Maison heeft ter zitting weliswaar gesteld dat de materiaalkosten gedurende de overeenkomst duidelijk werden, maar aan die stelling gaat de kantonrechter voorbij. Uit toelichting op dit wetsartikel en de jurisprudentie hierover volgt immers dat het juist van belang is dat de consument voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op de hoogte is van alle kosten om een weloverwogen keuze te maken en hier niet pas gedurende de overeenkomst achter komt.
4.4.
Verder is ter zitting gebleken dat Revive Maison [gedaagde] er niet op heeft gewezen dat zij de mogelijkheid had om binnen veertien dagen zonder opgave van redenen de overeenkomst tussen partijen te ontbinden (zie artikel 6:230o BW). Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder h BW is Revive Maison daar echter wel toe gehouden. Dit betekent dat Revive Maison ook niet aan deze precontractuele informatieverplichting heeft voldaan.
4.5.
Het voorgaande leidt ertoe dat Revive Maison op twee punten niet aan haar precontractuele informatieverplichtingen heeft voldaan. Volgens het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad betreffen dit twee essentiële informatieverplichtingen. De kantonrechter acht de schending daarvan dermate ernstig dat de overeenkomst gedeeltelijk wordt vernietigd, bestaande uit een vermindering van de betalingsverplichting van [gedaagde] . Hiervoor sluit de kantonrechter aan bij de Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten waarin is bepaald dat bij één tot drie voldoende ernstige schendingen van de essentiële informatieplichten de betalingsverplichting met 25% wordt verminderd.
4.6.
Gelet hierop is [gedaagde] gehouden slechts 75% van de totale kosten aan Revive Maison te betalen. Dit betreft een bedrag van € 12.731,67 (€ 16.975,57 x 75%). Nu [gedaagde] reeds een bedrag van € 15.988,91 aan Revive Maison heeft betaald, is zij niets meer aan Revive Maison verschuldigd. Dit betekent dat de vordering onder 3.1. sub i) zal worden afgewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.7.
Revive Maison heeft haar vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten gebaseerd op het wettelijke tarief. Op grond van de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie moet de kantonrechter echter, nu [gedaagde] een consument is, in dat geval toch ambtshalve toetsen of het beding dat in de toepasselijke algemene voorwaarden waarop Revive Maison zich had kunnen beroepen, niet oneerlijk is in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG (hierna: de richtlijn). Een effectieve bescherming voor consumenten tegen oneerlijke bedingen kan enkel worden bereikt als de sanctie voor het gebruik van een oneerlijk beding voldoende afschrikwekkend is. Dit betekent dat indien het beding over de kosten zoals opgenomen in artikel 12.2. van de algemene voorwaarden (zie hiervoor onder 2.3.) als oneerlijk wordt aangemerkt, Revive Maison geen aanspraak meer kan maken op de wettelijke regeling die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest. In dat geval moet haar vordering op dit punt worden afgewezen (zie Dexia arrest van 27 januari 2021, C-229/19).
4.8.
Op grond van de bijlage bij de richtlijn kan een beding dat tot doel of tot gevolg heeft de consument die zijn verbintenissen niet nakomt, een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen, als oneerlijk worden aangemerkt (artikel 1 onder e van de bijlage in samenhang met artikel 3 lid 3 van de richtlijn). In artikel 12.2 van de algemene voorwaarden is bepaald dat de kosten 10% van de hoofdsom bedragen. Nu dit bedrag aanmerkelijk hoger is dan het wettelijke tarief aan buitengerechtelijke incassokosten, wordt de bepaling in artikel 12.2. van de algemene voorwaarden als oneerlijk aangemerkt. Uit hetgeen hiervoor onder 4.7. is overwogen volgt dat Revive Maison in dat geval ook geen aanspraak meer kan maken op het wettelijke tarief.
4.9.
De vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.10.
Revive Maison zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dictum
De kantonrechter:
I. wijst de vorderingen af;
II. veroordeelt Revive Maison in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Coumou, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.