Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2022-03-09
ECLI:NL:RBAMS:2022:8860
Civiel recht
Bodemzaak
10,114 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/702082 / HA ZA 21-465
Vonnis in verzet van 9 maart 2022
in de zaak van
de vennootschap naar buitenlands recht
IMMO AZUREEN S.À.R.L.,
gevestigd te Cannes (Frankrijk),
eiseres in conventie in de hoofdzaak en in het incident,
gedaagde in het verzet en verweerster in reconventie,
advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen
de naamloze vennootschap
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak, verweerster in incident,
eiseres in het verzet en in reconventie,
advocaat mr. A.C. Rozeman te Amsterdam.
Partijen worden Immo Azureen en ABN AMRO genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het dossier met het zaak- en rolnummer C/13/698489 / HA ZA 21-237, waarin ABN AMRO, bij vonnis van 31 maart 2021 bij verstek is veroordeeld,
- de verzetdagvaarding van 4 mei 2021, met producties 1 tot en met 13.
- de rolbeslissing van 9 juni 2021, waarbij onder meer is bepaald dat een zitting zal worden gehouden in het incident en dat die zitting wordt gecombineerd met de zitting in de hoofdzaak,
het tussenvonnis van 3 november 2021 waarbij de zitting is bepaald in het incident en de hoofdzaak,
het proces-verbaal van de zitting van 26 januari 2022 met de daarin vermelde stukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Immo Azureen is een Franse dochtervennootschap van de in België gevestigde vennootschap Inter Real Estate Trusty CVA (hierna: Iret). Iret is een internationale vastgoedontwikkelings- en investeringsmaatschappij, actief in België, Frankrijk en Luxemburg met in 2019 een balanstotaal van bijna € 325 miljoen. De directeur/ grootaandeelhouder van Iret is [naam 1] .
2.2.
In verband met de aankoop van onroerend goed in Cannes moest Immo Azureen in november 2019 aan de Franse notaris [naam notaris] een bedrag van € 4.242.175,- overmaken. Ten behoeve van deze transactie heeft [naam notaris] op 18 november 2019 per e-mail een Relevé d’Identité Bancaire formulier (hierna: RIB) met zijn bankgegevens aan [naam 1] gestuurd. Diezelfde dag is de mailbox van [naam 1] gehackt. De volgende ochtend, op 19 november, hebben de hackers een vervalste e-mail van [naam notaris] aan [naam 1] gestuurd. In deze e-mail werd verwezen naar een “nieuwe” RIB met daarop het rekeningnummer [rekeningnummer] . De naam van de begunstigde, te weten het kantoor van [naam notaris] , was ongewijzigd. Vervolgens hebben de hackers op dezelfde dag vanuit de inbox van [naam 1] de vervalste e-mail aan [naam 2] en [naam 3] van de financiële afdeling van Iret doorgestuurd, met het verzoek de “nieuwe” RIB te gebruiken.
2.3.
Op donderdag 21 november 2019 om 11.05 uur heeft Immo Azureen vanaf haar Belgische bankrekening bij BNP Paribas Fortis SA (hierna: BNP) een geldbedrag van € 4.242.175,- overgemaakt naar rekeningnummer [rekeningnummer] (hierna: de frauduleuze overboeking) in de veronderstelling dat dit rekeningnummer toebehoorde aan [naam notaris] .
2.4.
De fraude is op vrijdag 22 november 2019 in de loop van de middag opgemerkt door Iret. Zij heeft meteen BNP gebeld met het verzoek het geld terug te halen. BNP heeft met dat doel dezelfde dag eerst telefonisch en aansluitend per e-mail om 16.23 uur bij ABN AMRO melding gedaan van de frauduleuze overboeking met de vraag om “de fondsen” te blokkeren. Na een daartoe strekkend verzoek van ABN AMRO heeft BNP om 20.14 uur ook een zogeheten SWIFT-bericht aan ABN AMRO gestuurd.
2.5.
De rekeninghouder van deze bankrekening bij ABN AMRO was LuxQapital B.V. (hierna: LuxQapital). ABN AMRO heeft op vrijdag 22 november 2019 om 18.25 uur de rekeningen van LuxQapital geblokkeerd. Het saldo van de betaalrekening van LuxQapital waarnaar het geld was overgeboekt door Immo Azureen bedroeg toen € 19,20.
2.6.
Uit de transactiegegevens van de bankrekening kon ABN AMRO opmaken wat er met het geld is gebeurd. Zij heeft op basis van die informatie diverse handelingen verricht:
Een bedrag van € 3.633.600,- was overgemaakt naar de spaarrekening van LuxQapital bij ABN AMRO. Deze spaarrekening is gelijktijdig met de betaalrekening geblokkeerd.
