Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-07-24
ECLI:NL:RBAMS:2023:4877
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
725 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/6269
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
(gemachtigde: mr. A. Bakker),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder
(mr. P.E.H.A. Ingenhou).
Procesverloop
De heffingsambtenaar heeft op 8 juli 2022 het verzoek van eiser om afgifte van een waardebeschikking voor het belastingjaar 2015 voor het object [adres] in Amsterdam afgewezen.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser daartegen op 8 november 2022 ongegrond verklaard.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 juni 2023. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De heffingsambtenaar was aanwezig, bijgestaan door taxateur [naam] .
Overwegingen
1. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een beroep nietontvankelijk worden verklaard als het beroepschrift geen gronden bevat. De rechtbank moet wel eerst een mogelijkheid tot herstel bieden.
2. Eiser heeft op 20 december 2022 een beroepschrift ingediend. Omdat dat beroepschrift geen gronden bevatte, heeft de rechtbank eiser met een brief van 23 december 2022 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken alsnog gronden aan te leveren. Ook is eiser hierbij medegedeeld dat het beroep anders niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Eiser heeft daarna geen gronden of andere stukken meer aangeleverd.
3. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiser zich op het standpunt gesteld dat het beroepschrift van 20 december 2022 wel degelijk een beroepsgrond bevat. De rechtbank volgt eiser hierin niet. In het beroepschrift staat namelijk alleen tegen welke uitspraak op bezwaar beroep wordt ingesteld. Daarmee bevat het beroepschrift nog geen gronden. Bovendien staat tot drie keer toe vermeld dat het om een “pro forma beroep” gaat, en wordt verzocht om eiser “een uitstel van vier weken te verlenen”.
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.L. Bolkestein, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Camps, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2023.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Dit volgt uit artikel 6:5, eerste lid, onder d en artikel 6:6 van de Awb.