Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-06-13
ECLI:NL:RBAMS:2023:3923
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,769 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/125682-23
Datum uitspraak: 13 juni 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 29 maart 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 mei 2020 door the Regional Court in Rzeszów (Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986,
verblijvend op het adres:
[adres opgeëiste persoon] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 mei 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. W.N. Ramnun, advocaat te Breda en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een sentence by the District Court in Rzeszów of 16.04.2019, file ref. no. II K 807/18.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 10 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
De raadsman van de opgeëiste persoon heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van dit artikel dient te worden geweigerd. Het betreft een verstekveroordeling en de oproeping heeft de opgeëiste persoon niet bereikt. De raadsman heeft voorafgaand aan de zitting aan de officier van justitie verzocht om aanvullende bewijsstukken, met name de ondertekende adresinstructie, nu de opgeëiste persoon ontkent dat hij een adresinstructie heeft ontvangen.
De officier van justitie heeft verzocht af te zien van de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft te kennen gegeven dat de opgeëiste persoon heeft getekend voor ontvangst van de adresinstructie, dat behoeft – gelet op het vertrouwensbeginsel – geen bewijs. Volgens de officier van justitie heeft de opgeëiste persoon stilzwijgend afstand gedaan van zijn verdedigingsrecht.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.
De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Uit aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 24 mei 2023 blijkt dat de opgeëiste persoon tijdens het vooronderzoek zijn adres heeft doorgegeven en dat hij, voorafgaand aan zijn verhoor als verdachte, is geïnstrueerd dat hij adreswijzigingen moet doorgeven, waarbij hij is gewezen op de gevolgen als hij zich hier niet aan zou houden. Hij heeft persoonlijk getekend voor ontvangst van deze adresinstructie. Gelet op het vertrouwensbeginsel moet de rechtbank uitgaan van de juistheid van die informatie. De oproeping voor het proces dat tot het vonnis heeft geleid, is verzonden naar het door hem in het vooronderzoek opgegeven adres.
De rechtbank concludeert dat de opgeëiste persoon ofwel stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om bij zijn proces aanwezig te zijn, ofwel dat hij in dit kader kennelijk onzorgvuldig is geweest door ondanks de aan hem gegeven adresinstructie niet bereikbaar te zijn voor de autoriteiten.
4Strafbaarheid
Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit (blijkens het EAB, gelezen in samenhang met het A-Formulier) aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 20, te weten:
oplichting.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
6Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Rzeszów (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. M. Snijders Blok-Nijensteen en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 juni 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Nieuw parketnummer ivm GPS. Oude parketnummer was 13.751779-20
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.