Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-09-15
ECLI:NL:RBAMS:2023:5786
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,202 tokens
Inleiding
tussenvonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/175473-21
Datum uitspraak: 15 september 2023
Tussenvonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte]
,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] , [woonplaats] .
1Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
1 september 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. van de Venn, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.H. Wormhoudt, naar voren hebben gebracht.
2Tenlastelegging
Verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij zijn destijds minderjarige kinderen, zoon [naam kind 1] (geboren op [geboortedatum] ) en dochter [naam kind 2] (geboren op [geboortedatum] ), seksueel heeft misbruikt. Dit is aan verdachte – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – als volgt ten laste gelegd.
In de periode van 14 februari 2012 tot en met 31 mei 2014 in Avenhorn:
Feit 1: verkrachting van zijn zoon [naam kind 1] ;
Feit 2: ontucht met minderjarige zoon [naam kind 1] .
In de periode van 1 augustus 2019 tot en met 31 augustus in Amsterdam:
feit 3: ontucht met minderjarige dochter [naam kind 2] , waarbij de ontuchtige handelingen mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, terwijl [naam kind 2] toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt;
Feit 4: ontucht met minderjarige dochter [naam kind 2] .
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3Heropening van het onderzoek
De rechtbank heeft op de terechtzitting van 1 september 2023 de zaak inhoudelijk behandeld en vervolgens het onderzoek gesloten.
Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting is door de verdediging en het Openbaar Ministerie op 11 september 2023 per e-mail contact gezocht met de rechtbank naar aanleiding van een door de verdediging ontvangen WhatsAppbericht dat afkomstig zou zijn van [naam kind 2] . Het WhatsAppbericht is met de e-mail meegestuurd.
De rechtbank is naar aanleiding daarvan van oordeel dat het onderzoek ter terechtzitting niet volledig is geweest en zal dit derhalve heropenen. De rechtbank geeft de officier van justitie opdracht nader onderzoek te (laten) verrichten naar de herkomst van dit WhatsAppbericht. De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rechter-commissaris teneinde [naam kind 2] (nogmaals) als getuige te horen en al datgene te doen wat de rechter-commissaris geraden voorkomt.
Dictum
De rechtbank:
Heropent het gesloten onderzoek en schorst dit voor onbepaalde tijd in het belang ervan.
Draagt de officier van justitie op om nader onderzoek te (laten) verrichten naar de herkomst van het Whatsapp-bericht dat afkomstig zou zijn van [naam kind 2] .
De stukken worden in handen gesteld van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, om [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , (nogmaals) als getuige te horen en voorts al datgene te doen wat de rechter-commissaris geraden voorkomt.
Beveelt de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen terechtzitting.
De rechtbank bepaalt dat de zaak vervolgens moet worden aangebracht en dat daarvoor 60 minuten moeten worden uitgetrokken.
Beveelt de oproeping van verdachte tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.
Beveelt dat de benadeelde partijen schriftelijk in kennis worden gesteld van de datum en het tijdstip van de volgende terechtzitting.
Dit tussenvonnis is gewezen door mr. F. Dekkers, voorzitter,
mrs. F.J. Lourens en M. Smit, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 september 2023.
De griffier is buiten staat dit tussenvonnis mede te ondertekenen.