Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2023-04-06
ECLI:NL:RBAMS:2023:3461
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,150 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/036103-23 (EAB XIV)
Datum uitspraak: 6 april 2023
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 8 februari 2023 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 november 2022 door the Office of the Prosecutor of the Republic at the Court of Genoa (Italië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1988,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 maart 2023. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T.E. Korff, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een executive sentence of the Court of Genoa (Italië), issued on 26th June 2017 and enforceable on 29th July 2017 (referentienummer: 2039/2017 R G TRIB).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
De officier van justitie bij de rechtbank van Genua (Italië) heeft op 20 oktober 2022 een zogenaamde cumulatiebeslissing (provvedimento di cumolo) genomen (referentienummer: 1064/2022 SIEP). In die cumulatiebeslissing worden de openstaande (vrijheids)straffen van de opgeëiste persoon genoemd, waaronder de hiervoor vermelde vrijheidsstraf van twee maanden. Overwogen wordt dat ter nakoming van het beginsel van samenvallende straffen één straf moet worden vastgesteld die in concreto door de veroordeelde moet worden uitgezeten. De cumulatiebeslissing bepaalt dat de totale resterende vrijheidsstraf 8 jaar, 2 maanden en 8 dagen bedraagt en ten uitvoer moet worden gelegd.
Deze in de cumulatiebeslissing vermelde resterende vrijheidsstraf is ook vermeld in het EAB.
4Weigering van de overlevering
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de opgelegde straf minder dan vier maanden bedraagt, zodat de overlevering dient te worden geweigerd.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat overlevering kan worden toegestaan, omdat uit de aanvullende informatie van 24 maart 2023 blijkt dat de cumulatiebeslissing van de officier van justitie bij de rechtbank van Genua van 20 oktober 2022 (referentienummer 1064/2022 SIEP) de grondslag is van alle 24 tegen de opgeëiste persoon uitgevaardigde EAB’s (waaronder dit EAB). De gecombineerde straf van 8 jaar, 2 maanden en 8 dagen is de nationale detentietitel voor de opgeëiste persoon, vergelijkbaar met een Pools samenvoegingsvonnis. Er is geen sprake van het simpelweg optellen van de straffen van alle vonnissen; die vonnissen zijn niet meer de grondslag voor detentie. De overlevering kan worden toegestaan voor dit vonnis met een strafoplegging van minder dan vier maanden, omdat het overleveringsverzoek ziet op de executie van de straf zoals genoemd in de cumulatiebeslissing en niet op de executie van de straffen zoals genoemd in de afzonderlijke vonnissen.
Oordeel van de rechtbank
Artikel 2, eerste lid, OLW, dat uitvoering geeft aan artikel 2, eerste lid, Kaderbesluit EAB bepaalt, voor zover van belang, dat een EAB slechts kan worden afgegeven indien een straf of maatregel is opgelegd, wanneer deze een duur heeft van ten minste vier maanden.
Artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b OLW bepaalt dat overlevering kan worden toegestaan ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van vier maanden of van langere duur, door de opgeëiste persoon op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat te ondergaan.
De rechtbank stelt vast dat de overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee maanden. Deze straf voldoet niet aan de eisen van artikel 2, eerste lid, OLW en artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b OLW. Voor de toepassing van deze bepalingen is het niet toegestaan de afzonderlijke vrijheidsstraffen die aan afzonderlijke EAB’s ten grondslag liggen bij elkaar op te tellen.
Artikel 7, vierde lid, OLW bepaalt voor zover van belang, dat indien het EAB betrekking heeft op verscheidene afzonderlijke feiten waarvan sommige niet voldoen aan de voorwaarde met betrekking tot de hoogte van de straf, de overlevering eveneens voor de laatste feiten kan worden toegestaan. In dit geval is evenwel geen sprake van één EAB met verscheidene afzonderlijke feiten, maar van één EAB ter zake van één feit. Alsdan kan voor de voor dat feit opgelegde vrijheidsstraf van minder dan vier maanden de overlevering niet worden toegestaan.
Anders dan de officier van justitie heeft betoogd, blijkt uit de cumulatiebeslissing en de aanvullende informatie van de liaison magistraat in Rome dat een cumulatiebeslissing (van een Italiaanse officier van justitie) niet een strafoplegging inhoudt en dat deze beslissing de bij de afzonderlijke vonnissen opgelegde vrijheidsstraffen in stand laat. Ook volgens de liaison magistraat blijft sprake van 24 veroordelingen/vonnissen (waarvoor 24 EAB’s zijn uitgevaardigd). De cumulatiebeslissing heeft enkel betrekking op welk deel van het totaal van de (vrijheids)straffen ten uitvoer moet worden gelegd.
Conclusie
Nu is vastgesteld dat het EAB niet voldoet aan de eisen van artikel 2 en 7 OLW dient de overlevering te worden geweigerd.
6Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
Dictum
WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Office of the Prosecutor of the Republic at the Court of Genoa.
HEFT OP de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon.
Aldus gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. M. van Mourik en D. Hein, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 6 april 2023.
De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
een Nederlandse vertaling daarvan bevindt zich in het dossier.
Rechtbank Amsterdam 11 juli 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5229 en rechtbank 5 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1957.
zie ook rechtbank Amsterdam 11 juli 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5229, r.o. 3.4.
Kennelijk anders, maar ten onrechte, rechtbank Amsterdam 26 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7856, r.o. 3.