Een bedrag van € 323.500,- was overgeboekt naar een in Portugal gevestigde bank. ABN AMRO heeft op vrijdagavond 22 november 2019 om 23.19 uur een bericht aan deze bank gestuurd en gewezen op de fraude. De Portugese bank heeft op 25 november 2019 laten weten het bericht te hebben ontvangen en in behandeling te nemen. Op 15 januari 2020 heeft zij bericht dat ze geen contact heeft gekregen met hun rekeninghouder en dat zij het dossier heeft gesloten. Immo Azureen heeft dit bedrag niet teruggekregen.
Een bedrag van € 200.000,- was overgeboekt naar een in Turkije gevestigde bank. ABN AMRO heeft op vrijdagavond 22 november 2019 om 22.57 uur een bericht aan deze bank gestuurd en gewezen op de fraude. Op 25 november 2019 is het bedrag teruggeboekt naar ABN AMRO.
Een bedrag € 40.000,- was overgeboekt op een bankrekening bij ABN AMRO ten name van [naam 4] . [naam 4] had op vrijdag 22 november 2019 om 14.23 uur het volledige bedrag reeds contant opgenomen dan wel overgemaakt naar rekeningen buiten ABN AMRO. ABN AMRO heeft, na een eerste initieel onderzoek naar de mogelijke betrokkenheid van [naam 4] bij de fraude, de rekening van [naam 4] op 25 november 2019 geblokkeerd.
Een bedrag € 30.000,- was overgeboekt op een bankrekening bij ABN AMRO ten name van [naam 5] . [naam 5] had ten tijde van de melding door BNP reeds een bedrag van € 15.799,44 uitgegeven. Ongeveer de helft was contant opgenomen. Verder had [naam 5] een groot deel uitgegeven aan een online gokcasino. ABN AMRO heeft, na een eerste initieel onderzoek naar de mogelijke betrokkenheid van [naam 5] bij de fraude, de rekening van [naam 5] op 25 november 2019 geblokkeerd. Het saldo op de rekeningen bedroeg toen € 7.894,37.
Twee bedragen van respectievelijk € 16.500,- en € 7.260,- waren overgeboekt naar een bankrekening van Rabobank. ABN AMRO heeft op vrijdagavond 22 november 2019 een bericht aan Rabobank gestuurd en gewezen op de fraude. Het bedrag van € 7.260,- is teruggestort, het andere bedrag niet.
Een aantal bedragen waren uitgegeven via pintransacties, waaronder twee transacties voor in totaal € 8.162,- bij de winkel A-Mac, en € 2.600,- was contant opgenomen. Deze bedragen zijn niet geretourneerd.
2.7.
ABN AMRO heeft zodoende ruim € 3.800.000,- kunnen retourneren aan Immo Azureen.
2.8.
ABN AMRO heeft op 27 november 2019 aan Immo Azureen meegedeeld dat de begunstigde van de betrokken bankrekening LuxQapital was. Daarna heeft ABN AMRO op 6 december 2019 de NAW-gegevens verstrekt van [naam 4] en [naam 5] . Zij heeft daarbij meegedeeld dat op 21 en 22 november 2019 ook overboekingen zijn verricht naar rekeningen van de Rabobank en een Portugese bank.
2.9.
Immo Azureen heeft zelf ook een aantal acties verricht. Zij heeft op vrijdagavond 22 november 2019 beslag laten leggen op de bankrekening waarnaar zij het geld had overgeboekt. Immo Azureen heeft daarnaast op 12 december 2019 beslag laten leggen op de bankrekeningen van [naam 5] en [naam 4] . Uit hoofde van een vaststellingsovereenkomst die zij heeft gesloten met [naam 4] heeft Immo Azureen van hem een bedrag van circa € 10.000 teruggekregen. Tegen [naam 5] is ABN AMRO een procedure gestart. Verder heeft Immo Azureen aangifte gedaan van fraude in België en in Portugal.
2.10.
In totaal heeft Immo Azureen € 3.877.369,88 terug ontvangen van de frauduleuze overboeking van € 4,2 miljoen.
2.11.
Bij brief van 2 juni 2020 heeft Immo Azureen ABN AMRO aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade. Ook heeft zij verzocht om informatie die haar in staat zou stellen om bewijs aan te voeren in deze procedure. In reactie daarop heeft ABN AMRO bij brief van 25 juni 2020 de aansprakelijkstelling van de hand gewezen en de informatieverzoeken geweigerd.
2.12.
De rechtbank heeft bij het verstekvonnis van 31 maart 2021 ABN AMRO veroordeeld € 470.848,52 te betalen aan Immo Azureen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 november 2019. Verder is de vordering in incident deels toegewezen. Ook is ABN AMRO veroordeeld in de proceskosten van € 7.517,83 en in de nakosten, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente.
Geschil
In de hoofdzaak
in conventie
3.1.
