Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2018-02-13
ECLI:NL:RBAMS:2018:861
Internationaal publiekrecht
RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752123-17 RK-nummer: 17/7866 Datum uitspraak: 13 februari 2018 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 december 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 15 november 2017 (dossiernummer 242 AR 59/17) door de officier van justitie van het Kantongerecht Keulen (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag ] 1978, ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , thans gedetineerd in het [detentieplaats] , hierna te noemen “de opgeëiste persoon”. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 30 januari 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. L.C. Blok, advocaat te Zoetermeer en door een tolk in de Turkse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van 28 oktober 2017 uitgevaardigd door het Kantongerecht Keulen (dossiernummer 501 Gs 2758//17). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Duitsland strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 3.1 Genoegzaamheid De raadsman heeft aangevoerd dat de overlevering moet worden geweigerd omdat de feiten te summier zijn omschreven en de rol van de opgeëiste persoon niet specifiek is omschreven. De rechtbank verwerpt dit verweer. Het EAB dient gegevens te bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht en het voor de rechtbank duidelijk is of het verzoek voldoet aan de in de Overleveringswet geformuleerde vereisten. Daartoe dient het EAB een beschrijving te bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Bovendien dient die bepaling de naleving van het specialiteitsbeginsel te kunnen waarborgen. Uit het EAB onder rubriek e) blijkt dat de opgeëiste persoon ervan wordt verdacht dat hij in de periode van 26 oktober 2013 tot en met 30 september 2013 als hoofdorganisator betrokken was bij de handel in verdovende middelen, waarbij hij die verdovende middelen vanuit Turkije naar Nederland en Keulen liet vervoeren. De rechtbank is van oordeel dat het EAB hiermee een voldoende duidelijke omschrijving van de feiten en van de betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij deze feiten bevat. Een nadere omschrijving van de rol van de opgeëiste persoon is niet vereist. 4Strafbaarheid, feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld. 5Onschuldverweer De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan de feiten. Hij heeft dit echter tijdens het verhoor ter zitting niet kunnen aantonen. De raadsman heeft aangevoerd dat het Duitse dossier geen concreet bewijs voor betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten bevat. Daarnaast zou de opgeëiste persoon Duitsland jaren niet hebben bezocht, waaronder de periode waarop de feiten zien. Een dergelijk bewijsverweer zal in de Duitse strafprocedure aan de hand van het strafdossier, waarover de rechtbank gelet op de aard van de overleveringsprocedure niet beschikt, moeten worden beoordeeld. De enkele stelling dat de opgeëiste persoon niet in Duitsland is geweest, is - wat daarvan overigens ook zij - onvoldoende om het verweer te doen slagen. De onschuldbewering kan niet leiden tot weigering van de overlevering. 6De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, als naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, als hij voor de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. De Public Prosecutor van The Chief Public Prosecutor in Keulen heeft bij brief van 23 januari 2018 met betrekking tot file number 242 AR 59/17 de volgende garantie gegeven: “I would like to assure you that the person sought [opgeëiste persoon] , born on [geboortedag ] 1978, will be returned unconditionally in the case of a final judgment of conviction in Germany in our proceedings 105 Js 1/17.” Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbare feiten opleveren. De onder 4 bedoelde feiten zijn inderdaad naar Nederlands recht strafbaar en leveren op: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod Aan deze voorwaarde is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. 7Weigeringsgrond van artikel 9, eerste lid aanhef onder a OLW De raadsman heeft erop gewezen dat er direct na de aanhouding een huiszoeking is geweest en er beslag is gelegd op de auto van de echtgenote van de opgeëiste persoon. Volgens de raadsman zijn er derhalve daden van vervolging in Nederland uitgevoerd, zodat er strafvervolging in Nederland gaande is en de overlevering niet kan worden toegestaan. STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de officier van justitie van het Kantongerecht Keulen ten behoeve van het in Duitsland tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Aldus gedaan door mr. A.K. Glerum, voorzitter, mrs. J. Edgar en B. Poelert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M.G. Thijssen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 februari 2018. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. [A/B/C] Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. 10Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en 2, 5, 6, 7, 9, 13 OLW.
Toegepaste wetsartikelen
- Artikel 3 — Instelling commissie vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen
- Artikel 10 — Instelling commissie vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen
- Artikel 1 — Instelling commissie vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen
- Artikel 13 — Instelling commissie vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen
- Artikel 6 — Instelling commissie vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen
- Artikel 11 — Instelling commissie vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen