Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-08-02
ECLI:NL:RBAMS:2023:4972
Civiel recht
Tussenuitspraak
2,715 tokens
Inleiding
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/713418 / HA ZA 22-120
Vonnis van 2 augustus 2023
in de zaak van
1DE ERFGENAAM VAN [eiser 1] , 2. [eiser 2] ,
beiden wonende te [plaats] ,
eisers,
advocaat: mr. B.J. Mekkelholt te Den Helder,
tegen
1de heer [gedaagde 1] , 2. de heer [gedaagde 2] , 3. de heer [gedaagde 3] , 4. de heer [gedaagde 4] ,
allen wonende te [plaats] ,
gedaagden,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens te Den Haag, 5. DE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN VAN [gedaagde 5]
tot haar overlijden wonende te [plaats] ,
gedaagde,
advocaat: mr. M. Bonefaas te Hoorn.
Eisers worden hierna afzonderlijk (de erfgenaam van) [eiser 1] (1) en [eiser 2] genoemd.
Gedaagden worden hierna afzonderlijk [gedaagde 1] (1) en [gedaagde 2] , [gedaagde 3] (3) en [gedaagde 4] en (de erfgenamen van) [gedaagde 5] (5) genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 mei 2023 (hierna: het tussenvonnis) en de daarin genoemde processtukken,
- de akte uitlating deskundige(n) van (de erfgenaam van) [eiser 1] en [eiser 2] ,
- de akte uitlaten deskundige van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en [gedaagde 3] en [gedaagde 4] ,
- de akte uitlating deskundige van (de erfgenamen van) [gedaagde 5] .
1.2.
Daarna is bepaald dat vandaag een vonnis wordt uitgesproken.
2De verdere beoordeling
2.1.
In het tussenvonnis zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de aangekondigde deskundigenrapportage. Partijen hebben daaraan uitvoering gegeven.
Deskundige
2.2.
Zowel (de erfgenaam van) [eiser 1] en [eiser 2] als (de erfgenamen van) [gedaagde 5] menen dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige. (de erfgenaam van) [eiser 1] en [eiser 2] hebben in hun akte twee afzonderlijke deskundigen voorgesteld om het aangekondigde deskundigenonderzoek uit te voeren. (de erfgenamen van) [gedaagde 5] hebben zich daarachter geschaard.
2.3.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] en [gedaagde 3] en [gedaagde 4] hebben toegelicht dat partijen er niet in zijn geslaagd om overeenstemming te bereiken over een te benoemen deskundige. Volgens hen verdient de benoeming van drie deskundigen de voorkeur, gelet op de complexiteit en het belang van deze zaak. Zonder verdere toelichting, die ontbreekt, ziet de rechtbank evenwel geen reden om terug te komen van het door haar in het tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel dat in deze zaak kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en [gedaagde 3] en [gedaagde 4] hebben zelf geen (andere) deskundigen voorgedragen.
2.4.
De door (de erfgenaam van) [eiser 1] en [eiser 2] genoemde deskundigen zijn ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs en hebben ervaring met het taxeren van landelijk en agrarisch vastgoed. Niet is gebleken van bezwaren tegen benoeming van één van deze deskundigen. De rechtbank zal daarom één van de door (de erfgenaam van) [eiser 1] en [eiser 2] genoemde deskundigen benoemen, te weten de heer ing. G.J.P. Bregman verbonden aan De Dijken Agrarische Makelaardij B.V. Hij heeft desgevraagd tegenover de rechtbank verklaard dat hij geen persoonlijke of zakelijke banden heeft met één van partijen en dat hij bereid is de benoeming te aanvaarden.
Vragen
2.5.
Geen van partijen heeft opmerkingen gemaakt over de in het tussenvonnis opgenomen vragen, zodat die vragen aan de deskundige zullen worden voorgelegd.
Hoe nu verder?
2.6.
In het tussenvonnis is al aangekondigd en toegelicht dat (de erfgenaam van) [eiser 1] en [eiser 2] het voorschot op de kosten van de deskundige moeten betalen.
2.7.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.8.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
2.9.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De rechtbank
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
1. Wat is de agrarische waarde van de landerijen in verpachte staat:
a. enerzijds in onverdeelde staat?
b. anderzijds in verdeelde staat, met inachtneming van de eigendomsverhoudingen zoals die blijken uit de openbare registers van het Kadaster?
2. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
3.2.
benoemt tot deskundige:
de heer ing. G.J.P. Bregman
verbonden aan De Dijken Agrarische Makelaardij B.V.
[contactgegevens]
,
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
3.4.
bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:
- de deskundige moet binnen twee weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten opgeven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten,
- de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen,
- partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief/het bericht van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting,
- als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige worden vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag,
- als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot door de rechtbank worden vastgesteld,
3.5.
bepaalt dat (de erfgenaam van) [eiser 1] en [eiser 2] het voorschot dienen over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat (de erfgenaam van) [eiser 1] en [eiser 2] - na vaststelling van het voorschot - het procesdossier in afschrift aan de deskundige moeten toesturen,
3.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.8.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.10.
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
3.11.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.12.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.13.
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 3 april 2024,
3.14.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van zowel (de erfgenaam van) [eiser 1] en [eiser 2] als alle gedaagde partijen op een termijn van vier weken,
3.15.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Singeling, rechter, bijgestaan door mr. L.J.P.C. Silven, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2023.