Immo Azureen heeft na vermeerdering van haar eis gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis ABN AMRO zal veroordelen:
aan Immo Izureen € 470.848,52 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW vanaf 22 november 2019, althans vanaf de dag van deze dagvaarding, tot aan de dag van algehele voldoening;
aan Immo Azureen € 14.072,87 te betalen, vermeerderd met rente zoals door de rechtbank vast te stellen;
in de kosten van dit geding, inclusief nasalaris van de advocaten, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf 14 dagen na het te dezen te wijzen vonnis;
3.2.
Immo Azureen stelt dat ABN AMRO haar bancaire zorgplicht jegens derden heeft geschonden en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van Immo Azureen door: 1) LuxQapital als klant te accepteren, 2) de transacties van LuxQapital niet aan verscherpte monitoring te onderwerpen en 3) niet voortvarend te handelen toen voor ABN AMRO duidelijk moet zijn geweest dat derden gevaar liepen om door fraude en oplichting van LuxQapital geldbedragen te verliezen. Immo Azureen heeft door fraude en oplichting een geldbedrag van € 4.242.175,- naar de bankrekening van LuxQapital bij ABN AMRO overgemaakt. Daarvan is uiteindelijk € 364.805,12 niet teruggekomen. Dit bedrag alsmede kosten voor bewarende en schadebeperkende maatregelen vormen de schade die is veroorzaakt door de onrechtmatige daad van ABN AMRO, in totaal € 470.848,52. ABN AMRO dient deze schade te vergoeden.
3.3.
ABN AMRO heeft in de verzetprocedure verweer gevoerd. Zij vordert in het verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van Immo Azureen alsnog worden afgewezen.
in reconventie
3.4.
ABN AMRO vordert in reconventie dat Immo Azureen wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 491.967,28 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 april 2021 tot de dag van terugbetaling met veroordeling van Immo Azureen in de proceskosten, eveneens vermeerderd met wettelijke rente.
3.5.
Op de stellingen van partijen in conventie en reconventie wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
In het incident ex artikel 843a Rv
3.6.
Immo Azureen vordert om bij vonnis in incident, uitvoerbaar bij voorraad, ABN AMRO te bevelen om binnen zeven dagen na betekening van het in dit incident te wijzen vonnis ten aanzien van alle rekeningen van de volgende klanten die betrokken zijn geweest bij de oplichting van LuxQapital althans daarvan (mogelijk) hebben geprofiteerd, te weten:
LuxQapital,
[naam 5] ,
[naam 4] ,
alsmede, voor zover deze personen klant bij ABN AMRO zijn (geweest):
4. LuxRoyal B.V.,
5. de ‘ultimate beneficial owner’ (hierna: ubo) van LuxQapital: [naam 6] te [plaats] , Iran,
6. de enige gevolmachtigde van LuxQapital, middels de moedervennootschap LuxRoyal: [naam 7] ,
aan Immo Azureen afschrift te geven van, althans Immo Azureen inzage te geven in:
alle documentatie uit het klant-acceptatieproces en alle documentatie omtrent de periodieke actualisatie van de klantgegevens, waaronder:
het door de klant ingevulde aanvraagformulier met bijgeleverde documenten;
door de klant verstrekte nadere informatie, onder meer in verband met de periodieke actualisatie van klantgegevens,
de door ABN AMRO aan de klant gestuurde verzoeken om informatie,
het risicoprofiel dat ABN AMRO aan de klant heeft toegekend en eventuele wijzigingen daarvan in de loop der tijd,
de toepasselijke voorwaarden op de aangegane bankrelatie,
en
alle documentatie omtrent de monitoring van de bankrekeningen van de betreffende klanten, waaronder:
interne meldingen en “alerts” bij ongebruikelijke transacties op de rekening van de klant,
registratie(s) van melding(en) bij de FIU met betrekking tot ongebruikelijke transacties op de rekening(en) van de klant,
verslaglegging van (intern) onderzoek naar ongebruikelijke transacties, waaronder correspondentie met de klant zoals door middel van antwoordformulieren,
en
alle bankafschriften van de betreffende klanten over de periode 11 mei 2016 (zijnde de datum van de oprichting van de moedervennootschap van LuxQapital) tot heden,
een en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor elke dag dat ABN AMRO weigert te voldoen aan het vonnis nadat de in de eerste zin genoemde termijn van zeven dagen is verstreken.
3.7.
Immo Azureen stelt dat zij een rechtmatig belang heeft bij deze bescheiden omdat zij deze nodig heeft als bewijsmiddelen in deze procedure. Gezien de weigering van ABN AMRO de stukken vrijwillig over te leggen, heeft Immo Azureen geen enkel ander middel om te bewerkstelligen dat de gevraagde bescheiden als bewijsmiddelen in de procedure ter beschikking komen.
3.8.
ABN AMRO voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat ABN AMRO in haar verzet kan worden ontvangen.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.2.
