Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-06-30
ECLI:NL:RBAMS:2023:4794
Strafrecht
Beslissing RC
2,401 tokens
Dictum
(artikel 551a Wetboek van Strafvordering)
in de strafzaak tegen de verdachte:
NN (alle aanwezige personen in nagenoemd pand), van wie één persoon (hierna: NN1) zich ter zitting heeft gemeld, maar die haar identiteit niet bekend heeft gemaakt, en/of een of meer vooralsnog onbekend gebleven perso(o)n(en), hierna ook de krakers, woonplaats: Amsterdam.
Procedure
De officier van justitie heeft op 28 juni 2023 schriftelijk gevorderd dat de rechter-commissaris de bovengenoemde machtiging verleent.
De officier van justitie heeft ter onderbouwing van de vordering een proces-verbaal met bijlagen overgelegd van Politie eenheid Amsterdam met kenmerk PL1300-2023142503-3 van 25 juni 2023.
De vordering heeft betrekking op het verwijderen door een opsporingsambtenaar van personen en voorwerpen die wederrechterlijk vertoeven in/op het pand/gebouw/lokaal/erf, gelegen aan [adres 1] te Amsterdam.
Beoordeling
De rechter-commissaris heeft op 30 juni 2023 gehoord mr. J. van Lunen, advocaat, die optrad voor twee verdachten, van wie er één niet op zitting is verschenen en de identiteit niet bekend is gemaakt, en de ter zitting verschenen verdachte NN1, die haar identiteit ook niet bekend heeft gemaakt. Hiervan is een proces-verbaal opgemaakt. Tevens was namens de eigenaar van het pand - [naam 1] - mr. W. Vos, advocaat, aanwezig, die vragen van de rechter-commissaris heeft beantwoord.
Mr. Van Lunen heeft bezwaar gemaakt tegen de aanwezigheid van mr. Vos (namens de eigenaar) ter zitting. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat de eigenaar geen procespartij is en dat de positie van de eigenaar ook niet vergelijkbaar is met die van de benadeelde partij in ‘gewone’ strafzaken waarvoor uitvoerig is beschreven wanneer deze wel of geen spreekrecht heeft. Materieel bestaat het gevaar dat mr. Vos ter zitting nog met nieuwe dingen komt die zij dan wel haar cliënten niet meer kunnen verifiëren. In ‘gewone’ strafzaken komt de aangever ook niet naar de zitting om onduidelijkheden weg te nemen.
De officier van justitie heeft hier tegenover gezet dat in de Tweede Kamer is besproken dat er wel degelijk een rol kan zijn weggelegd in deze procedure voor de eigenaar of (andere) belanghebbenden. Het is ook van belang dat de eigenaar aanwezig is om (detail)vragen van de rechter-commissaris te beantwoorden. Nergens in de parlementaire geschiedenis van artikel 551a Sv is terug te vinden dat de eigenaar niet aanwezig kan zijn.
De rechter-commissaris heeft beslist dat mr. Vos de zitting mag bijwonen en vragen van de rechter-commissaris mag beantwoorden. Voor deze beslissing is van belang dat de in artikel 551a Sv opgenomen ontruimingsbevoegdheid uitdrukkelijk ook tot doel heeft de bescherming van het recht van de eigenaar.
De officier van justitie heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen de aanwezigheid van twee personen die hun identiteit niet bekend wilden maken en ook niet wilden zeggen in welke hoedanigheid zij er waren.
Omdat het een besloten zitting is, heeft de rechter-commissaris beslist dat deze personen de zaal moesten verlaten, hetgeen zij hebben gedaan.
Aan mr. Van Lunen is door de rechtbank tijdig een procesdossier ter beschikking gesteld.
Aan de eis dat de krakers door de rechter-commissaris moeten worden gehoord is voldaan. Zij zijn immers opgeroepen te verschijnen op de zitting van 30 juni 2023 om 13.30 uur.
Uit het proces-verbaal van bevindingen van de Politie eenheid Amsterdam volgt dat op 28 juni 2023 de oproeping is uitgereikt aan de krakers door achterlating van de oproepingsbrief in de brievenbus en door het aanplakken van de oproepingsbrief op de deur van het pand. Die brief was gericht aan “NN (alle aanwezige personen in het pand) [adres 1] AMSTERDAM”. Uit het proces-verbaal blijkt voorts dat de oproepingsbrief later die dag (om 20.30 uur) niet meer op de voordeur zat. Bovendien is mr. Van Lunen namens twee verdachten verschenen, van wie één op zitting aanwezig was.
Uit het dossier volgt dat de krakers in ieder geval sinds 25 juni 2023 wederrechtelijk, zonder toestemming van de eigenaar, in het pand verblijven. Namens de eigenaar van het pand heeft mr. Vos op 26 juni 2023 aangifte gedaan bij de politie. De strafbaarstelling heeft ten doel bescherming van het recht van de eigenaar van het pand en bescherming van de openbare orde.
