Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2022-08-17
ECLI:NL:RBAMS:2022:5142
Strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,349 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/129488-22
RK nummer: 22/2908
Datum uitspraak: 17 augustus 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 2 juni 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 13 december 2021 door the Budapest-Capital Regional Court (Hongarije) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] ,
verblijfadres: [adres] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 3 augustus 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Hongaarse taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een Decision No. 8.B.318/2017/22 issued by the Budapest IVth and XVth District Court op 22 November 2017, respectively Decision No. 24.Bf.6000/2018/9 issued by the Budapest-Capital Regional Court (Hongarije) as court of second instance op 7 September 2018, final on the same date (7 September 2018).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 9 maanden, door de opgeëiste persoon nog geheel te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 11 en 12 OLW
Standpunt van de verdediging
De raadsman van de opgeëiste persoon heeft aan de hand van zijn pleitnota aangevoerd dat de opgeëiste persoon niet aanwezig was op de zitting die tot het vonnis heeft geleid en daarvan ook niet op de hoogte was. Uit de aanvullende informatie die de Hongaarse autoriteiten hebben verstrekt op 7 juli 2022 blijkt zelfs dat bij de zitting in hoger beroep van 7 september 2018, een zogeheten gesloten panel session, de opgeëiste persoon en zijn advocaat niet aanwezig mochten zijn, zonder voorafgaande toestemming. Deze toestemming heeft de advocaat van de opgeëiste persoon niet gevraagd. De raadsman heeft verzocht de overlevering op grond van artikel 11 OLW te weigeren, omdat de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten niet heeft kunnen uitoefenen en een dergelijke werkwijze tot een schending van het recht op een eerlijk proces leidt.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft aangevoerd dat kan worden afgezien van de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW. De opgeëiste persoon heeft zelf hoger beroep ingesteld en uit de aanvullende informatie, die is verstrekt op 7 juli 2022 door de Hongaarse autoriteiten, blijkt dat hij de instructie heeft gekregen om adreswijzigingen door te geven. Onder die omstandigheden hoeft de rechtbank de overlevering niet te weigeren, omdat de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen tijdens het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank begrijpt het verweer primair als heeft de raadsman willen betogen dat verdachten die in Hongarije in eerste aanleg zijn veroordeeld en daartegen hoger beroep instellen terwijl de procedure in hoger beroep in de vorm van een ‘closed panel session’ zal plaatsvinden, geen eerlijk proces krijgen omdat zij in die situatie niet (volledig) van hun verdedigingsrechten gebruik kunnen maken. De rechtbank beschikt echter niet over objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens om een algemeen reëel gevaar aan te nemen dat personen die in Hongarije hoger beroep hebben ingesteld en met een ‘closed panel session’-procedure worden geconfronteerd, in hoger beroep geen eerlijk proces krijgen. Reeds daarom slaagt het beroep op artikel 11 OLW niet.
De rechtbank begrijpt het verweer subsidiair als een beroep op de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. Uit de aanvullende informatie die is verstrekt door de Hongaarse autoriteiten op 28 juli 2022 blijkt dat bij de zitting bij the Budapest-Capital Regional Court (Hongarije), een zogeheten panel session, is geoordeeld over de schuld van de verdachte. Dat leidt tot de conclusie dat deze zitting onder het bereik van artikel 12 OLW valt. De rechtbank stelt vast dat de OP niet in persoon is verschenen bij het proces in hoger beroep dat tot de beslissing van the Budapest-Capital Regional Court (Hongarije) heeft geleid, en dat deze beslissing - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan, terwijl evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren op grond van artikel 12 OLW. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Uit de aanvullende informatie die is verstrekt door de Hongaarse autoriteiten op 7 juli 2022 blijkt dat de gemachtigd advocaat van de opgeëiste persoon een dagvaarding heeft gekregen van de panel session, maar geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een open session of een proces aan te vragen waar de opgeëiste persoon en zijn advocaat wel aanwezig hadden mogen zijn. De opgeëiste persoon heeft zelf het hoger beroep ingesteld en zijn gemachtigd advocaat was op de hoogte van de procedure en de mogelijkheid tot het aanvragen van een open session of een proces, maar heeft dit nagelaten. Het toestaan van de overlevering levert onder die omstandigheden geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon op. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.
4Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 23, te weten:
vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten; vervalsing van betaalmiddelen;
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Hongarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
De raadsman heeft aan de hand van zijn pleitnota aangevoerd dat het lijstfeit ten onrechte is aangekruist.
Conclusie
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.
6Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Budapest-Capital Regional Court (Hongarije) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M.T.C. de Vries, voorzitter,
mrs. J. van Zijl en J.H. Beestman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 17 augustus 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Vgl. HvJ EU 6 oktober 2021, C-136/20, ECLI:EU:C:2021:804 (LU (Recouvrement d’amendes de circulation routière)), punt 42.