Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2017-10-12
ECLI:NL:RBAMS:2017:7479
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 16/8116 en 16/8117 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2017 in de zaak tussen [eiser] , te Amsterdam, eiser (gemachtigde: mr. H. van Drunen), en de Korpschef van Politie, Korpsstaf, Wob-coordinatiedesk, verweerder (gemachtigde: mr. J.W.L. van Limbeek). Procesverloop Bij besluit van 17 december 2015 (het primaire besluit I) heeft verweerder naar aanleiding van een verzoek van eiser om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) geweigerd documenten openbaar te maken. Bij besluit van 21 november 2016 (het bestreden besluit I) heeft verweerder de bezwaren van eiser hiertegen ongegrond verklaard. Bij besluit van 6 juli 2016 (het primaire besluit II) heeft verweer naar aanleiding van een verzoek van eiser om informatie op grond van de Wob geweigerd documenten openbaar te maken Bij besluit van 21 november 2016 (het bestreden besluit II) heeft verweerder de bezwaren van eiser hiertegen ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 mei 2017. De beroepen zijn gevoegd behandeld. Eiser is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak. Feiten, omstandigheden en standpunten van partijen 1.1. Bij brief van 6 oktober 2015 heeft eiser verzocht om openbaarmaking van documenten en informatie die bij verweerder berust over – kort gezegd – het bedrijf [naam 1] . Als voorbeelden noemt eiser onderzoeken, evaluaties, notulen, beleidsdocumenten, meldingen, mutaties en andere documenten. 1.2. Bij brief van 6 oktober 2015 heeft eiser verzocht om openbaarmaking van documenten en informatie die bij verweerder berust over – kort gezegd – het bedrijf [naam 2] en/of [naam 3] . Als voorbeelden noemt eiser onderzoeken, evaluaties, notulen, beleidsdocumenten, meldingen, mutaties en andere documenten. 1.3. Verweerder heeft geweigerd de stukken te overleggen. Verweerder overweegt in het primaire besluit I dat [naam 1] een leverancier van [product] is. Er is wereldwijd een zeer beperkt aantal leveranciers van dergelijke systemen. Inzicht in die systemen betekent ook inzicht in de functionaliteiten ervan, hetgeen schade voor opsporing en vervolging met zich meebrengt. Op het prijsgeven van informatie over de (leveranciers van) [product] berust bovendien een beperking omdat de relatie tussen de politie en die leveranciers is gebaseerd op vertrouwelijkheid. 1.4. Verweerder overweegt in het primaire besluit II dat het verzoek om informatie ziet op het openbaar maken van informatie van bedrijven waarmee de politie overeenkomsten zou kunnen hebben. Openbaarmaking van deze gegevens vormt een onaanvaardbaar risico voor die overeenkomsten. Daarom kunnen er geen mededelingen worden gedaan. 1.5. Tegen deze besluiten heeft eiser bezwaar ingesteld. In de bestreden besluiten worden de weigeringsgronden nader gemotiveerd. Er is volgens verweerder sprake van bedrijfs- en fabricagegegevens, die door rechtspersonen vertrouwelijk aan de politie zijn meegedeeld. Daarnaast dient het belang van de opsporing en vervolging van strafbare feiten zwaarder te wegen dan het belang van openbaarheid. Bij het bekend raken van de namen van de producenten kan de stand van de techniek van de technische hulpmiddelen die de politie gebruikt bekend raken en kan opsporing en vervolging bemoeilijkt worden. Als laatste dient het belang van het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van de betrokkenen zwaarder te wegen dan het belang van openbaarheid. In het geval er namen van producenten/leveranciers openbaar gemaakt zouden worden, loopt de politie de niet ondenkbeeldige kans dat de producent/leveranciers niet willen leveren aan de politie, waardoor de politie beperkt wordt in haar keuze voor producent/levera De beslissingen om alle verzochte documenten niet openbaar te maken, kunnen ook niet worden gedragen door de andere door verweerder toegepaste weigeringsgronden van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder d (inspectie, controle en toezicht) en g (onevenredige bevoordeling of benadeling), van de Wob. Niet evident is dat reeds bij het bekend raken van de namen van de producenten/leveranciers de techniek van de technische hulpmiddelen die de politie gebruikt bekend kunnen raken en opsporing en vervolging bemoeilijkt kan worden. Eveneens is niet evident dat in het geval er namen van producenten/leveranciers openbaar gemaakt zouden worden, de politie de niet ondenkbeeldige kans loopt dat de producent/leveranciers niet willen leveren aan de politie, waardoor de politie beperkt wordt in haar keuze voor producent/leverancier en onevenredig in haar belang wordt getroffen. De bestreden besluiten lijden ook op dit punt aan een motiveringsgebrek. De rechtbank weegt in haar oordeel mee dat zij geen zicht heeft op de aard of de inhoud van de verzochte documenten, zodat zij ook niet via deze weg kan beoordelen of verweerder met betrekking tot eventueel aanwezige documenten tot een juiste beslissing inzake de openbaarmaking is gekomen. Gelet hierop kan de rechtbank geen controle uitvoeren op het handelen van verweerder . 2.7. Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder met hetgeen in rechtsoverweging 2.2. is aangevoerd onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van gewichtige redenen die de weigering om de op de zaken betrekking hebbende stukken over te leggen rechtvaardigt. De rechtbank weegt in haar beslissing mee dat zij over onvoldoende informatie beschikt om deze zaken op de juiste en zorgvuldige wijze af te doen. 2.8. De beroepen zijn gegrond en de rechtbank vernietigt de bestreden besluiten omdat zij zijn genomen in strijd met het bepaalde in artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. 2.9. Omdat de rechtbank de beroepen gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser de door hem betaalde griffierechten vergoedt. 2.10. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. De rechtbank merkt de zaken daarbij aan als samenhangende zaken in de zin van artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 990,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 495,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank:- verklaart de beroepen gegrond;- vernietigt de bestreden besluit I en II; - draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de bezwaarschriften van eiser met inachtneming van deze uitspraak; - draagt verweerder op de betaalde griffierechten van in totaal € 336,- aan eiser te vergoeden; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 990. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van mr. E.M. de Buur, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2017. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening. Wettelijk kader Op grond van het eerste lid van artikel 3 van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst