Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-09-14
ECLI:NL:RBAMS:2023:5793
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,164 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 10524744 CV EXPL 23-7633
vonnis van: 14 september 2023
fno.: 57327
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
de stichting Stichting VerHuurVeilig
gevestigd te Gennep
eiseres
nader te noemen: de stichting
gemachtigde: SBWH
t e g e n
[gedaagde] (h.o.d.n. [bedrijf] )
wonende te [woonplaats]
gedaagde
nader te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon.
Procesverloop
- de dagvaarding van 9 mei 2023, met producties;- het proces-verbaal van het mondelinge antwoord;- het instructievonnis van 15 juni 2023, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;- de akte houdende het in het geding brengen van producties van de zijde van de Stichting.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2023. Voor de Stichting is verschenen de heer [naam] als gemachtigde. [gedaagde] is niet verschenen, hoewel hij op de juiste wijze is opgeroepen.
De gemachtigde is gehoord en heeft vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast:
1.1.
De Stichting is een onderneming die het keurmerk VerHuurVeilig in stand houdt en bewaakt.
1.2.
De Stichting en [gedaagde] zijn op 10 september 2022 een overeenkomst aangegaan. Hierbij verleent de Stichting aan [bedrijf] het recht om met ingang van 10 september 2021 voor onbepaalde tijd het keurmerk van de Stichting te voeren.
1.3.
De Stichting heeft bij factuur van 23 maart 2022 de kosten voor de periode 1 januari 2022 tot 31 december 2022 in rekening gebracht. Dit betreft een bedrag van € 441,65.
1.4.
De gemachtigde heeft aan [gedaagde] op 4 mei 2022 per e-mail een betalingsherinnering gestuurd. Hierop antwoordde [gedaagde] “Staat er maandag op”.
1.5.
De (incasso)gemachtigde van de Stichting heeft verschillende betalingsherinneringen en sommaties gestuurd aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft het bedrag niet betaald.
1.6.
Per 1 januari 2023 zijn de werkzaamheden van de Stichting overgenomen door de Stichting Certificering Voor Makelaars. De Stichting is eind mei 2023 uitgeschreven uit de Kamer van Koophandel.
Vordering
2. De Stichting vordert dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:a. € 441,65 aan hoofdsom; b. € 66,25 aan buitengerechtelijke incassokosten; c. € 37,07 aan debetrente, berekend tot 1 april 2023; d. de wettelijke rente over € 544,97 vanaf 1 april 2023 tot het hele bedrag is voldaan;e. de proceskosten.
3. De Stichting stelt hiertoe, samengevat en zakelijk weergegeven, dat [gedaagde] de factuur van 23 maart 2022 moet betalen. Ondanks herhaalde sommaties heeft [gedaagde] de factuur niet betaald. De Stichting vordert daarom tevens de wettelijke (handels)rente en de buitengerechtelijke incassokosten. Ter zitting heeft de Stichting toegelicht dat de kosten voor het voeren van het keurmerk VerHuurVeilig € 1,00 per dag exclusief btw zijn. Dit tarief stond ten tijde van het aangaan van de overeenkomst op de website van de Stichting vermeld.
Verweer
4. [gedaagde] voert verweer tegen de vordering. Hij erkent dat hij een overeenkomst heeft gesloten met Stichting VerHuurVeilig en dat hij zich daarvoor heeft verbonden om
€ 450,00 te betalen. Hij voert aan dat hij voor dit bedrag een opleiding en een cursus zou krijgen, maar dat hij die nooit aangeboden heeft gekregen. De Stichting was moeilijk bereikbaar, maar uiteindelijk heeft hij [naam] gesproken en € 300,00 contant betaald. Hierbij was de schoonzus van [gedaagde] aanwezig. Op een later moment heeft [gedaagde] nog € 150,00 betaald. Hij heeft geen kwitanties ontvangen. [gedaagde] is van mening dat hij daarom de factuur niet hoeft te betalen.
