Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2017-10-06
ECLI:NL:RBAMS:2017:7487
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer \ rolnummer: 5294204 CV EXPL 16-24291 Uitspraak: 6 oktober 2017 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiseres] , wonende te [plaats] , gemeente [plaats] , eiseres, nader te noemen [eiseres] , gemachtigde mr. V.G.G. Veldhuis, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WTS B.V., tevens handelend onder de namen “World Travel Academy” en “Flight Attendant College”, gevestigd te Amsterdam, gedaagde, nader te noemen WTS, gemachtigde mr. W. de Vries. DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 14 juli 2017 waarin een verschijning van partijen ter terechtzitting is bevolen tot het geven van inlichtingen aan de kantonrechter en het beproeven van een schikking, het proces-verbaal van de op 7 september 2017 gehouden mondelinge behandeling met de daarin genoemde stukken en proceshandelingen, de brief van 13 september 2017 van de raadsman van WTS met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal. Daarna is vonnis bepaald. 1 De verdere beoordeling 1.1. De kantonrechter volhardt bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 14 juli 2017 en overweegt verder het volgende. 1.2. Het beroep op dwaling zal niet worden gehonoreerd. Ter zitting heeft [eiseres] over de door haar bijgewoonde open avond verklaard dat er uitdrukkelijk is gezegd dat het geen MBO 4-opleiding betrof, maar een opleiding op NLQF niveau 4. Zij heeft gezegd dat zo zeker te weten, omdat zij op details let. [eiseres] heeft verder verklaard dat er niet is gezegd dat zij bij KLM of bij een andere met name genoemde luchtvaartmaatschappij aan het werk kon met deze opleiding. Zij wilde een korte opleiding, waarmee zij overal terecht kon en heeft om die reden voor deze opleiding gekozen. Er is echter niet gezegd dat zij met deze opleiding overal terecht kon. Het was de indruk die zij kreeg op die avond, omdat men met veel lof over de eigen opleiding sprak en omdat er ook iemand van KLM was die verklaarde dat zij met deze opleiding veel mogelijkheden zou hebben. 1.3. [eiseres] heeft verder gesteld dat de indruk dat zij met deze opleiding overal terecht zou kunnen in het promotiemateriaal is gewekt. Het promotiemateriaal van WTS, zoals deels weergegeven in 1.3 van het tussenvonnis, vermeldt: “ Het opleidingsprogramma van Flight Attendant Colleges is in samenwerking met verschillende luchtvaartmaatschappijen ontwikkeld en sluit dan ook perfect aan op hun selectiecriteria. (…) Kandidaten voor Flight Attendant College worden daarom zorgvuldig geselecteerd. Maar, na deze specialistische opleiding heb je dan ook een trefzekere stap in de richting van een boeiende loopbaan gezet. ” Overwogen wordt dat deze tekst onvoldoende is om [eiseres] in de veronderstelling te brengen dat zij met een diploma van de opleiding bij elke of in elk geval de meeste luchtvaartmaatschappij(en) in aanmerking zou kunnen komen voor een baan als grondstewardess. Wel wekt de tekst de indruk dat de opleiding toegang geeft tot een functie bij een flink aantal luchtvaartmaatschappijen. [eiseres] heeft in dit verband nog verwezen naar de door haar als productie 5 bij dagvaarding overgelegde e-mails van Transavia, Easyjet en KLM. Uit deze e-mails blijkt, en dat heeft WTS niet bestreden, dat het hebben van een HAVO of MBO 4 diploma een noodzakelijke voorwaarde is voor de functie van grondstewardess bij KLM en Transavia. Uit de e-mail van Easyjet blijkt dat niet ( “Al onze grondafhandeling wordt uitbesteed aan Menzies. Ik heb even onze operationeel manager bij Menzies gevraagd of hij bekend was met deze opleiding. Dat was niet het geval”). WTS heeft aangevoerd dat een aantal zeer succesvolle luchtvaatmaatschappijen (zoals Easyjet en Ryanair) geen vooropleidingseisen stellen. Ook heeft zij als productie 16 een document met namen van luchtvaartmaatschappijen en hun afhandelaars op Schiphol in het geding gebracht waaruit volgt dat van de 76 luchtvaartmaatschappijen die op Schiphol vliegen