Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-06-06
ECLI:NL:RBAMS:2023:3547
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,537 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Amsterdam
Zaakgegevens : C/13/733416 / JE RK 23-283
datum uitspraak: 23 mei 2023
Beschikking van 23 mei 2023 betreffende de Paspoortwet
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam (verder ook: GI),
gevestigd te Amsterdam,
met betrekking tot de minderjarigen:
[minderjarige 1] , verder te noemen: [minderjarige 1] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2020
en
[minderjarige 2]
, verder te noemen [minderjarige 2] ,
geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2018.
[naam moeder]
, wonende te [woonplaats] , is de moeder.
Als belanghebbende is aangemerkt: de moeder.
1Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoek van de GI van 9 mei 2023 met bijlagen strekkende tot vervangende toestemming ten behoeve van verkrijging van een reisdocument.
De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 mei 2023.
Verschenen zijn:
-de moeder; - [naam] namens de GI
[naam pleegmoeder] , pleegmoeder, is opgeroepen maar niet verschenen.
Feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij pleegmoeder.
Bij beschikking van de kinderrechter van 30 juni 2021 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is nadien telkens verlengd en loopt tot 26 juli 2023. Ook is bij beschikking van 30 juni 2021 een machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verleend in een gezinsgerichte voorziening. Deze machtiging is verlengd tot uiterlijk 26 juli 2023.
De standpunten
De GI heeft bij de mondelinge behandeling onder verwijzing naar de inleidende stukken gepersisteerd bij het verzoek. De pleegmoeder wil in de aankomende zomer met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar Marokko op vakantie. Zowel pleegzorg als de GI hebben hier geen bezwaar tegen. De moeder heeft haar eerdere toezegging om de paspoorten te overhandigen aan de GI ingetrokken na een gesprek met haar familie. De GI zal met de familie van de moeder in gesprek gaan om de zorgen die er leven proberen weg te nemen.
De moeder heeft bij de mondelinge behandeling onder meer verklaard dat zij haar kinderen een fijne vakantie met de pleegmoeder gunt, maar dat haar familie haar erop heeft gewezen dat de regels in Marokko anders zijn dan in Nederland. De moeder is bang dat de kinderen misschien niet terug zullen keren naar Nederland. Ook is zij bang dat ze de paspoorten van de kinderen niet meer terug krijgt. Daarnaast ziet de moeder erg op tegen de administratieve handelingen die nodig zijn om de paspoorten aan te vragen maar ze begrijpt nu van de gezinsvoogd dat hij deze handelingen ook namens haar kan doen. Ook vreest zij dat de pleegmoeder de zorg voor de (drukke) kinderen niet alleen aan zal kunnen. Het geeft haar vertrouwen te horen dat ook de dochters en vriend van de pleegmoeder meegaan op de vakantie en dat de gezinsvoogd een plan zal maken voor hoe de ondersteuning vorm wordt gegeven. De moeder is door alles wat zij hoort gerustgesteld en vindt het goed dat de kinderen met de pleegmoeder meegaan op vakantie.
Beoordeling
Gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, is de kinderrechter van oordeel dat het afgeven van een verklaring van vervangende van toestemming voor het aanvragen van een Nederlandse identiteitskaart, als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de Paspoortwet, in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wenselijk is, zodat zij met de pleegmoeder de aankomende zomer op vakantie naar Marokko kunnen gaan.
De kinderrechter is niet gebleken van feiten of omstandigheden die zich tegen afgifte van een verklaring van vervangende toestemming zouden verzetten. Hoewel de moeder bij de mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij toestemming geeft voor de vakantie met de pleegmoeder, is niet gebleken dat de moeder de paspoorten van haar dochters daadwerkelijk gaat overdragen of toestemming gaat geven voor de aanvraag van de paspoorten. Daarnaast is zij wisselend geweest in haar toezegging de paspoorten over te dragen en zij laat het oordeel van haar familie hierin zwaar meewegen. De familie heeft de moeder tot nu toe ontraden om haar toestemming te geven. Dit maakt dat de kinderrechter redenen ziet om vervangende toestemming aan de GI te verlenen.
Mitsdien wordt als volgt beslist.
Dictum
De kinderrechter:
-verleent aan Jeugdbescherming Regio Amsterdam een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de Paspoortwet ter vervanging van een verklaring van de moeder, ten behoeve van het verkrijgen van een Nederlands reisdocument in de vorm van een paspoort voor voornoemde minderjarigen:
[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2020 en [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2018.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven door mr. M. Jeltes, kinderrechter, in tegenwoordigheid van J.O. van Saase-Zaagman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2023.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 31 mei 2023.