Mr. Van Lunen heeft ter zitting, voor zover van belang, het volgende bepleit. Het pand is na langdurige leegstand in gebruik genomen. Volgens de buren is het pand al meer dan 10 jaar niet meer bewoond en is de eigenaar al anderhalf jaar niet meer bij het pand gezien. De advocaat van de eigenaar heeft een inconsistent verhaal verteld. Enerzijds stelt hij dat de dochters van de eigenaar en/of de partner van een van de dochters er met enige regelmaat verblijven, maar anderzijds dat de eigenaar het pand wil gaan verhuren. De officier van justitie dient onderzoek te doen naar het door de rechthebbende gestelde en de belangen van de krakers. Dat heeft de officier van justitie niet gedaan. Zij heeft geen onderzoek gedaan naar de juistheid van het door de eigenaar van het pand gestelde en ook geen onderzoek naar de belangen van de krakers. Zonder voldoende onderzoek kan er geen gedegen belangenafweging worden gemaakt. Alleen al om die reden dient de vordering te worden afgewezen. De krakers hebben een zwaarwegend belang om in het pand te kunnen blijven. Zij hebben geen alternatieve woonruimte en komen op straat te staan. Tot slot heeft mr. Van Lunen verzocht in goede justitie een termijn te geven aan de krakers om het pand te ontruimen, zodat de krakers het pand vrijwillig kunnen verlaten en in goede orde achter kunnen laten.
De rechter-commissaris overweegt het volgende. De krakers hebben op grond van artikel 8 EVRM een huisrecht. Ontruiming maakt een ernstige inbreuk op dit recht. Het in artikel 8 lid 2 EVRM besloten proportionaliteitsvereiste brengt mee dat de rechter-commissaris moet toetsen of de in abstracto door de wetgever gegeven voorrang aan het belang van de openbare orde en de rechten van de eigenaren in de concrete omstandigheden van het geval proportioneel is. Dit vraagt om een afweging van de betrokken concrete belangen. Deze afweging kan alleen worden gemaakt als de verdachte(n) uitzonderlijke omstandigheden aannemelijk maken die maken dat het huisrecht in dit geval voorrang moet krijgen boven het concrete belang bij de ontruimingsvordering. Ontruiming mag echter niet leiden tot ongerechtvaardigde leegstand.
Het pand, dat bestaat uit twee appartementen van elk twee woonlagen, is eigendom van [naam 1] . Zij heeft twee dochters: [naam 2] en [naam 3] . De vriend van [naam 2] is [naam 4] . [naam 3] woont in Portugal. [naam 1] woont met [naam 2] op [adres 2] . Uit de stukken blijkt dat [naam 4] sinds 18 januari 2023 staat ingeschreven op het adres van het pand. Verder blijkt uit e-mails (die dateren van voordat het pand werd gekraakt) dat [naam 4] aan zijn boekhouder meedeelt dat zijn bedrijf is gevestigd op het adres van het pand. In dit kader wordt er niet aan getwijfeld dat [naam 4] regelmatig in het pand werkt en daar ook slaapt. Voor het feit dat [naam 4] de afgelopen tijd weinig in het pand is geweest, is een goede verklaring gegeven. Zijn moeder, die in het buitenland woonde, is recent overleden. Dit is de reden dat [naam 4] de afgelopen periode enige tijd in het buitenland verbleef. Verder kan worden aangenomen dat [naam 3] , als zij naar Nederland komt, haar intrek neemt in het pand. Tussen de stukken zitten vliegtickets, die zijn geboekt op 11 juni 2023, dus voordat het pand werd gekraakt. Daaruit blijkt dat [naam 3] op 18 juli 2023 naar Nederland vliegt en op 29 augustus 2023 weer terugvliegt naar Portugal. Er is geen reden om te twijfelen aan de verklaring van eigenaar dat [naam 3] ,dan in het pand zal verblijven.
Het verhaal van de advocaat van de eigenaar is niet inconsistent. Hij heeft verklaard dat de fundering van het pand aan [adres 2] , waar [naam 1] woont, in onderzoek is. Mocht daaruit blijken dat de fundering zeer slecht is en moet worden hersteld dan wel vernieuwd, dan zal [naam 1] met [naam 2] in het pand gaan wonen. Eerst vorige week (net voordat het pand werd gekraakt) heeft de eigenaar mr. Vos opdracht gegeven een (tijdelijke) huurder te zoeken voor (een deel van) het pand, in het geval dat het funderingsherstel nog enige tijd kan wachten, zo heeft mr. Vos ter zitting nogmaals toegelicht. Er is geen reden om aan de juistheid van zijn verklaring te twijfelen.
NN1 heeft ter zitting verklaard dat zij, toen ze het pand voor het eerst binnenging, het gevoel had dat het geschikt was gemaakt voor verhuur via Airbnb. Zij verklaarde zelfs met medekrakers op Airbnb naar het pand te hebben gezocht om te controleren of ze niet het verkeerde pand hadden gekraakt. Verder bevond zich volgens NN1 in het pand in ieder geval een bank, een bed en een keuken.
Dictum
De rechter-commissaris:
wijst de vordering toe, met dien verstande dat de machtiging ingaat vanaf 1 juli 2023 om 17.00 uur,
machtigt de officier van justitie met inachtneming van het voorgaande overeenkomstig de vordering.
Deze beslissing is op 30 juni 2023 genomen door mr. R.A. Dudok van Heel, rechter-commissaris