Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-07-18
ECLI:NL:RBAMS:2023:5192
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,389 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/1605
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 juli 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: mr. D. Swildens),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder.
Inleiding
1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het besluit van 28 november 2022 (het bestreden besluit) waarin het bezwaarschrift van eiseres niet-ontvankelijk is verklaard.
1.2.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
1.3.
De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het beroep kennelijk gegrond is.
Beoordeling
Ontvankelijkheid
2. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld op 20 maart 2023. Dat is buiten de wettelijke beroepstermijn van zes weken. Maar omdat verweerder, nadat eiseres contact had opgenomen met verweerder, per e-mailbericht heeft laten weten dat zij vanaf
24 februari 2023 nog zes weken de tijd heeft om in beroep te gaan, acht de rechtbank de termijnoverschrijding in dit geval verschoonbaar.
Inhoudelijk
3.1.
Eiseres is student en heeft geprobeerd de Eenmalige Energietoeslag 2022 digitaal aan te vragen. Zij stuitte daarbij op een online blokkade bij het invullen van het geautomatiseerde aanvraagformulier. Bij een bevestigend antwoord op de vraag “bent u student?” kreeg eiseres bericht dat het niet mogelijk was de aanvraag verder in te vullen. Eiseres heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen dit bericht.
3.2.
In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Alleen tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan bezwaar gemaakt worden. Tegen een blokkade in een digitale aanvraagprocedure kan geen bezwaar gemaakt worden, want dat staat niet gelijk met een besluit.
3.3.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bezwaarschrift van eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat alsnog inhoudelijk beslist moet worden. Verweerder heeft namelijk in andere energietoeslagzaken waarin hetzelfde probleem speelde, al toegezegd dit te zullen doen. De rechtbank is het hiermee eens.
4. Gelet hierop is het beroep van eiseres kennelijk gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb, op te dragen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een nieuw besluit te nemen. Daarbij dient eiseres in de gelegenheid te worden gesteld om nadere stukken in te dienen.
5. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden.
Proceskostenveroordeling
6. Daarnaast heeft een eisende partij bij een gegrond beroep in beginsel recht op een vergoeding van zijn of haar proceskosten. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat deze zaak samenhangt met de zaak onder procedurenummer AMS 22/5828 ( [naam 1] ), in welke zaak de rechtbank gelijktijdig uitspraak doet. In deze beide zaken heeft de gemachtigde van eiseres een gelijkluidend beroepschrift ingediend, en dezelfde beroepsgrond aangevoerd, zodat de zaken naar het oordeel van de rechtbank samenhangend zijn in de zin van artikel
3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De vergoeding van de proceskosten die is toegewezen in de zaak met procedurenummer AMS 22/5828 ( [naam 1] ) voor het indienen van een beroepschrift ziet dus ook op deze procedure van eiseres. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding voor het verschijnen ter zitting, nu deze zaak buiten zitting is afgedaan.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep kennelijk gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op om met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een nieuw besluit te nemen;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 50,- (zegge: vijftig euro) aan eiseres moet vergoeden;
- bepaalt dat de veroordeling van verweerder tot vergoeding van de proceskosten voor het indienen van een beroepschrift in de zaak met nummer AMS 22/5828 ook geldt als vergoeding van de proceskosten van eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.C. Langendoen, voorzitter, en mr. M.F. Ferdinandusse en mr. S.D. Arnold, leden, in aanwezigheid van mr. R.J.R. van Broekhoven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.