Deze zaak heeft internationale aspecten. De rechtbank moet daarom ambtshalve beoordelen of zij rechtsmacht heeft en welk recht van toepassing is. De in de verstekzaak gedaagde partij, ABN AMRO, is in de EU gevestigd. Het onderzoek in deze handelszaak dient daarom wat betreft de rechtsmacht plaats te vinden aan de hand van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. De Nederlandse rechter heeft op grond van artikelen 4 en 63 van deze verordening rechtsmacht, omdat ABN AMRO in Nederland is gevestigd.
4.3.
Immo Azureen baseert haar vordering op onrechtmatige daad (schending van de zorgplicht). Het toepasselijke recht moet daarom worden bepaald aan de hand van de Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (hierna: Rome II). Partijen hebben het debat over de vordering in de hoofdzaak en het gevorderde incident gevoerd aan de hand van Nederlands recht. De rechtbank leidt daaruit af dat partijen daarmee een rechtskeuze hebben gedaan voor Nederlands recht die voldoende duidelijk blijkt uit de omstandigheden van het geval zoals bedoeld in artikel 14 van Rome II.
In de hoofdzaak
Inleiding
4.4.
Bij de beoordeling van de vraag of ABN AMRO in haar handelen rondom haar (voormalige) cliënt LuxQapital jegens Immo Azureen (zijnde een derde) onrechtmatig heeft gehandeld, wordt het volgende vooropgesteld. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad hebben banken een zorgplicht tegenover derden met wier belangen zij rekening behoren te houden op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (art. 6:162 lid 2 BW). De reikwijdte van die zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad (HR 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3713, Safe Haven en HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3399, Van den Berg). Hierbij geldt dat een bank jegens een derde pas aansprakelijk kan zijn indien zij over zodanige kennis beschikt of voor haar anderszins aanleiding bestaat dat zij in het belang van betrokken derden tot actie overgaat. Er moet dus bij de bank sprake zijn van subjectieve wetenschap van ongebruikelijke activiteiten en van het daaraan verbonden gevaar.
Ten onrechte geen nader onderzoek en opzegging bankrelatie?
4.5.
Immo Azureen stelt in de eerste plaats dat ABN AMRO haar zorgplicht heeft geschonden omdat kennis over LuxQapital had moeten leiden tot nader onderzoek en opzegging van de bankrelatie. LuxQapital is namelijk van bestuur gewisseld en de vestigingsplaats is gewijzigd naar een locatie in Iran. Toen ABN AMRO hiervan wetenschap had, had zij nader onderzoek moeten doen. Immo Azureen heeft uit openbare bronnen informatie verkregen over LuxQapital waaruit blijkt dat het een malafide onderneming is. Als ABN AMRO zelf onderzoek had gedaan, zouden feiten aan het licht zijn gekomen over LuxQapital op grond waarvan ABN AMRO de bankrelatie had moeten opzeggen. Door nalaten de vereiste acties te ondernemen heeft ABN AMRO de mogelijkheid gefaciliteerd van het plegen van de fraude. Immers, zonder de betaalrekening die op naam stond van LuxQapital had deze fraude überhaupt niet kunnen plaatsvinden, aldus steeds Immo Azureen.
4.6.
ABN AMRO betwist deze gestelde zorgplichtschending. Zij voert onder meer aan dat Immo Azureen ten onrechte stelt dat ABN AMRO op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft) de verplichting had nader onderzoek te doen naar LuxQapital en daarnaast dat dit een schending van de zorgplicht zou kunnen opleveren.
4.7.
De rechtbank is met ABN AMRO van oordeel dat voor zover Immo Azureen stelt dat ABN AMRO op grond van bepalingen in de Wwft nader onderzoek had moeten doen naar LuxQapital, en de daarmee opgedane informatie had geleid tot een ‘gevaarsbewustzijn’, dit niet kan leiden tot toewijzing van de vordering. Uit de Wwft kan namelijk niet worden afgeleid dat de daarin vastgelegde onderzoeks- en meldingsverplichtingen in het leven zijn geroepen ter bescherming van belangen van een derde zoals Immo Azureen. In dit geval strekt de Wwft ter bescherming van een algemeen maatschappelijk belang. Het doel van de Wwft is namelijk om de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties te integreren. Met die wetten wordt uitvoering gegeven aan de Richtlijn 91/308/EEG. Het gaat daarbij om het voorkomen van het witwassen van geld verkregen uit criminele activiteiten. Hieruit volgt dat de verplichting van banken tot het doen van onderzoek naar haar cliënten in het leven is geroepen ter bescherming van het algemene maatschappelijk belang binnen het kader van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Het is dus niet bedoeld ter bescherming van derden tegen vermogensschade die kan ontstaan doordat een rekening wordt gebruikt voor frauduleus betalingsverkeer (vergelijk gerechtshof Amsterdam 16 november 2006, NJF 2007, 140). Een eventuele schending van Wwft-verplichtingen levert daarom nog geen zorgplichtschending jegens een derde op.