Beoordeling
5. Aan de orde is de vraag of [gedaagde] verplicht is de factuur van € 441,65 te betalen. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is, op grond van het volgende.
6. De kantonrechter stelt vast dat uit de overgelegde overeenkomst niet blijkt dat [gedaagde] het door de Stichting gevorderde bedrag moet betalen. [gedaagde] erkent echter dat hij de overeenkomst tot het voeren van het keurmerk VerHuurVeilig heeft gesloten en dat hij daarvoor een bedrag van € 450,00 moest betalen aan de Stichting. Hij stelt echter dat hij dat hij het verschuldigde bedrag al heeft betaald.
7. Dat verweer passeert de kantonrechter echter, omdat [gedaagde] niet meer heeft weersproken hetgeen de Stichting ter zitting heeft aangevoerd, te weten dat zij geen contante betalingen heeft ontvangen en dat [gedaagde] de vordering waar het in deze procedure om gaat op 23 mei 2023 heeft aangemeld als schuld bij het Buurtteam van de gemeente Amsterdam, waardoor het onwaarschijnlijk is dat [gedaagde] de vordering al heeft betaald. Tegenover de betwisting door de Stichting heeft [gedaagde] zijn stelling dat hij een bedrag van in totaal € 450,00 heeft betaald, bovendien niet nader onderbouwd. Zo heeft hij bijvoorbeeld niet toegelicht wanneer de bedragen zijn betaald en aan wie hij die heeft betaald. Ook heeft hij bijvoorbeeld geen verklaring overgelegd van zijn schoonzus, waaruit blijkt dat en wanneer hij een bedrag heeft betaald. Dit had wel op zijn weg gelegen, omdat de Stichting betwist dat zij bedragen heeft ontvangen van [gedaagde] .
8. [gedaagde] voert verder aan dat hij een opleiding en cursus zou krijgen, maar dat dit niet is gebeurd. Hij heeft echter niet weersproken, dat, zoals de Stichting ter zitting heeft opgemerkt, uit de factuur van 23 maart 2022 blijkt dat hem geen kosten voor een cursus in rekening zijn gebracht. Ook dit verweer passeert de kantonrechter dan ook.
9. Tot slot heeft [gedaagde] weliswaar aangevoerd dat de Stichting heel moeilijk bereikbaar is, maar ook dat verweer gaat niet op, omdat hij niet heeft weersproken hetgeen ter zitting door Vooren is aangevoerd, te weten dat de Stichting, beschikt over een vast telefoonnummer dat beantwoord wordt door een belteam en dat de Stichting tevens bereikbaar is per e-mail. Evenmin heeft [gedaagde] betwist dat uit de door de Stichting bij akte overgelegde stukken blijkt dat de incassogemachtigde ten minste vijf keer geprobeerd heeft [gedaagde] te bereiken en berichten op zijn voicemail heeft achtergelaten, en per e-mail contact heeft gezocht met [gedaagde] . [gedaagde] beschikte dus ook over het e-mailadres van de gemachtigde, aldus de Stichting.
10. Uit het voorgaande volgt dat alle verweren van [gedaagde] worden verworpen en dat hij daarom de factuur van € 441,65 moet betalen. De vordering wordt dan ook toegewezen.
11. De gevorderde rente is als niet betwist toewijsbaar, met dien verstande dat de wettelijke rente alleen toewijsbaar is over de hoofdsom.
12. De Stichting heeft gesteld buitengerechtelijke kosten te hebben gemaakt en heeft vergoeding daarvan gevorderd. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
13. [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.
Dictum
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan de Stichting van:
- € 441,65 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2023 tot aan de voldoening;
- € 66,25 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- € 37,07 aan rente;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de Stichting begroot op:exploot € 106,73salaris € 264,00griffierecht € 128,00 -----------------totaal € 498,73voor zover van toepassing, inclusief btw;
veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 66,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.A.M. Jacobs, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2023 in tegenwoordigheid van mr. D.C. Vink, griffier.