Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-08-01
ECLI:NL:RBAMS:2023:4924
Strafrecht
Rekestprocedure
935 tokens
Dictum
[klager] ,
woonplaats kiezend op het kantooradres van mr. A.A. Kan, advocaat te Amsterdam ( [adres] ),
hierna te noemen: klager, tevens beslagene.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 24 september 2019 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen de enig aandeelhouder en de bestuurders van klager beslag is gelegd op het saldo van een ING rekening ten name van de klager ten bedrage van € 19.270,38.
Procedure
Het klaagschrift is op 9 februari 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Op 14 juli 2023 is een aanvulling op het klaagschrift ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 18 juli 2023 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van klager, mr. A.A. Kan, en de officier van justitie op zitting gehoord.
Beklag
Het beklag strekt tot opheffing van het strafvorderlijk beslag ex artikel 94 Sv op het saldo van de ING bankrekening ten name van klager met [rekeningnummer] .
Namens klager is aangevoerd dat volgens het Openbaar Ministerie klager geen verdachte is (geweest) en dat er ook geen opsporingsonderzoek naar haar activiteiten wordt verricht. Die omstandigheid heeft volgens klager tot gevolg dat er niet langer sprake kan zijn van een strafvorderlijk belang van waarheidsvinding dat zich tegen opheffing van het beslag verzet, althans dat de persoonlijke belangen van klager dienen te prevaleren.
Voorts stelt de raadsman zich op het standpunt dat het saldo op de bankrekening van [klager] niet vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat klager niet als verdachte is aangemerkt.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft verzocht om klager niet-ontvankelijk te verklaren. Inmiddels is op 28 maart 2023 door het Openbaar Ministerie met machtiging van de rechter-commissaris op grond van artikel 94a, lid 4, Sv anderbeslag bij [klager] gelegd. De vordering en machtiging zijn gebaseerd op omzetting van klassiek naar conservatoir beslag (handhaven). Er rust dus geen klassiek beslag meer op de betreffende bankrekening van klager.
Beoordeling
De rechtbank is mede gelet op artikel 552a lid 3 Sv bevoegd.
De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 Sv reeds is geëindigd, omdat op 28 maart 2023 het klassiek beslag op grond van genoemd artikel is omgezet in conservatoir beslag op grond van artikel 94a lid 4 Sv. Er is thans sprake van beslag onder een derde, niet zijnde degene tegen wie het strafrechtelijk onderzoek is gericht. De rechtbank zal klager daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag tegen het beslag op grond van artikel 94 Sv.
Dictum
De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is gegeven door de raadkamer,
mr. J.W.H.G. Loyson, voorzitter,
mr. K. Duker en mr. E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.