4.8.
Immo Azureen stelt verder dat ABN AMRO op grond van haar zorgplicht jegens Immo Azureen gehouden was om zelfstandig – dat wil zeggen vóór de melding van de frauduleuze overboeking – onderzoek te verrichten naar de identiteit van LuxQapital en het betalingsverkeer op de rekening. ABN AMRO betwist dat wat zij daadwerkelijk wist over LuxQapital aanleiding hadden moeten geven tot verdere acties die op het ontdekken of voorkomen van fraude waren gericht.
4.9.
Bij de beoordeling van dit verwijt gaat het, gelet op het hiervoor onder 4.4 geschetste kader, om de vraag of ABN AMRO actie had moeten ondernemen op basis van wat zij wist over LuxQapital voorafgaand aan de frauduleuze overboeking. De volgende omstandigheden zijn hierbij van belang.
4.10.
ABN AMRO was voorafgaand aan de frauduleuze overboeking door twee interne meldingen bekend met de volgende feiten over LuxQapital.
- In juli 2019 is uit een automatische vergelijking met de gegevens van de Kamer van Koophandel (KvK) gebleken dat LuxQapital haar adres had gewijzigd naar een adres in Iran. ABN AMRO heeft daarop contact opgenomen met de bestuurder van LuxQapital en gevraagd om de cliëntinformatie te updaten op grond van artikel 7 lid 2 van de Algemene Bankvoorwaarden. Dat is gebeurd. Uit de gegevens van de KvK bleek ook dat de bedrijfsomschrijving was gewijzigd naar financiële dienstverlening, dat er een nieuwe Iraanse ubo was, dat LuxQapital sinds oprichting geen KvK-deponeringen had gedaan en dat dit ook gold voor de bestuurder/enig aandeelhouder LuxRoyal.
- LuxQapital heeft in oktober 2019 een SWIFT-betaling naar Italië willen doen. Deze is tegengehouden door de sanctie-filtering van ABN AMRO wegens het feit dat LuxQapital gevestigd is in Iran. Bij navraag door de sanctiedesk van ABN AMRO heeft LuxQapital laten weten de betaling op een andere manier vorm te geven.
4.11.
De rechtbank is met ABN AMRO van oordeel dat deze feiten onvoldoende aanleiding vormen om nader onderzoek te verrichten naar LuxQapital.
Dictum
De rechtbank
5.1.
verklaart het verzet gegrond en vernietigt het door deze rechtbank op 31 maart 2021 onder zaak- en rolnummer C/13/698489 / HA ZA 21-237gewezen verstekvonnis,
en opnieuw beslissend
in de hoofdzaak
in conventie
5.2.
wijst de vorderingen af,
5.3.
veroordeelt Immo Azureen in de proceskosten, aan de zijde van ABN AMRO tot op heden begroot op € 10.628,-, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening,
in reconventie
5.4.
veroordeelt Immo Azureen tot terugbetaling aan ABN AMRO van het bedrag, tot betaling waartoe ABN AMRO in de verstekprocedure is veroordeeld van € 491.967,28 (vierhonderdeenennegentigduizend negenhonderdzevenenzestig euro en achtentwintig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 19 april 2021 tot aan de dag van algehele voldoening,
5.5.
veroordeelt Immo Azureen in de proceskosten, aan de zijde van ABN AMRO tot op heden begroot op nihil,
in het incident
5.6.
wijst de vorderingen af,
5.7.
veroordeelt Immo Azureen in de proceskosten, aan de zijde van ABN AMRO tot op heden begroot op € 1.126,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening,
in de hoofdzaak in conventie en reconventie en het incident
5.8.
veroordeelt Immo Azureen in de na dit vonnis aan de zijde van ABN AMRO ontstane nakosten, begroot op € 255,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van
€ 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de betekening tot de dag van algehele voldoening,
5.9.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bakker, bijgestaan door mr. D.K.W. Collins, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2022.
Beoordeling
Er is bovendien niet gebleken van aanwijzingen dat voorafgaand aan de frauduleuze overboeking sprake was van transacties die duidden op een gevaar voor derden of dat er in het algemeen ongebruikelijke transacties plaatsvonden op de rekening van LuxQapital. Onder deze omstandigheden was er dus ook geen aanleiding voor ABN AMRO om te onderkennen dat (mogelijk) sprake was van frauduleuze bedrijfsvoering of van cybercriminelen waarmee ABN AMRO de bankrelatie had moeten verbreken. De rechtbank komt daarmee tot de conclusie dat op basis van de kennis die ABN AMRO had over LuxQapital zij voorafgaande aan de frauduleuze overboeking geen actie hoefde te ondernemen uit hoofde van haar zorgplicht jegens derden. ABN AMRO treft daarom op dit punt jegens Immo Azureen geen verwijt.
Voldoende voortvarend optreden ABN AMRO?
