Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2017-10-23
ECLI:NL:RBAMS:2017:7996
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 5842272 CV EXPL 17-7561 vonnis van: 23 oktober 2017 481 vonnis van de kantonrechter I n z a k e [eiseres] wonende te [plaats] eiseres nader te noemen: [eiseres] gemachtigde: mr. M.G.M. Segers t e g e n de stichting Stichting Onderwijsstichting Esprit gevestigd te Amsterdam gedaagde nader te noemen: Esprit Scholen gemachtigde: mr. M.F. Hilberdink VERLOOP VAN DE PROCEDURE - dagvaarding van 9 maart 2017 met producties;- antwoord met producties;- instructievonnis;- dagbepaling comparitie. De comparitie heeft plaatsgevonden op 29 augustus 2017. [eiseres] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Esprit Scholen is verschenen bij [naam 1] , bijgestaan door mr. Filarsky, kantoorgenoot van de gemachtigde. Partijen zijn gehoord, hebben hun standpunten bepleit aan de hand van pleitnotities en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Aan Esprit is de gelegenheid geboden regelgeving over te leggen, zonder commentaar daarop. Esprit heeft echter in haar akte wel commentaar gegeven. Op dit commentaar zal de kantonrechter derhalve geen acht slaan. Alleen acht zal worden geslagen op de overgelegde regelgeving. [eiseres] heeft een brief van 14 september 2017 overgelegd, met een reactie op de akte van Esprit Scholen, met het verzoek daarmee rekening te houden, voor het geval de kantonrechter toch acht zou slaan op de akte van Esprit Scholen. Ook met de inhoud van deze brief zal de kantonrechter geen rekening houden. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast: 1.1. Esprit Scholen is een onderwijsstichting. Onder het bestuur van Esprit Scholen ressorteert onder andere de Amsterdam International Community School (verder: AICS). AICS is een school voor Engelstalig primair en voortgezet onderwijs. 1.2. [eiseres] is bij Esprit Scholen in dienst getreden op 28 november 2003, aanvankelijk parttime. Thans oefent zij fulltime de functie van docent lichamelijke opvoeding uit, tegen een salaris van € 4.639 bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag en andere emolumenten. [eiseres] geeft les aan de klassen van het voortgezet onderwijs. 1.3. Vanaf 1 september 1991 tot en met 31 augustus 2005 is [eiseres] in dienst geweest als docent bij de Europese School te Bergen N.H (verder: de Europese School). 1.4. Zij heeft daar lesgegeven in zowel het primair als het voortgezet onderwijs. 1.5. Op de website van de Europese School staat vermeld dat leerlingen beginnen op de kleuterschool met 4 jaar, op de basisschool vanaf 6 jaar en de middelbare school met 11 jaar. 1.6. Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO voor het voortgezet Onderwijs (verder: de CAO). 1.7. Artikel 13.8 leden 1, 2 en 3 van de CAO 2016-2017 luiden als volgt: “1. De werknemer heeft bij het bereiken van de jubileumdatum aanspraak op een door de werkgever uit te betalen jubileumgratificatie. 2. De jubileumgratificatie bedraagt bij een 25-jarige diensttijd bij het onderwijs 50 % en bij een 40- of 50- jarig jubileum 100 % van het bruto maandsalaris verhoogd met vakantietoeslag.” 3. Onder diensttijd bij het onderwijs wordt verstaan de tijd doorgebracht in een betrekking in het po, vo, bve (mbo) of hbo.” 1.8. Voluit geschreven zijn de onder 1.7 genoemde begrippen de volgende: primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, (middelbaar beroepsonderwijs) en hoger beroepsonderwijs. 1.9. Volgens artikel 1.1 van de CAO 2016-2017 wordt onder instelling verstaan: “De school voor voortgezet onderwijs, met uitzondering van die scholen voor voortgezet onderwijs die onderdeel vormen van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1. onder b van de WEB of de centrale dienst .” En onder werkgever wordt verstaan : “De rec Dat valt duidelijk te lezen in de (onder 1.9 aangehaalde) Tweede kamerstukken in het kader van de WVO, aldus steeds Esprit Scholen. 