Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-09-19
ECLI:NL:RBAMS:2023:6018
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Eerste en enige aanleg
919 tokens
Dictum
op de vordering op grond van artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 12 mei 2023, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door de Rechtbank van eerste aanleg in Galanta (Slowakije) op 22 februari 2023 en betreft:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] (voormalig Tsjecho-Slowakije),
thans gedetineerd in Slowakije,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
Beoordeling
Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Uit het proces-verbaal van de zitting van de Slowaakse rechtbank van 9 februari 2023 blijkt dat de overgeleverde persoon is gewezen op de aan de orde zijnde nieuwe verdenking alsmede op de mogelijkheid van het doen van afstand van het specialiteitsbeginsel. In het proces-verbaal is verder het volgende opgenomen:
“De veroordeelde verklaart: Ik doe geen afstand van de toepassing van het
specialiteitsbeginsel op enige strafvervolging op het grondgebied van de Slowaakse Republiek.
Ik doe geen afstand van de toepassing van het specialiteitsbeginsel, ook niet met betrekking tot strafvervolgingen gevoerd door de Rechtbank van eerste aanleg Galanta onder het dossiernr. 27T/45/2020 en 2T/79/2020.”
Op 22 mei 2023 heeft de rechtbank aanvullende vragen gesteld aan de Slowaakse autoriteiten, omdat niet is gebleken dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om voor de uitvoerende rechterlijke autoriteit zijn opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging kenbaar te maken. De Slowaakse autoriteiten hebben hierna wederom het proces-verbaal van de zitting van 9 februari 2023 gestuurd. Het proces-verbaal van 9 februari 2023 vermeldt slechts dat de overgeleverde persoon bij de zitting van 9 februari 2023 heeft verklaard geen afstand te doen van specialiteit.
Om die reden is niet voldaan aan de eisen van een effectieve rechterlijke bescherming voor de overgeleverde persoon en beschikt de rechtbank niet over voldoende gegevens om met volledige kennis van zaken - en met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te kunnen nemen over het desbetreffende verzoek tot toestemming. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.
Dictum
De rechtbank:
WIJST AF het verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de overgeleverde persoon niet is overgeleverd.
Deze beslissing is genomen op 19 september 2023 door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. M. Wiewel en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders, griffier.
vgl. Hof van Justitie van de Europese Unie 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.