4.12.
Verder stelt Immo Azureen dat ABN AMRO jegens haar de zorgplicht heeft geschonden door onvoldoende voortvarend op te treden op het moment dat op de rekening van LuxQapital de betaling binnenkwam van € 4,2 miljoen. Dit was namelijk voor een klein bedrijf als LuxQapital dat zogenaamd actief was in de debit card business een ongebruikelijke transactie. Een dergelijk uitzonderlijk hoge betaling had aanleiding moeten zijn om de rekening te blokkeren of anderszins adequaat op te treden. Voor zover deze betaling nog geen aanleiding hoefde te zijn voor ABN AMRO om actie te ondernemen, dan was die aanleiding er wel toen zij door BNP op de hoogte werd gebracht van de frauduleuze overboeking. ABN AMRO heeft ten onrechte ook toen de rekening niet onmiddellijk geblokkeerd en het bedrag teruggestort. Verder had ABN AMRO de rekening van derden waarnaar LuxQapital geldbedragen had overgemaakt moeten blokkeren.
Na de frauduleuze overboeking heeft ABN AMRO bovendien nog een derde melding gekregen. Deze betrof de overboeking van geld naar een bank in Turkije. Die melding was eerder dan de melding van de frauduleuze overboeking door BNP. Dus ABN AMRO had al eerder actie kunnen ondernemen. Dit alles heeft ABN AMRO nagelaten. Daardoor is het niet gelukt om het volledige bedrag van de frauduleuze overboeking terug te krijgen. De schade die Immo Azureen heeft geleden is daarom toe te rekenen aan ABN AMRO, aldus telkens Immo Azureen.
4.13.
ABN AMRO betwist de stellingen van Immo Azureen. Zij voert aan dat juist door adequaat optreden van haar kant ruim € 3,8 miljoen van de € 4,2 miljoen is teruggehaald. ABN AMRO wist pas door de melding van BNP van de frauduleuze overboeking. Voor zover zij eerder had kunnen handelen, had dit niet tot een ander resultaat geleid. Op het moment van de melding was het geld al overgeboekt van de betaalrekening van LuxQapital naar andere rekeningen. Bij eerder handelen was dus niet meer geld teruggehaald.
Naar aanleiding van de melding van de overboeking van de betaalrekening van LuxQapital naar de bankrekening op de Turkse bank heeft de ‘sanctie desk’ gekeken of de betaling verboden was op basis van het sanctie recht. De melding gaf verder geen vermoeden van fraude. De betaling naar Turkije is bovendien teruggeboekt dus heeft Immo Azureen hierdoor geen schade geleden, aldus telkens ABN AMRO.
4.14.
De rechtbank is van oordeel dat ABN AMRO op dit punt geen rechtens relevant verwijt kan worden gemaakt. ABN AMRO heeft namelijk vanaf het moment dat zij bekend werd met de frauduleuze handeling voldoende voortvarend gehandeld. Daarbij weegt mee dat ABN AMRO binnen twee uur na de melding van BNP de rekeningen van LuxQapital heeft geblokkeerd. Zodoende heeft ABN AMRO toen al € 3,6 miljoen veilig kunnen stellen en later kunnen retourneren aan Immo Azureen. Verder heeft ABN AMRO dezelfde avond onderzoek gedaan naar de verrichte overboekingen van en naar de betaalrekening van LuxQapital en op basis van de resultaten de acties ondernomen zoals vermeld in 2.6. Daarmee heeft ABN AMRO uiteindelijk een bedrag van in totaal ruim € 3,8 miljoen kunnen retourneren aan Immo Azureen. Niet is gebleken dat ABN AMRO door anders of eerder te handelen een beter resultaat zou hebben bereikt. Dat komt met name doordat in de tijd tussen de melding en het blokkeren van de rekening van LuxQapital geen overboekingen meer zijn gedaan. Alle overboekingen van de rekening van LuxQapital naar de andere rekeningen en de contante opnames en betalingen waren vóór half vijf al gedaan (namelijk de dag ervoor). Verder is niet gebleken dat een eerdere melding bij de Portugese bank wel had geleid tot teruggave van het geld dat naar een rekening op die bank was overgemaakt.
4.15.
Voor zover Immo Azureen stelt dat ABN AMRO de betaalopdracht van de frauduleuze overboeking eerst had behoren te controleren op onregelmatigheden voordat zij daaraan gevolg gaf geldt het volgende. Op ABN AMRO rust echter niet een algemene verplichting om alle betaalrekeningen die bij haar worden aangehouden doorlopend te controleren om ervoor te waken dat derden niet worden gedupeerd door het gebruik van deze rekeningen. Een bank is niet gehouden een overboeking te controleren. Er ontstaat pas een verplichting tot nader onderzoek als daarvoor een concrete aanleiding bestaat. Zoals hiervoor in 4.11 is overwogen is niet gebleken van een dergelijke aanleiding. De enkele betaalopdracht is daarvoor onvoldoende.
