Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-07-21
ECLI:NL:RBAMS:2023:4898
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,444 tokens
Dictum
naar aanleiding van de verklaring van de opgeëiste persoon ten overstaan van de raadkamer dat hij instemt met zijn onmiddellijke overlevering als verzocht in het ten aanzien van hem uitgevaardigde Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 28 juni 2023 door de dienst strafuitvoering van de kinderrechtbank te [geboorteplaats] (Frankrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Frankrijk) op [geboortedag] 2006,
zonder vaste woon- en/of verblijfplaats hier te lande,
nu gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna te noemen ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De opgeëiste persoon is gehoord in raadkamer op 19 juli 2023. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E.M. van Egmond, advocaat te ’s-Gravenhage. Het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd door mr. G.M. Kolman, officier van justitie.
De zaak is op deze raadkamerzitting aangehouden teneinde aanvullende informatie vanuit Frankrijk te verkrijgen.
De opgeëiste persoon is opnieuw gehoord in raadkamer op 21 juli 2023. De opgeëiste persoon is bijgestaan door mr. J.A. Schuttevaer, die waarnam voor zijn raadsvrouw.
Het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd door mr. G.P. Sholeh, officier van justitie.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon
heeft op 19 juli 2023 in raadkamer verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Franse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een door de kinderrechtbank in Le Mans (Frankrijk) op 28 juni 2023 jegens de opgeëiste persoon uitgevaardigd aanhoudingsbevel.
Blijkens het EAB is de opgeëiste persoon op 5 januari 2023 door de kinderrechtbank in Le Mans (Frankrijk) veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden, met een proeftijd van twee jaar, en is het aanhoudingsbevel uitgevaardigd, omdat de tante van de opgeëiste persoon had bericht dat de opgeëiste persoon was weggelopen.
Uit aanvullende informatie van 21 juli 2023, afkomstig van Franse Liaison-magistraat, is gebleken dat het aanhoudingsbevel ertoe strekt de opgeëiste persoon aanwezig te laten zijn bij de beoordeling door een rechter van de eventuele herroeping van genoemde voorwaardelijk opgelegde straf. Naar het oordeel van de rechtbank kan een dergelijke beslissing worden aangemerkt als 'een andere voor tenuitvoerlegging vatbare gelijkwaardige rechterlijke beslissing' als bedoeld in art. 2, tweede lid, onder c, van de Overleveringswet (OLW), dat aan het EAB ten grondslag ligt.
4Verklaring van de opgeëiste persoon
De opgeëiste persoon laat daarnaar gevraagd weten dat hij begrijpt wat zijn verklaring inhoudt en dat deze onomkeerbaar is. De opgeëiste persoon verklaart dat hij instemt met onmiddellijke overlevering aan Frankrijk.
5Standpunten van de raadsman en de officier van justitie
De officier van justitie en de raadsman van de opgeëiste persoon hebben zich beiden op het standpunt gesteld dat er geen weigeringsgronden of beletsels zijn die aan overlevering aan Frankrijk in de weg staan.
6Garanties en bedingen
a. Detentieomstandigheden
De rechtbank stelt vast dat bij brief van 18 juli 2023, afkomstig van de plaatsvervangend officier van justitie van het gerechtelijk tribunaal te Le Mans, de volgende detentiegarantie is gegeven:
‘Please be informed that the minor will be imprisoned in the ORVAULT remand center, a penitentiary establishment which only accommodates minor detainees and has specific care.’
De overlevering wordt niet toegestaan dan onder de algemene bedingen als bedoeld in artikel 14, eerste, tweede en vierde lid, OLW die overeenkomen met artikel 27, tweede en derde lid, en artikel 28, tweede en vierde lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Door in te stemmen met zijn verkorte overlevering verliest de opgeëiste persoon niet de bescherming van het specialiteitsbeginsel noch de bescherming tegen verdere overlevering of uitlevering, zoals bedoeld in de artikel 14 OLW en de artikelen 27 en 28 van Kaderbesluit 2002/584/JBZ.
Conclusie
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook verder geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, voor zover van toepassing in de verkorte procedure, en geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, wordt de overlevering toegestaan voor de feiten zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB.
8Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5, 11 en 14 OLW.
Dictum
Bepaalt dat [opgeëiste persoon], ter beschikking zal worden gesteld aan de kinderrechtbank in Le Mans (Frankrijk) voor feiten zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. A.J. Scheijde rechter,
in tegenwoordigheid van M.S. Schenker, griffier,
en uitgesproken in raadkamer van 21 juli 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Rb. Amsterdam 11 oktober 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BF0158.