Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-08-01
ECLI:NL:RBAMS:2023:4925
Strafrecht
Rekestprocedure
946 tokens
Dictum
[verzoeker] ,
woonplaats kiezend op het kantooradres van mr. A.A. Kan, advocaat te Amsterdam, ( [adres] ),
hierna te noemen: verzoeker.
Feiten
In het strafrechtelijk onderzoek 13Rawlings worden de enig aandeelhouder en de bestuurders van [verzoeker] als verdachten aangemerkt.
Procedure
Het verzoekschrift is op 25 april 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 18 juli 2023 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van verzoeker, mr. A.A. Kan, en de officier van justitie op zitting gehoord.
Verzoek
Na een aanvulling op het verzoekschrift van 14 juli 2023 strekt het verzoek tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 15.077,87 wegens de kosten voor bijstand van een raadsman.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het verzoek. Er is nooit een strafzaak tegen verzoeker aanhangig geweest. Het onderzoek 13Rawlings richt zich tegen de enig aandeelhouder en de bestuurders van [verzoeker] De toenmalig zaaksofficier heeft telkens uitgesproken niet voornemens te zijn om [verzoeker] te vervolgen. Er is ook geen proces-verbaal van verdenking tegen [verzoeker] opgemaakt. Het onderzoek dat verricht is naar de bankrekening van [verzoeker] vond plaats in het onderzoek naar de aandeelhouder en de bestuurders. Besloten is om hen te vervolgen. Het opportuniteitsbeginsel geeft het Openbaar Ministerie de ruimte daarin keuzes te maken. Er was nooit een meerwaarde om [verzoeker] apart te vervolgen.
Beoordeling
Op grond van artikel 530 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding worden toegekend voor onder meer de kosten van een raadsman.
In het strafrechtelijk onderzoek 13Rawlings worden de natuurlijke personen: de enig aandeelhouder en de bestuurders van [verzoeker] vervolgd wegens de verdenking van onder meer witwassen. Uit het strafdossier blijkt dat er voor is gekozen om de vennootschap [verzoeker] niet te vervolgen. Nu verzoeker geen verdachte is geweest en er ook geen sprake is van een beslissing tot sepot, zal verzoeker in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.
Uit de door de raadsman overgelegde urenspecificatie blijkt dat een deel van de tijd besteed is aan een tweetal klaagschrift procedures. Op grond van artikel 530 lid 4 Sv jo. artikel 529 lid 5 Sv kunnen deze kosten in beginsel wel voor vergoeding in aanmerking komen, omdat [verzoeker] als belanghebbende in de zin van artikel 552a Sv kan worden aangemerkt. Een dergelijk verzoek is echter pas ontvankelijk indien de beslissing in de beklagzaak onherroepelijk is geworden. Daarvan is nog geen sprake. Verzoeker is ook in dit deel van het verzoek niet-ontvankelijk.
Dictum
De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door de raadkamer,
mr. J.W.H.G. Loyson, voorzitter,
mr. K. Duker en mr. E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.