Datzelfde geldt voor de melding bij de sanctiedesk van de betaalopdracht naar het rekeningnummer van een bank in Turkije. Aanleiding voor deze melding, evenals de melding van de SWIFT overboeking naar de Italiaanse bank, was dat de opdrachtgever, LuxQapital, in Iran was gevestigd. Deze betaalopdracht was op zichzelf ook geen ongebruikelijke transactie die aanleiding had moeten zijn voor nader onderzoek of andere acties door ABN AMRO.
Terecht informatie geweigerd?
4.16.
Immo Azureen stelt ten slotte dat zij nodeloos kosten heeft moeten maken doordat ABN AMRO informatie achterhield. ABN AMRO heeft namelijk geweigerd informatie te verstrekken over de door haar verrichte acties zoals blokkering van de bankrekeningen van LuxQapital. Ook heeft ABN AMRO ten onrechte geen informatie gegeven over die bankrekeningen en de bankrekeningen waarnaar LuxQapital geld had overgeboekt. Immo Azureen heeft daardoor nodeloos beslag gelegd op de betaalrekening van LuxQapital. Verder werd het Immo Azureen hierdoor onmogelijk gemaakt onmiddellijk bewarende maatregelen te treffen jegens derden die geld hadden ontvangen van LuxQapital. ABN AMRO betwist dit.
4.17.
Van Immo Azureen mag worden verwacht dat zij maatregelen treft om de schade ten gevolge van de frauduleuze overboeking te beperken. De kosten die zij daarvoor maakt komen in beginsel niet voor rekening van ABN AMRO. De omstandigheid dat Immo Azureen zich een deel van deze kosten had kunnen besparen als zij eerder informatie had gekregen van ABN AMRO maakt dit niet anders. ABN AMRO voert namelijk terecht aan dat zij niet zomaar gehouden kan worden om vertrouwelijke informatie van haar klanten te verstrekken, bij gebreke waarvan zij onrechtmatig jegens een derde die om deze informatie verzoekt zou handelen. De bescherming van deze gegevens is een zwaarwegend belang waaraan zij niet zonder meer voorbij kan gaan. Ook niet in het geval van een melding van fraude, zoals hier het geval was. ABN AMRO mag dus enige tijd nemen om eerst zelf onderzoek te doen naar de fraude en de mogelijke betrokkenen voordat zij overgaat tot het verstrekken van de gevraagde informatie. Vervolgens diende zij een belangenafweging te maken tussen het belang van Immo Azureen bij de gevraagde informatie en de bescherming van de privacy van haar klanten. Dat ABN AMRO niet direct is overgegaan tot het verstrekken van de gevraagde informatie maakt in de gegeven omstandigheden niet dat zij onrechtmatig jegens Immo Azureen heeft gehandeld. Daarbij weegt mee dat ABN AMRO binnen enkele werkdagen de gevraagde informatie alsnog heeft gegeven.
Beoordeling
Bovendien heeft Immo Azureen niet minder geld teruggekregen door de omstandigheid dat ABN AMRO niet direct de gevraagde informatie heeft gegeven. Als de informatie eerder was verstrekt had namelijk niet kunnen worden voorkomen dat geld is afgeboekt van de betaalrekening van LuxQapital. Ook had niet kunnen worden voorkomen dat derden het door hen ontvangen geld hebben uitgegeven. Het geld was immers al grotendeels overgeboekt en uitgegeven voordat BNP melding had gedaan van de fraude bij ABN AMRO. Ook op dit punt kan ABN AMRO dus geen onrechtmatig handelen worden verweten.
4.18.
De conclusie is dat ABN AMRO, gelet op de handelingen die zij heeft verricht na de fraudemelding van BNP, de tijdspanne waarbinnen dit is gebeurd en het resultaat van die handelingen waarbij ruim € 3,8 miljoen is teruggekregen, haar zorgplicht jegens Immo Azureen in de gegeven omstandigheden niet heeft geschonden. ABN AMRO kan daarom niet aansprakelijk worden gehouden voor de schade die Immo Azureen heeft geleden.
4.19.
Dit betekent dat het verstekvonnis van deze rechtbank van 31 maart 2021 wordt vernietigd en de vorderingen van Immo Azureen alsnog worden afgewezen.
Proceskosten in conventie
4.20.
Immo Azureen zal als verliezende partij in de proceskosten van ABN AMRO worden veroordeeld. De kosten van het uitbrengen van de verzetdagvaarding worden daarbij op grond van artikel 141 Rv niet meegenomen omdat het aan ABN AMRO zelf te wijten is dat zij niet is verschenen in de verstekprocedure. De kosten aan de zijde van ABN AMRO worden begroot op:
griffierecht € 4.200,-
salaris advocaat € 6.428,- (2 punten × tarief VII € 3.214,-)
totaal € 10.628,-
Ook wordt Immo Azureen veroordeeld in de over de proceskosten gevorderde wettelijke rente zoals in de beslissing is vermeld.
