Rechtspraak Rechtbank Alkmaar 2006-05-04
ECLI:NL:RBALK:2006:AW8023
Strafrecht
RECHTBANK ALKMAAR Parketnummer : 14/620226-05 Datum uitspraak : 4 mei 2006 TEGENSPRAAK VERKORT VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het OPENBAAR MINISTERIE tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres en woonplaats]. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 23 november 2005, 29 maart 2006 en 20 april 2006. De rechtbank heeft kennisgenomen van - de vordering van de officier van justitie, die ertoe strekt dat de rechtbank het subsidiair tenlastegelegde zal bewezen verklaren en de verdachte zal veroordelen tot gevangenisstraf voor de duur van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren - hetgeen door de verdachte en mr. H.K. ter Brake, raadsman van de verdachte, naar voren is gebracht. 1. TENLASTELEGGING Aan de verdachte is ten laste gelegd dat 1. hij op of omstreeks 12 september 2004 te Zwaag, gemeente Hoorn, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken gebitsprothese en/of een beschadigde en/of afgebroken rechter bovensnijtand en/of een of meer andere beschadigde en/of afgebroken tanden en/of een of meerdere wond(en) in/aan de lip(pen)), heeft toegebracht, door deze opzettelijk een of meerdere malen met kracht - op/tegen diens hoofd en/of diens schouder(s) en/of elders op/tegen diens lichaam te schoppen en/of te trappen en/of - op/tegen diens hoofd en/of elders op/tegen diens lichaam te stompen en/of te slaan en/of - met een of meerdere wapenstok(ken) op/tegen diens lichaam te slaan; Subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 12 september 2004 te Zwaag, gemeente Hoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet , een of meerdere malen met kracht - op/tegen diens hoofd en/of diens schouder(s) en/of elders op/tegen diens lichaam heeft/hebben geschopt en/of heeft/hebben getrapt en/of - op/tegen diens hoofd en/of elders op/tegen diens lichaam heeft/hebben gestompt en/of heeft/hebben geslagen en/of - met een of meerdere wapenstok(ken) op/tegen diens lichaam heeft/hebben geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; meer subsidiair, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 12 september 2004 te Zwaag, gemeente Hoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), een of meerdere malen met kracht - op/tegen diens hoofd en/of diens schouder(s) en/of elders op/tegen diens lichaam heeft/hebben geschopt en/of heeft/hebben getrapt en/of - op/tegen diens hoofd en/of elders op/tegen diens lichaam heeft/hebben gestompt en/of heeft/hebben geslagen en/of - met een of meerdere wapenstok(ken) op/tegen diens lichaam heeft/hebben geslagen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (een gebroken gebitsprothese en/of een beschadigde en/of afgebroken rechter bovensnijtand en/of een of meer andere beschadigde en/of afgebroken tanden en/of een of meerdere wond(en) in/aan de lip(pen)), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging. 2. BEWIJSVERWEREN De verdediging heeft gesteld dat verdachte van zowel het primair, subsidiair als het meer subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken en heeft daartoe - onder meer - het volgende aangevoerd: Ten aanzien van de verklaringen van getuigen: - De verklaring van de als getuige door de rechtbank gehoorde [slachtoffer] is ongeloofwaardig, reeds omdat hij daarin stelselmatig ontkent geweld te hebben gepleegd tegen verdachte en stelt slechts uit noodweer te hebben gehandeld. Diens verklaring wordt ook niet ondersteund door de bevindingen genoemd in de medische verklaring (proces-verbaal p.203 en p.204), waarin namelijk geen melding wordt gemaakt van striemen en blauwe plekken op het lichaam. De verklaringen van [slachtoffer] zijn grotendeels aantoonbaar onjuist en behoren daarom niet tot het bewijs te worden gebezigd. - De getuige [getuige 1] heeft een duidelijk motief om verdachte onheus te beschuldigen. Dit motief wordt gevorm door rancune jegens mijn cliënt wegens het verwijt van oncollegiaal gedrag. Bovendien heeft [getuige 1] niet de waarheid gesproken waar hij heeft verklaard dat [slachtoffer], toen hij eenmaal op de grond lag, door een schop van [medeverdachte 1] een tand heeft verloren. Deze tand is namelijk gevonden in de kantoorruimte. - De door getuige [getuige 2] afgelegde verklaring (proces-verbaal p. 257) berust op onjuiste waarnemingen. Ten aanzien van het "opzet": - Dit gevecht kan niet als (poging tot) zware mishandeling of mishandeling worden aangemerkt, omdat het opzet daartoe afwezig was. Het opzet was er immers op gericht de orgie van geweld te stoppen door [slachtoffer] onder controle te krijgen. - Om die reden is er ook geen sprake van voorwaardelijk opzet. Het door cliënt toegepaste geweld was verschoonbaar, namelijk gericht op het onder controle brengen van [slachtoffer]. 3. VRIJSPRAAK De rechtbank heeft met betrekking tot het bewijs van het tenlastegelegde het volgende overwogen: Verdachte was, op het moment dat het ten laste gelegde heeft plaatsgevonden, werkzaam als penitentiair inrichtingswerker, derhalve behorend tot het executief personeel, in de PI te Zwaag. Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank vast komen te staan dat op 12 september 2004 door een gedetineerde de orde binnen de PI werd verstoord door het aanhoudend schoppen tegen de deur van zijn isoleercel. Verdachte en vier collega-penitentiaire inrichtingswerkers zijn op enig moment, ter handhaving van de orde, de isoleercel binnen gegaan met de bedoeling de gedetineerde aan te spreken op zijn gedrag. De gedetineerde ging plotseling over tot zodanig fysiek geweld tegen verdachte en diens collega's dat meerdere andere collega's er aan te pas moesten komen om de gedetineerde onder controle te brengen. Verdachte heeft daarbij de gedetineerde enkele klappen met de korte wapenstok op de rug/schouder gegeven. Met "onder controle brengen" wordt bedoeld het bereiken van een situatie waarin de gedetineerde zijn verzet c.q. geweld staakt en niet hervat. In de, op grond van artikel 2, eerste lid, van de Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen door de inrichtingsdirecteur van het Huis van Bewaring Zwaag vastgestelde, Dienstinstructie Geweldsuitoefening wordt in artikel 0 onder A de term "Geweld" gedefinieerd als: "Elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken". De rechtbank: Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair, subsidiair en meer subsidiair is ten laste gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. R.F.B. van Zutphen, voorzitter, mr. P. van Steijnen en mr. D.A.C. Koster, rechters, in tegenwoordigheid van W. Veenstra, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 mei 2006.