Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2022-07-15
ECLI:NL:RBAMS:2022:4038
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,079 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/1476
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: mr. H.M. de Roo),
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder
( [gemachtigde] ).
Procesverloop
Met het besluit van 27 oktober 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres vanaf het derde kwartaal van 2021 dubbele kinderbijslag op grond van de Algemene kinderbijslagwet (AKW) toegekend.
Met het besluit van 2 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 23 juni 2022. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Overwegingen
Waar gaat deze zaak over?
1. Op 6 juli 2021 heeft eiseres dubbele kinderbijslag aangevraagd voor haar zoon [naam] , geboren op [geboortedag] 2008. Met het primaire besluit heeft verweerder met ingang van het derde kwartaal van 2021 aan eiseres dubbele kinderbijslag toegekend.
2. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. Verweerder heeft daartoe overwogen dat de ingangsdatum van de dubbele kinderbijslag afhankelijk is van het kwartaal waarin de aanvraag door verweerder is ontvangen en of het CIZ-advies geldig is. Op 20 oktober 2021 heeft het CIZ een positief advies afgegeven. Daarom heeft eiseres recht op dubbele kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2021. Volgens verweerder biedt artikel 14, derde lid, van de AKW geen ruimte om het recht op dubbele kinderbijslag met terugwerkende kracht toe te kennen.
Het standpunt van eiseres
3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder aan eiseres ten onrechte niet met terugwerkende kracht vanaf het eerste kwartaal van 2021 dubbele kinderbijslag heeft toegekend. Het had voor verweerder duidelijk kunnen zijn dat [naam] ernstig gehandicapt is en intensieve zorg nodig heeft. Daarom had het op de weg van verweerder gelegen om eiseres te informeren over de wettelijke bepaling dat dubbele kinderbijslag niet met terugwerkende kracht kan worden aangevraagd en dat eiseres dus tijdig een aanvraag moest indienen. Omdat de maatschappelijk werkster van eiseres dit niet wist heeft zij geen haast gemaakt met het indienen van de aanvraag. Verder vindt eiseres het bestreden besluit onevenredig. Volgens eiseres heeft de wetgever de wet niet zo bedoeld zoals deze in het geval van eiseres uitpakt. Eiseres heeft in dit kader gewezen op de conclusie van [de persoon] . Tot slot vindt eiseres het bestreden besluit strijdig met meerdere bepalingen in internationale verdragen.
Geschil
5. Artikel 14, derde lid, van de AKW bepaalt dat het recht op dubbele kinderbijslag (anders dan het recht op enkelvoudige kinderbijslag) niet eerder kan ingaan dan de eerste dag van het kwartaal waarin de aanvraag is ingediend.
6. De AKW is per 1 januari 2016 gewijzigd. Voor die datum bood de wet de mogelijkheid om in bijzondere gevallen het recht op dubbele kinderbijslag eerder in te laten gaan dan het kwartaal waarin de dubbele kinderbijslag werd aangevraagd. Die mogelijkheid is met de inwerkingtreding van de wetswijziging vervallen.
Informatieplicht verweerder?
7. Eiseres stelt dat verweerder eerder dan de aanvraagdatum op de hoogte had kunnen zijn van de ernstige gezondheidstoestand van [naam] en dat daaruit een plicht voor verweerder voortvloeit om eiseres te informeren over het tijdig aanvragen van dubbele kinderbijslag.
8. Zelfs indien in het geval van [naam] al vanaf het eerste kwartaal van 2021 voldaan zou zijn aan de voorwaarden voor het recht op dubbele kinderbijslag, zoals eiseres stelt, dan nog heeft eiseres pas in juli 2021 dubbele kinderbijslag aangevraagd. Omdat dubbele kinderbijslag niet met terugwerkende kracht voor het kwartaal van aanvraag toegekend kan worden, is het niet van belang of het voor verweerder ook voor het kwartaal van de aanvraag duidelijk had kunnen zijn dat [naam] ernstig gehandicapt is en intensieve zorg nodig heeft. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) volgt verder dat op verweerder geen informatieplicht rust ter zake de voorwaarden waaronder kinderbijslag kan worden verkregen. Onbekendheid van eiseres of de door haar ingeschakelde hulpverleners met de toepasselijke regelgeving, waaronder die over de ingangsdatum van de dubbele kinderbijslag, komt dus voor risico van eiseres.
Deze beroepsgrond wordt verworpen.
Strijd met het evenredigheidsbeginsel?
9. Eiseres stelt dat het bestreden besluit genomen is in strijd met het evenredigheidsbeginsel, gelet op de financiële gevolgen ervan voor eiseres. Zij stelt in dit verband dat de wetgever deze gevolgen niet voor ogen heeft gehad bij het vaststellen van de wetswijziging. Eiseres heeft geen andere dan financiële omstandigheden aangevoerd op grond waarvan het bestreden besluit in dit concrete geval onevenredig zou kunnen zijn.
10. De rechtbank leidt uit de conclusie van [de persoon] , waar eiseres naar verwijst, onder meer af dat volgens [de persoon] de rechter niet zomaar kan zeggen dat de wetgever een uitkomst niet zal hebben gewild of voorzien. Hij zal daarvoor behoorlijke argumenten moeten hebben, die dit aannemelijk maken. Die zal hij moeten ontlenen aan de wet of de wetsgeschiedenis, of aan de bijzonderheden van het gegeven geval.
11. De rechtbank overweegt in dat verband dat uit de Memorie van Toelichting van de AKW volgt dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om de mogelijkheid te schrappen om dubbele kinderbijslag met terugwerkende kracht voor het kwartaal van de aanvraag toe te kennen. De reden daarvoor was dat volgens de wetgever de uitvoeringskosten niet in verhouding staan tot het aantal personen dat voordeel heeft van de vervallen bepaling. Dat de wetswijziging financiële gevolgen heeft voor personen die zich in de situatie van eiseres bevinden heeft de wetgever dus voorzien en afgewogen. Het is niet aan de rechter om zich te mengen in de politieke afwegingen die daarbij een rol hebben gespeeld.
Deze beroepsgrond wordt verworpen.
Strijd met internationale verdragen?
12. Het beroep dat eiseres heeft gedaan op de artikelen 3 en 23 van het Verdrag inzake de rechten van het kind, artikel 7 van het gehandicaptenverdrag en artikel 24 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten wordt verworpen omdat eiseres deze beroepsgrond niet nader heeft onderbouwd.
Conclusie
13. De rechtbank is van oordeel dat verweerder bij het bestreden besluit terecht het primaire besluit in stand heeft gelaten waarbij aan eiseres niet eerder dan vanaf het derde kwartaal van 2021 dubbele kinderbijslag is toegekend. Het beroep daartegen is ongegrond. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.
14. Bij die uitkomst van het geding is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.J. Harten, rechter, in aanwezigheid vanmr.C.J. van 't Hoff, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2022.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Centrum Indicatiestelling Zorg.
Conclusie
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 16 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1509.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 22 december 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4434.