Vordering in reconventie
4.21.
ABN AMRO vordert van haar kant dat Immo Azureen wordt veroordeeld tot terugbetaling van het bedrag dat zij ingevolge het verstekvonnis van 31 maart 2021 aan Immo Azureen heeft betaald. Immo Azureen betwist niet dat ABN AMRO aan het verstekvonnis heeft voldaan. Gelet op de uitkomst in conventie, met de daarin opgenomen vernietiging van het verstekvonnis en integrale afwijzing van de vordering in conventie, heeft de betaling op basis van het verstekvonnis onverschuldigd plaatsgevonden en wordt de vordering tot terugbetaling van dit betaalde bedrag toegewezen.
4.22.
Immo Azureen wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie veroordeeld. De kosten aan de kant van ABN AMRO worden begroot op nihil omdat niet is gebleken van afzonderlijk verrichte werkzaamheden van betekenis voor de vordering in reconventie en daarmee niet van voor vergoeding in aanmerking komende kosten.
In het incident
4.23.
Op grond van artikel 843a Rv kan worden gevorderd bepaalde bewijsstukken in de procedure over te leggen om als bewijsmiddel te dienen. Voor de toewijsbaarheid van een dergelijke vordering moet aan de volgende cumulatieve voorwaarden zijn voldaan. Ten eerste dient de eiser tot exhibitie een rechtmatig belang te stellen en te hebben, waarbij rechtmatig belang moet worden uitgelegd als bewijsbelang. Bewijsbelang bestaat indien een bewijsstuk kan bijdragen aan het onderbouwen en/of aantonen van een voor de te beoordelen vorderingen relevante, mogelijk doorslaggevende, stelling, die voldoende concreet is onderbouwd en voldoende concreet is betwist. Ten tweede moeten de vorderingen “bepaalde bescheiden” betreffen waarover de verweerder daadwerkelijk de beschikking heeft of kan krijgen. Ten derde dient de eiser tot exhibitie partij te zijn bij de rechtsbetrekking waarop de gevorderde specifieke bescheiden zien. Als aan die voorwaarden is voldaan, bestaat op grond van lid 4 van dat artikel toch geen gehoudenheid tot verstrekking van de bescheiden als daarvoor gewichtige redenen bestaan of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verstrekking is gewaarborgd.
4.24.
Immo Azureen vordert afschrift dan wel inzage van de in 3.6 genoemde stukken. Zij stelt dat het rechtmatig belang gelegen is in het feit dat zij met de verzochte bescheiden het onrechtmatig handelen en de aansprakelijkheid van ABN AMRO nader kan onderbouwen en de verweren van ABN AMRO kan weerleggen. ABN AMRO betwist dat aan de voorwaarden voor toewijzing van de vordering is voldaan. Ook voert zij aan dat gewichtige redenen ertoe leiden dat geen inzage kan worden verstrekt in persoonlijke informatie en betaalgegevens van LuxQapital en overige derden. Regels voor de bescherming van persoonlijke gegevens staan er namelijk aan in de weg de gevraagde stukken over te leggen, aldus ABN AMRO.
4.25.
Met ABN AMRO is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat Immo Azureen een rechtmatig belang heeft bij de gevraagde stukken. Artikel 843a Rv biedt namelijk niet de mogelijkheid voor het opvragen van stukken waarvan Immo Azureen slechts vermoedt dat zij wel eens steun zouden kunnen geven aan haar stelling dat ABN AMRO haar zorgplicht jegens haar heeft geschonden, om zo haar feitelijke grondslag aan te vullen of een verweer te pareren. Immo Azureen vraagt een groot aantal stukken op waarvan zij deels niet weet of ze bestaan, waarvan zij de inhoud niet kent en waarvan ook niet bekend is dat deze werkelijk informatie bevatten die bruikbaar is voor het door haar te leveren bewijs van de aan haar vordering ten grondslag gelegde feiten in de hoofdzaak. De vordering heeft daardoor het karakter van een zogenoemde ‘fishing expedition’ waarvoor artikel 843a Rv niet is bedoeld. De vordering tot inzage of afschrift van de stukken wordt daarom afgewezen.
4.26.
Immo Azureen wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in het incident veroordeeld. De kosten aan de kant van ABN AMRO worden begroot op € 1.126,- (2 punten × tarief II € 563,-). Ook wordt Immo Azureen veroordeeld in de over de proceskosten gevorderde wettelijke rente zoals in de beslissing is vermeld.
Nakosten
4.27.
Tevens wordt Immo Azureen veroordeeld in de nakosten voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen worden begroot op de wijze zoals in de beslissing vermeld. Ten slotte wordt de over de nakosten gevorderde wettelijke rente toegewezen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld.