Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-09-19
ECLI:NL:RBAMS:2023:6011
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,348 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/017810-23
Datum uitspraak: 19 september 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 24 juli 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 25 juli 2022 door de Staatsanwaltschaft Innsbruck en goedgekeurd door het Landesgericht Innsbruck, Oostenrijk en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1977,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 5 september 2023, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. W. van Nieuwkerk, advocaat in Utrecht en door een tolk in de (Marokkaans) Arabische taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een nationale lastgeving tot aanhouding van het Staatsanwaltschaft Innsbruck (Oostenrijk) van 25 juli 2022, zaaknummer 2 St 85/22d (gerechtelijk goedgekeurd door het Landesgericht Innsbruck op 25 juli 2022, zaaknummer: 30 HR 173/20h).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Oostenrijks recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.
3.1.
Genoegzaamheid
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat de informatie in het EAB niet genoegzaam is. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om de zaak aan te houden om nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Het is niet duidelijk of het EAB een vervolgings- of executie-EAB is. Meer duidelijkheid zou moeten komen over de vraag waarvoor de overlevering van de opgeëiste persoon wordt verzocht.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB genoegzaam is en merkt op dat onderdeel D in het EAB abusievelijk is ingevuld. Uit het EAB blijkt verder duidelijk dat sprake is van een vervolgings-EAB.
Oordeel van de rechtbank
Het EAB moet gegevens bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Daartoe moet uit het EAB in ieder geval blijken of het gaat om de tenuitvoerlegging van een opgelegde vrijheidsstraf (executie-EAB), waarbij vermeld dient te worden bij welke uitspraak die straf is opgelegd, of dat sprake is van een onderzoek naar strafbare feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd (vervolgings-EAB). In dat geval moet onder meer het onderliggende nationale aanhoudingsbevel van de opgeëiste persoon in het EAB vermeld zijn. Verder moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Bovendien dient die beschrijving de naleving van het specialiteitsbeginsel te kunnen waarborgen.
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak in onderdeel b) van het EAB staat vermeld dat sprake is van een op 25 juli 2022 uitgevaardigd aanhoudingsbevel door het Openbaar Ministerie (Staatsanwaltschaft) Innsbruck (Oostenrijk). In onderdeel c) van het EAB staat de maximum straf die voor het feit opgelegd kan worden. Daarnaast is er een zogenoemde terugkeergarantie verstrekt. Op grond van deze informatie staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat het EAB is uitgevaardigd ten behoeve van de vervolging van de opgeëiste persoon. De rechtbank vat het zetten van het kruisje bij onderdeel D in het EAB op als een kennelijke verschrijving. Verder overweegt de rechtbank dat het op basis van de omschrijving van het feit voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Daarmee is ook het specialiteitsbeginsel gewaarborgd. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding de zaak aan te houden om hierover vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit en verwerpt het verweer van de raadsvrouw.
4Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Oostenrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
The Regional Court of Innsbruck (Oostenrijk) heeft bij brief van 10 augustus 2023 de volgende garantie gegeven:
“The Innsbruck Regional Court guarantees the Dutch authorities that, in the event of a
conviction in the present criminal proceedings to a custodial sentence or to a preventive
measure involving deprivation of liberty, the accused [opgeëiste persoon], born on [geboortedag]-1977, a Dutch national, will be returned to the Netherlands after his hearing for the
execution of this sentence or preventive measure.
This guarantee is binding for the Austrian judicial authorities.”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.
6Artikel 9 OLW
Standpunt van de raadsvrouw
Uit de justitiële documentatie blijkt dat de opgeëiste persoon op 7 juni 2022 in Duitsland is veroordeeld voor witwassen in een periode die eindigt op 4 november 2021. Het feit waarvoor Oostenrijk zijn overlevering verzoekt wordt vaker in verband gebracht met witwassen. Het feit is bovendien gepleegd op 4 november 2021. Het feit waarvoor de opgeëiste persoon in 2022 in Duitsland is veroordeeld, betreft hetzelfde feitencomplex, dan wel heeft tenminste overlap met het feit waarvoor het EAB is uitgevaardigd.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
8Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5, 6 en 7 Overleveringswet.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Landesgericht Innsbruck (Oostenrijk) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. M. Wiewel en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 september 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.