10. De nadere stellingen van partijen zullen, voor zover van belang, hierna worden besproken en beoordeeld. Beoordeling 11. Geoordeeld wordt dat de CAO 2016-2017, en die CAO alleen, bepalend is voor het antwoord op de vraag of [eiseres] per 1 september 2016 aanspraak heeft op de jubileumgratificatie. Artikel 13.8 van de CAO 2016-2017 verwoordt heel duidelijk wie er recht heeft op een dergelijke gratificatie, namelijk degene die een 25-jarige diensttijd bij het onderwijs heeft, waarbij onder die diensttijd wordt verstaan de tijd doorgebracht in een betrekking in het po, vo, bve (mbo) of hbo. Dat dit leidt tot een “ruim” begrip van wat onder diensttijd bij het onderwijs wordt begrepen, kan niet tot gevolg hebben dat het daarom beperkter moet worden uitgelegd. Tegen een beperking van het begrip diensttijd bij het onderwijs pleit ook dat de CAO een minimumkarakter heeft. Dit volgt uit artikel 1.3 van de CAO 2016-2017 (zie onder 1.10). 12. [eiseres] heeft er voorts terecht op gewezen dat de Europese School zowel primair als voortgezet onderwijs verzorgt en dat [eiseres] in haar betrekking dat onderwijs heeft gegeven. Dat blijkt ook uit de tekst op de website van de Europese School (zie onder 1.5) Voorts wordt opgemerkt dat de definities van “instelling” en “werkgever” in de CAO 2016-2017 (zie onder 1.9) de Europese School niet uitsluiten. 12. Het beroep van Esprit Scholen op het rechtspositiebesluit kan haar niet baten. Het rechtspositiebesluit was (als bijlage 3) geïncorporeerd in de CAO 2008-2010 en geldt (derhalve) thans niet meer. 12. [eiseres] heeft verder aangetoond dat het door de Europese School verstrekte onderwijs aansluit binnen de in de WPO en de WVO beschreven onderwijsdefinities. Het primair onderwijs op de Europese School wordt conform de definitie van de WPO gegeven aan leerlingen vanaf 4 jaar. Het legt mede de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs. Het daaropvolgende voortgezet onderwijs aan de Europese School betreft het onderwijs dat conform de definitie van de WVO aansluitend op en na het basisonderwijs wordt gegeven. 15. Nederland erkent op grond van het Verdrag de Europese School als een publiekrechtelijke instelling waar primair en voortgezet onderwijs gegeven wordt (artikel 3, artikel 6 en bijlage 1 van het Verdrag). In artikel 3 van het Verdrag staat dat het aan de Europese school verstrekte onderwijs de schoolopleiding tot het einde van het secundair onderwijs omvat. Als verdragsluitende partij erkent de Nederlandse staat het door de Europese school verstrekte onderwijs als zodanig. Voorts heeft [eiseres] er terecht op gewezen dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) via de onderwijsinspectie benadrukt dat het door de Europese School verstrekte onderwijs erkend primair- en voortgezet onderwijs betreft. Het voortgezet onderwijs is daarbij volgens het ministerie gelijk aan het vwo. De gelijkstelling van het voortgezet onderwijs van de Europese School aan het vwo vindt voorts, zo merkt [eiseres] terecht op, zijn grondslag in artikel 18 van de “Toegevoegde Overeenkomst bij het Statuut van de Europese School houdende vaststelling van een regeling voor het Europese Baccalaureaat”. 16. Dat de bezoldiging van de docenten van de Europese school geregeld is in artikel 35 van het Statuut maakt al het voorgaande niet anders. 16. Het is maar de vraag of de stelling van Esprit Scholen dat de Europese School buiten het Nederlandse onderwijssysteem is geplaatst juist is. Daarover is hierboven onder 15 het nodige gezegd. Doch zelfs als dit wel juist zou zijn, doet het niet af aan de omschrijving van het begrip “diensttijd bij het onderwijs” ingevolge artikel 13.8 CAO 2016-2017, dat dusdanig ruim is dat de diensttijd van [eiseres] bij de Europese School er onder valt. 18. Gelet op al het bovenstaande maakt [eiseres] terecht aanspraak op de jubil